Kennis maakt de moeder

Moeders worden overvoerd met medische informatie, schreef Désanne van Brederode vorige week op deze plek. Daardoor wordt `het raadsel van het nieuwe leven' vernietigd, betoogde zij. Mariël Croon en lezers reageren. Over bakerpaartjes, pretecho`s, en narcistische groeiboekjes. `Wat dom en aanmatigend om zoiets vanachter de schrijftafel te roepen.'

De oude vrouw die me een paar jaar geleden verslag deed van haar bevalling – die plaatshad in de jaren twintig, toen de (vrouwelijke) gynaecoloog nog te paard aan huis kwam om de barende te begeleiden – zal nu haast honderd zijn.

Tijdens haar zwangerschap had ze eens in het gezelschap van haar schoonmoeder in de tram naar een zwarte man zitten kijken, vertelde ze. Haar schoonmoeder sprak er schande van. Een paar weken later verliep de bevalling voorspoedig, maar het resultaat viel tegen. De jonge moeder beklaagde zich erover dat haar kind zo groot en lelijk was, ,,zo donker''. Waarop haar schoonmoeder haar toevoegde: dan had je maar niet naar die neger moeten kijken.

De vrouw die me onlangs vertelde dat ze zich al haar hele leven schuldig waande aan de dood van haar broertje, is haast vijftig. Het jongetje was kort na de geboorte gestorven, door onduidelijke oorzaak. Maar de moeder had haar dochter altijd verteld dat ze in de zwangerschap eens ,,iets geks in haar buik had gevoeld''. Dat was toen ze zich bruusk omdraaide om de dochter, twee jaar oud, te behoeden voor een val van een hekje, waar het kind opgeklommen was. Dáárdoor, meende de moeder, was de baby gestorven. De dochter had altijd gedacht dat ze de dood van het kind op haar geweten had.

De twee verhalen kwamen in me op naar aanleiding van het essay van Désanne van Brederode, Weg met de Übermutter. Van Brederode hekelt de overvloed aan medisch-biologische informatie over de zwangerschap. Waar in uitsluitend biologische termen over de zwangerschap wordt gesproken, zou ,,het raadsel vernietigd worden''. Het zou narcistisch zijn om te geloven dat je als zwangere vrouw de volle verantwoordelijkheid draagt voor een ,,optimale ontwikkeling van de vrucht''. Moeders zouden hun eigenheid verliezen door alle doktersadviezen waarmee ze overspoeld worden.

Deze moeders kwalificeert Van Brederode als Übermütter. Dat is een grove belediging van vrouwen die willen weten wat er in hun lichaam gebeurt.

Het is schandelijk en demagogisch dat Van Brederode zich daarbij bedient van nationaal-socialistische terminologie en refereert aan Hitlers rassentheorie. Alsof het verschaffen en vergaren van medisch-biologische kennis over de normale ontwikkeling van een kind impliceert dat daarmee afwijkende foetussen worden geëlimineerd.

Van Brederode pleit voor ,,het behoud van een lege plek in het schrijven en spreken over zwangerschap en ouderschap''. Dat zou betekenen dat vroedvrouwen en artsen hun kennis voor zich zouden moeten houden, om de vermeende bestwil van zwangere vrouwen. Maar dat is bij wet verboden: zorgverleners dienen hun klanten voor te lichten, opdat die zelf kunnen beslissen over hun behandeling. En het is ook bevoogdend en schadelijk.

Het onthouden van kennis aan zwangere vrouwen vergroot de machtsongelijkheid tussen vroedvrouwen of dokters en hun klanten. Het maakt vrouwen tot speelbal van bijgeloof en angst. Het narcisme van de medische stand heeft in het verleden softenonbaby's s en DES-dochters gebaard, ouders van hun (couveuse)kind gescheiden, zwangere vrouwen onderworpen aan nodeloze, ongezonde diëten en leefregels, en barenden in onnodig pijnlijke posities gedwongen.

Onwetendheid van zowel dokters als leken, zoals niet-ingewijden in de medische stand wel worden genoemd, is misschien onschuldiger dan zelfoverschatting, maar het richt minstens zoveel schade aan. Ruim honderd jaar geleden restte de plattelandsdokter in Drenthe niets anders dan het hoofd van een gezonde, voldragen baby in de baarmoeder te doorboren omdat het kind nooit levend ter wereld kon komen door het bekken van zijn moeder. Dat was door Engelse ziekte in de kindertijd ernstig vernauwd. Zonder ingrijpen zou niet alleen het kind maar ook de moeder doodgaan, wist de huisarts die dit voorval in zijn memoires beschreef. Als de moeder van de barende destijds had geweten dat haar dochter zonlicht nodig had om vitamine D aan te maken, zou de bekkenvernauwing en daarmee deze noodgreep zijn voorkomen.

Van Brederode hekelt de brede beschikbaarheid van medisch-biologische informatie over zwangerschap: over roken en drinken, over celdelingen, over seks. Als hoogopgeleide, moderne vrouw heeft ze zelf misschien geen behoefte aan dergelijke informatie, omdat ze de kennis al heeft en anders mondig genoeg is om ernaar te vragen. Maar in de tijd dat ik praktiseerde als verloskundige, heb ik gemerkt hoe groot de onzekerheid is en de honger naar kennis van zwangere vrouwen. Juist waar vrouwen negatieve gevoelens hebben over hun zwangerschap, opvliegend zijn of angstig, zijn ze opgelucht om te horen dat die gevoelens normaal zijn. En inderdaad is er soms een biologische verklaring voor, al is Van Brederode daar niet gelukkig mee.

De informatierevolutie in de zwangerschap brengt gekloonde, babbelzieke supermoeders voort, stelt Van Brederode. Een zwangere vrouw die notities bijhoudt van haar zwangerschap zou het kind-in-wording meteen al voorliegen. Ze zou in haar dagboek namelijk geen kond doet van haar depressies en echtelijke ruzies. Zou ze dat wel doen, dan zou ze het risico lopen meteen als ,,hoofdschuldige'' te worden aangemerkt als het kind later zelf psychische problemen zou krijgen.

Wat een onzinnige gedachte. Het moederschap impliceert dat je een verantwoordelijkheid op je neemt voor je kind, en die begint al tijdens de zwangerschap. Die verantwoordelijkheid kán inhouden dat je een kind bewust informatie onthoudt, omdat jij vindt dat het daar niet aan toe is. Dat heeft niets te maken met voorliegen.

Met het beschikbaar komen van nieuwe kennis over de voorgeboortelijke ontwikkeling van kinderen, neemt de verantwoordelijkheid van een zwangere vrouw toe. De babyinwording is niet langer abstract, maar iemand met wie al rekening gehouden moet worden. In welke mate en op welke manier, bepaalt elke moeder zelf. Meer kennis berooft haar niet van haar eigenheid, zoals Van Brederode stelt, maar geeft haar meer te kiezen.

Dat is niet altijd makkelijk. Met het moederschap en de daarbij behorende verantwoordelijkheden doet vaak ook het schuldgevoel zijn intrede. Niet iedereen is daarom blij met de steeds langer wordende lijst verboden in de zwangerschap – na sigaretten, alcohol, rauwmelkse kaas en rauw vlees is nu ook kaneel verdacht.

De medicalisering van de zwangerschap, de oprukkende technieken om te bepalen hoe groot de kans is dat het ongeboren kind een afwijking heeft, de inburgering van de echoscopie, maken dat aanstaande moeders zich voorwaardelijk zwanger voelen,totdat ze de al dan niet geruststellende uitslag hebben van een onderzoek. Met alle bijkomende emoties, twijfels en ingewikkelde levensvragen – wat te doen als blijkt dat de baby iets mankeert? De oprukkende technologie is niet louter een verrijking van de zwangerschap. Kennis kan tot emoties en moeilijke keuzes leiden, maar niet-informeren is geen optie. De noodzaak voor vrouwen om zich goed te laten voorlichten, om geen speelbal te worden van de medische stand, wordt door de technologische mogelijkheden alleen maar groter.

Soms conflicteert het belang van het kind met dat van de aanstaande moeder. Voor nicotineverslaafde vrouwen is het een opgave om niet te roken tijdens de zwangerschap, en belastend te weten dat het kind daardoor een twee keer verhoogde kans heeft om rond de geboorte te overlijden, een verhoogde kans heeft op longziekten en door een lager geboortegewicht meer risico loopt op medische problemen later in het leven.

Onder zorgverleners woedt een discussie over de vraag of je kwistig en dwingend moet zijn met dergelijke informatie of juist terughoudend, om moeders voor een schuldgevoel te behoeden. Mag een verloskundige een kraamvrouw dringend adviseren borstvoeding te geven omdat is bewezen dat kinderen daardoor beter bestand zijn tegen infecties en zich beter ontwikkelen? Of moet ze zo voorzichtig zijn in haar advies dat moeders de borst zonder enige terughoudendheid kunnen verruilen voor de firma Nutricia?

Het antwoord ligt niet besloten in de bevoogding maar in het geven van volledige informatie. Dat emancipeert de (aanstaande) moeder en maakt de rol van de zorgverlener bescheidener. Die informeert, coacht en voert het beleid uit dat de moeder verkiest.

De met informatie overvoerde supermoeders in het hoofd van Van Brederode lijden aan moederschapshypochondrie en laten zich niet meer verwonderen of ontroeren door het raadsel dat hun kind is. Ik denk niet dat de angstige onwetendheid waarin moeders eeuwenlang hebben verkeerd, ooit heeft geleid tot een meer authentieke mystieke ervaring, een grotere verwondering of een intiemere band met hun kind dan die van moderne moeders. Zeker is wel dat onwetendheid schade heeft gedaan die met meer kennis gemakkelijk te voorkomen was geweest.

Met de ,,lege plek in het schrijven en spreken over zwangerschap en ouderschap'', zoals Van Brederode die voorstaat, hebben vrouwen het eeuwenlang moeten stellen.

Voor het gros van de vrouwen, die in niet-westerse landen leven, geldt dat nog steeds. In Bangladesh leidt dat ertoe dat moeders uit onkunde en bijgeloof de navelstreng van hun pasgeborene met modder insmeren, waardoor het kind een grote kans loopt te sterven aan tetanus.

Wie niet weten wil, laat de informatie over zwangerschap aan zich voorbijgaan. Maar om vanachter de schrijftafel te roepen dat vrouwen die kennis maar beter kunnen missen, is dom en aanmatigend.

Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf naar Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam.