Is Nederland nog wel leuk?

Op de dag dat bekend werd dat een fotograaf uit Amsterdam zijn demente moeder als kunstwerk gaat exposeren (,,Het is een soort zoektocht'') en de 32-jarige Kobus V. veroordeeld werd wegens brandstichting na de moord op Fortuyn (,,Ik kan de dood van Pim niet laten gebeuren. Ik heb een kanker-Smart in de fik gestoken''), verklaarde de nieuwe minister van Vreemdelingenbeleid en Integratie: ,,Alles is negatief. Ik zou willen dat we eens zeggen: we hebben een mooi land en daar willen we wat mee.''

Het is van oudsher een typisch rechtse grief: waarom zijn de mensen niet wat trotser op hun eigen land? Een paar jaar geleden kreeg ik hetzelfde te horen van de Oostenrijkse staatssecretaris voor Toerisme, een toegewijd lid van de partij van Jörg Haider. Al die linkse onvrede! Er viel zoveel te genieten in Oostenrijk! Nu blijkt dat minister Nawijn een veel onverzoenlijker asielbeleid nastreeft dan de FPÖ ooit heeft gedaan, en het dus al die tijd eigenlijk Haider is geweest die gedemoniseerd werd door de vergelijking met Fortuyn, in plaats van andersom, word je wel nieuwsgierig naar wat Nawijn onder een mooi land verstaat.

Zijn partijgenoot en collega Heinsbroek laat in ieder geval weten wat hij met dat mooie land wil. Hij pleit voor een door hogerhand afgedwongen publieke moraal. Zijn losse opmerkingen over normen en waarden ademen geheel de geest van deze tijd het is het typerende aplomb van de zakenman die niet langer genoegen neemt met geld alleen en zich opwerpt als cultuurcriticus. Zijn methode is de snelle sales talk van de vrije jongen, zijn wereldbeeld heeft de filosofische Schwung van een L.O.I.-cursus. ,,Elk product is verkoopbaar, het is maar hoe je het verpakt.'' De twee voortvarende ministers leggen het fundamentele probleem met de hele beweging van Fortuyn bloot: ze zijn beiden zelf het product van het probleem dat ze zeggen te willen bestrijden. Heinsbroek: ,,Leer je medemens hoe het hier werkt, praat Nederlands, leg hem of haar de spelregels uit.''

Nederland is niet leuk meer, schreef Remco Campert onlangs in de Volkskrant. Hij bedoelde het nieuwe Nederland dat zich dagelijks aan je opdringt: het Nederland van de manische mondigheid, van de brieven met kogels, de krampachtige uitgelatenheid en agressie als levensvoorwaarde. En in Vrij Nederland van deze week ontpopt Joost Zwagerman zich als een cultuurpessimist, die in een lange tirade exaltatie, exhibitionisme, en intimiderende rancune tot de typische eigenschappen van de nieuwe Hollander verklaart. Met terugwerkende kracht roept hij Wim Kok tot held uit: ,,Bij zijn afscheid in juli werd Wim Kok gevraagd naar zijn mogelijke nieuwe bezigheden. Kok antwoordde dat hij om te beginnen een spijkerbroek zou aantrekken en vervolgens de luwte zou opzoeken. De luwte. Een on-Nederlandsere plek bestaat er momenteel niet in dit land.''

Die stemming overheerst. Overal trekt wat voor establishment doorgaat zijn handen plotseling van Nederland af. De televisiecriticus verklaart dat hij liever naar de BBC kijkt dan naar de ranzigheid op de Nederlandse televisie. En Kok is niet de enige politicus die de luwte opzoekt; een hele horde Kamerleden, die in de oude orde nog kon uitkijken op een lange loopbaan op het pluche, heeft plotseling besloten dat het in dit verschrikkelijke politieke klimaat onmogelijk is om op een fatsoenlijke manier politiek te bedrijven, dat ze niet opgewassen zijn tegen de geniepige insinuaties van Ferry Hoogendijk en de zijnen. Oppositie voeren, getverdemme, dat kan toch niet bedoeling zijn.

En opnieuw wordt pijnlijk duidelijk, wat de wonderbaarlijke opkomst van Fortuyn ook al blootlegde: de smetvrees van een elite, die niks meer gewend was, die heel Nederland tot stiltegebied had verklaard en ieder opkomend rumoer stug negeerde. Eerst werd het fenomeen Fortuyn beschouwd als iets dat te vies was om aan te pakken en nu zijn erfgenamen zich zonder veel tegenstand van hun coalitiegenoten het publieke domein toe-eigenen, zoeken hun tegenstanders massaal de luwte op. De platte schandaaltjes in de LPF worden breed uitgemeten en er wordt lacherig gedaan over de ongerichte oprispingen van Nawijn en Heinsbroek. Met de armen over elkaar wacht men op de onvermijdelijke ondergang van die onmogelijke partij. Maar ondertussen hebben de beide LPF-ministers zich wel begeven op een terrein dat progressief Nederland al die jaren braak heeft laten liggen: dat van de publieke moraal.

En nog steeds komt er geen antwoord. Geen ideeën, geen krachtig weerwoord, geen nieuwe blauwdruk niet vanuit politiek, niet vanuit de intelligentsia. In plaats daarvan het nuffige geklaag van Campert en Zwagerman, de verwende verongelijktheid van Dick Benschop: Nederland is niet leuk meer; als het zo moet, dan hoeft het van mij niet meer. Nu het straatrumoer waar Zwagerman zich jarenlang tegenaan heeft geschurkt al te luid gaat klinken, en de populaire cultuur die hij zo lang hartstochtelijk opvrijde al te platte trekjes gaat vertonen, moet ineens de luwte worden opgezocht. Één geslaagde populist in de politiek, één politieke moord, één partij van politieke amateurs met halfbakken ideeën aan de macht, en het is alweer tijd voor een waardige innere Emigration of een goedbetaalde baan in het buitenland. Jarenlang discussieerden Nederlandse kunstenaars over de noodzaak van een nieuw engagement, dat altijd ver over de grens moest worden gezocht, het liefst in Sarajevo. Nu Nederland eindelijk onder zijn glazen stolp van gezapigheid en bedaagdheid vandaan is en die veilige stolp achteraf een optische illusie is gebleken hoor je er plotseling niets meer over.

Nee, natuurlijk is Nederland niet leuk meer. Het gedoogbeleid heeft monsters gebaard, de verbeten linkse èn rechtse ideologie van de vrije zelfontplooiing eveneens. De politiek is onder het mom van vernieuwing vervallen tot een schertsvertoning. Grondrechten en geaccepteerde normen worden schaamteloos ter discussie gesteld. Het publieke domein is verwilderd en in handen van zakenmannen die het patent op de moraal opeisen.

De hoogste tijd, zou ik zeggen, voor een nieuw engagement. Niet het oudlinkse spandoekenprotest, niet het engagement van de goedkope leuzen en gemakkelijke retoriek tegen racisme en fascisme, maar een subtieler engagement met het idee van Nederland zelf. Want daarin heeft Hilbrand Nawijn zeker gelijk: Nederland is een mooi land en daar willen we wat mee. Wat? Dat is een vraag die niet rustig in de luwte beantwoord kan worden. Er staat te veel op het spel.