Kamperen tussen de leeuwen

Op safari in Tanzania komen de dieren zo dichtbij dat Maartje Somers zich afvraagt hoe lang het heeft geduurd om ze te trainen.

Gelukkig hebben we alles op en aan. Afritsbroeken van UV-werende, ultradunne stof. Flitsende zonnebril, professioneel vest met veel zakken voor filmrolletjes. Onze moneybelt onder onze kleren. Aan onze schouders de zware fototas met daarin het fototoestel met zoom- tele- en nog een hele rij andere lenzen. Duikershorloge. Zonnehoed. Filmcamera. Verrekijker.

We dragen bergschoenen van goede kwaliteit.

We gaan namelijk vijf dagen in de auto zitten.

We gaan op safari.

Wij zijn toeristen in Tanzania. Een toerist in Tanzania ziet zich geconfronteerd met drie topattracties die hij niet mag missen. Hij gaat naar het eiland Zanzibar, beklimt de Kilimanjaro, de hoogste berg van Afrika, en maakt een safari. Het is mogelijk een van deze drie zaken weg te laten, dit levert een aanzienlijke besparing op. Nederlandse touroperators bieden zelfs vierdaagse reisjes aan, regelrecht naar de olifanten en weer terug – verblijf in luxe lodges met airco, al vanaf 769 Euro. Safari kan trouwens ook per luchtballon, voor slechts 375 dollar per persoon per dag.

KAKKERLAKKEN

Voor een korte trip naar Tanzania heeft Kate gekozen, een logopediste uit Manchester. Voor haar dertigste verjaardag heeft ze zichzelf deze reis cadeau gedaan; in vijf dagen de berg op en af en daarna een safari. Voordien had Kate nog nooit geklommen, zelfs nog nooit een verre reis gemaakt.

Kate zit nog vol adrenaline van haar tocht op `Kili' als Penny en ik haar ontmoeten. Penny en ik kennen elkaar nog niet zo lang. We reizen alletwee alleen door Oost Afrika en zijn gisteren door het safaribedrijf bij elkaar in een witte landrover gezet. We hebben ook al wildlife gezien. Struisvogels op de eindeloze vlakte langs de weg. Knalrode, pijlsnelle vuurvinkjes in de boom op de kampeerplaats. Reusachtige bruine kakkerlakken in de wc op de kampeerplaats. Er was water op de kampeerplaats en je kon er zelfs warm douchen, ontdekten we nadat we koud hadden gedoucht. De beheerders weten dat westerlingen prijs stellen op comfort. Ze koken dus een ton vol water, klimmen daarmee op het dak van het douchehok en gieten hem leeg.

Vandaag gaan Penny, Kate en ik onze eerste officiële dieren zien. Het doel van een safari, zo hebben we gisteravond begrepen van twee Amerikanen op de kampeerplaats, is namelijk het met eigen ogen aanschouwen van The Big Five – neushoorn, leeuw, olifant, giraffe en buffel. Vogels tellen niet, gazelles ook niet. Onze gids en tevens chauffeur, Shadrack, voorspelt dat we van een olifant op dag vijf niet eens meer zullen opkijken. Wij geloven hem niet. De kok die ons in de wildernis van drie maaltijden per dag zal voorzien heet Emmanuel. Hij moet erg om ons lachen.

We zitten alweer uren in de auto als we bij de toegangspoort komen van Tarangire Park, een van de grote parken van Noord Tanzania; samen met het Serengeti park en de Ngorongoro-krater beslaat het een gebied van bijna vijfentwintigduizend vierkante kilometer. Terwijl Shadrack de formaliteiten afhandelt, rekken we onze halzen als waren we zelf giraffen. En inderdaad, we zijn het hek nog niet door, of tussen de majesteitelijke kale baobab-bomen, onder de kruinen van de acacia's en in het hoge gras ontwaren we zebra's. En giraffen. En olifanten, twintig meter verderop, een moeder met een jong dat enthousiast zijn slurf krult als hij ons ziet. Eén van zijn olifantentantes denkt er duidelijk anders over; die draait zich om en begint te poepen.

Wij zijn meteen verkocht. Wij komen uit een stenen wereld, waar beesten in een kooi zitten of op ons bord liggen. Hier lopen de beesten vrij rond, en zitten wij in een kooi. Dit is een stuk rechtvaardiger, besluiten we, maar heeft ook zo zijn bizarre kanten. De dieren zien de witte auto's, maar storen zich er niet aan. Ze nemen ons voor kennisgeving aan. Ze zijn met zoveel en ze komen zo dichtbij, dat we ons bijna afvragen of het lang heeft geduurd ze hierop te trainen.

Gaan om zes uur de batterijen eruit?

Hoe laat mogen de beesten naar huis?

We mogen niet uit onze kooi. De vergezichten op de zebra's die nonchalant in het landschap zijn gestrooid glijden voorbij, net als de lange, lange optocht van Thomson gazelles die keurig trippelend op weg zijn naar water. Uren rijden we erlangs. Wat een elegant, net beestje is dat, met zijn bruine compacte lijfje, afgemaakt met witte zijkanten en een zwierige donkere streep! Alle gazelles lopen in het zelfde tempo over de geelbruine vlakte, die hier boomloos is en precies dezelfde kleur heeft als de gazelle. Geen zwart neusje staat de andere kant op, geen hoefje staat stil, alle staartjes zwiepen even driftig.

We hebben nog niets gezien, zegt Shadrack aan het eind van de dag. En o ja, dit kamp, in de beroemde Serengeti, ligt op leeuwenterritorium. We mogen vannacht onze tent niet uit, ook niet om naar de wc te gaan. Willen we nog een kopje thee?

ASTMATISCH GEGROM

Shadrack en Emmanuel maken ons bang met verhalen over zwarte mamba's in slaapzakken en cobra's in de long-drop [latrine] en lachen ons vervolgens uit. Als we in de tent liggen, horen we het neurotische geluid van de zebra's – ze balken als ezels. En we horen in de verte een diep, astmatisch gegrom. Het zal toch niet, denken we, maar het moet haast wel.

Nu zouden we dus bang moeten zijn, maar we zijn het niet. Daarvoor is het te onvoorstelbaar, opgegeten te worden door een leeuw, teveel een klassieke kinderangst.

Als we bijna slapen, horen we onduidelijk gesnuffel bij de tent achter ons. We reageren niet; er lopen nog mensen rond en dit zal wel iemand zijn die wat bij zijn tent rommelt. Maar dan scheurt een oorverdovende kettingzaag dwars door onze zenuwstelsels.

Dit is een leeuw. In het kamp.

We krijgen onbedwingbare giecheldrang. En we zijn bang naar behoren. De gidsen verjagen het dier met een landrover – een gevaarte dat de leeuwen blijkbaar erkennen als Koning der Dieren

Dit is de wildernis en daarom zitten we vijf dagen overdag in de auto, 's nachts in de tent. We zien diersoorten en vogelsoorten, want vogels in allerlei kermiskleuren bevolken Tarangire, de Serengeti en de krater, een grote groene trog van 20 kilometer doorsnee berstensvol beesten. We leren hoe een white necked buffalo weaverbird eruit ziet, en een lilac breasted roller. We zullen dat snel weer vergeten. We ontdekken dat vooral interactie tussen dieren mooi is om te zien; hoe de zebra's de gnoes op hun kop zitten, hoe olifanten stampend en trompetterend marabous bij een drinkplaats wegjagen, hoe een bavianenfamilie uitrust, moeder zuchtend in de zon, vader bezig met het vlooien van een kind, als een picknickend mensengezin op zondagochtend.

Dat onthouden we denkelijk wel.

We lezen het boekje over het Serengeti-park helemaal uit. Maar dan nog: van ornithologie, grote zoogdieren, faunabeheer en ecosystemen weten we maar een fractie. Hoe we ook kijken en hoe vroeg we ook opstaan, van de meer dan vierhonderd diersoorten en meer dan duizend vogelsoorten zien wij toeristen alleen de gewoonste en de bekendste, hoe spectaculair die ook zijn.

We zien trouwens ook veel witte auto's. Het is nog geen hoogseizoen, maar in de Serengeti wordt het al behoorlijk druk – de noordelijke parken zijn de bekendste van Tanzania, per jaar komen er zo'n honderdduizend toeristen. Wij hebben geen driftig zwiepende staartjes, maar als de gazelles zijn we allemaal op weg naar hetzelfde. We maken iets unieks mee, vinden we in onze landrover. In de andere landrovers vinden ze dat precies zo. Maar zolang we niet teveel nadenken, en vooral veel fotograferen, kunnen we ons vijf dagen David Attenborough wanen, of Ernest Hemingway, of Karen Blixen.

Op een middag zijn er bavianen in het kamp, die er bijna vandoor gaan met de reusachtige camera van een Amerikaan. Dat is gerechtigheid.

LOSERS

's Avonds papt Penny aan met andere safarigangers. Vaak beginnen die op te noemen wat ze allemaal al gezien hebben. Wij doen dat ook. Vogels daargelaten hebben wij gezien: nijlpaard, leeuw, gnoe, zebra, krokodil, baviaan, neushoorn, vervet monkey, waterbok, Thomsons gazelle, Grants gazelle, impala, giraffe, topi, waterbuffel. Alleen de cheetah werkt nog niet mee. ,,Cheetah cheetah cheetah,'' zucht Shadrack, als hij met zijn kijker weer de grasvlakte onderzoekt. Vier Britten kijken ons geringschattend aan. Losers zijn we, die niet eens een kill hebben gezien. Zij zagen hoe een leeuwin een gazelle te grazen nam.

Daar kunnen wij niet tegenop.

We zien een zebra die zojuist bevallen is van een dood veulen en het nu achter moet laten – de kudde gaat verder. Ze loopt weg en keert dan weer terug, de gieren wegjagend die onder haar ogen beginnen het veulen aan stukken te rijten. Lang duurt het afscheid nemen, duidelijk zien we de verwarring van de zebra. Behalve de gieren en drie andere zebra's die op een afstandje geduldig staan te wachten, zijn wij de enige getuigen van dit zebraverdriet. We zijn diep onder de indruk. Niemand neemt een foto.

We zien leeuwen: twee prachtige mannetjesexemplaren lopen er bij zonsopgang een stuk met de auto mee, lodderig na een geslaagde jacht. Shadrack zet de motor af, het is doodstil.

We zijn niet bang. We zijn ontroerd. En we nemen foto's.

We zien een babyluipaard slapen in een boom, althans, dat zegt Shadrack. Wij zien een lichter vlekje in een hoge vork van takken. In een andere landrover nemen ze daar geen genoegen mee. De chauffeur gaat van de weg af en scheurt naar de boom. De luipaard schrikt wakker, springt naarbeneden en vlucht in een termietenhoop onder de boom. Het gevlekte luipaardhoofd duikt op voor een gat in de berg van oranje klei, de ronde oren gespitst, de ogen opengesperd van angst. Uit de landrover priemen de lenzen, vangen de luipaard in flitsen en klikken.

Wij schamen ons diep.

Shidolya safari's biedt in Tanzania kampeersafari's aan voor ongeveer honderd dollar per dag, all in.

www shidolya.net

Zie ook: www safari.pagina.nl