Ik kan... leven met wespen

Wespen zijn meestal alleen maar een beetje lastig: ze cirkelen om je glas limonade, ze kruipen in je bierblikje en ze likken aan je gebakje. Lastiger is de paniekerige moeder die met doeken begint te zwaaien of de betweterige buurman die je verbiedt ook maar één beweging te maken. Met wespen om je heen kun je gewoon doorgaan met leven, maar doe het rustig, vermijd heftige bewegingen, zorg dat je ze niet tussen je kleren krijgt, trek ze niet aan door parfum en rondslingerende zoetigheid (open vuilnisbak) en slik ze niet in. Dat laatste kan gevaarlijk zijn als ze in je keel steken. De zwelling kan ademhalingsproblemen geven. Ga dan onmiddellijk naar de dokter.

Wie per ongeluk het nest verstoort – vaak een hangend papierachtig korfje, maar ook een gat in een muur of een balk – wordt al gauw niet door één, maar door vele wespen gestoken. Wespen geven in dat geval een speciale geurstof af die nestgenoten tot steken aanzet. Van tien of meer steken kun je ernstig ziek worden.

Een wespensteek kan behoorlijk pijn doen. Er ontstaat gewoonlijk een forse bult, die gaat jeuken, maar na enkele dagen weer verdwenen is. Er zijn enkele middeltjes om de zwelling te verminderen, zoals After-Bite, Prrikweg en een lidocaïne- of xylocaïne-crème.

Sommige mensen reageren bijzonder hevig op een wespensteek: ze zijn allergisch voor wespen-, bijen- en hommelgif. Dat komt omdat ze al eens eerder in hun leven zijn gestoken, waarna het afweersysteem gesensibiliseerd is. Na een steek kunnen overal op het lichaam rode bultjes ontstaan, ze worden kortademig, ze kunnen moeilijk spreken en slikken. Breng zo iemand zo snel mogelijk naar een huisarts. Soms is de reactie zo hevig (anafylactische shock) dat de patiënt in een ziekenhuis opgenomen moet worden.

Wie van zichzelf weet dat hij allergisch is, moet in de wespentijd een noodset bij zich dragen met een automatische injectiespuit. Ook kan hij aan de huisarts vragen om een hyposensibilisatiekuur bij een medisch specialist. Daarmee wordt de allergie weggenomen.

Er leven in Nederland enkele honderden soorten wespen, maar de meeste zijn alleen bekend bij specialisten: goudwespen, bladwespen, graafwespen, spinnendoders enzovoorts. Vervelend zijn alleen de zeven soorten `limonadewespen', waarvan vooral de Duitse wesp (Vespula germanica) en de Gewone wesp (Vespula vulgaris) van belang zijn. Zie dus niet alle zwartgeelgestreepte insecten aan voor steekwespen.

Een wespennest wordt in het voorjaar gesticht door een eenzame koningin. Ze brengt larven groot die uitgroeien tot werksters. Deze helpen haar verder met nog meer larven groot te brengen. Wespen leven niet van zoetigheid, maar van vliegen en muggen die ze in de vlucht vangen. Dat kunnen er duizenden per dag zijn. Ze voeren hun prooi aan de larven in het nest, die hen `belonen' met een zoete vloeistof.

Aan het einde van de zomer verschijnen er darren en nieuwe koninginnen. Er komen daarna geen nieuwe larven meer. De werksters, waarvan er nu honderden zijn, hebben weinig meer te doen en zijn verstoken van hun `beloningszoetigheid'. Die gaan ze nu zoeken bij rijp en rottend fruit – en op het terras bij de limonade en het gebak. In dit stadium heeft het niet zoveel zin meer een lastig nest te verwijderen: het wordt binnenkort toch verlaten en wordt volgend jaar niet meer gebruikt. Als het nest op een ongelukkige plaats zit, kun je beter niet zelf proberen het te verwijderen: vraag het aan een imker of de gemeente. Een groot nest verwijderen is een riskant karweitje.

Wie door een bij of hommel gestoken wordt – met blote voeten door de klaver gelopen – moet kijken of de angel nog in de wond is achtergebleven. Deze kan zelfstandig doorgaan met gif pompen. Krab hem er met de nagel uit. Niet aanpakken, want dan knijp je het gifzakje juist leeg.