Hoogopgeleide niet in de gevarenzone

Op het gebied van de arbeidsmarkt komen voortdurend nieuwe onderzoeken uit. De conclusies lijken elkaar vaak tegen te spreken.

Voor hoogopgeleide starters op de arbeidsmarkt die een beeld proberen te krijgen van hun kansen bij werkgevers, zijn het verwarrende tijden. Terwijl het ene onderzoek rept van een voortdurend gebrek aan goede werknemers, stelt het andere dat het aantal vacatures nu in rap tempo begint te dalen. Moeten werkzoekenden zich echt zorgen maken of valt het mee?

Op 1 juli van dit jaar presenteerden de HBO-Raad en de Vereniging van Universiteiten VSNU een onderzoek waarin werd geconcludeerd dat ,,ondanks de kwakkelende conjunctuur'' zeker 45 procent van de werkgevers moeite heeft aan hoger opgeleid personeel te komen. De problemen zijn het grootst in de sectoren zorg, overheid, zakelijke dienstverlening, industrie en bouw, zo schrijven de organisaties in hun persbericht. In het rapport van onderzoeksbureau NIPO dat de basis vormt voor dit bericht staat echter ook, dat 36 procent van de werkgevers het gemakkelijk vindt om aan hoger opgeleid personeel te komen. En terwijl 43 procent van de bedrijven zegt dat er voldoende hoger opgeleide werknemers te vinden zijn in Nederland, is 42 procent het hier niet mee eens.

Afgelopen week kwam het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) met een arbeidsmarktonderzoek waaruit blijkt dat schoolverlaters weer vaker moeten beginnen onder hun opleidingsniveau. Ook moeten ze langer zoeken naar een baan. In de afgelopen twaalf maanden schreven zich bij het CWI 22 procent meer hbo'ers en 15 procent meer academici in op zoek naar werk. Twee maanden geleden al concludeerde het CWI (waar onder andere de arbeidsbureaus en de sociale diensten in zijn opgegaan) dat werkzoekenden met een opleiding op universitair of hbo-niveau relatief meer last hebben van de conjuncturele dip dan laaggeschoolden. Volgens het CWI hebben vooral hbo'ers het zwaar te verduren. Reden is dat de economische teruggang is begonnen in sectoren als IT en telecom, waar verhoudingsgewijs veel hoogopgeleide mensen werken.

Op de lange termijn hebben hoogopgeleiden echter niets te vrezen, zo stelt het CWI. In navolging van wat al enkele decennia wordt voorspeld, gaat ook het CWI ervan uit dat aan werknemers in de toekomst nog hogere eisen zullen worden gesteld. Wie niet over de juiste opleiding beschikt, komt op de arbeidsmarkt steeds verder in de verdrukking.

Die conclusie wordt gedeeld door het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), verbonden aan de Universiteit van Maastricht. Uit het Schoolverlatersonderzoek dat het ROA op 15 juli publiceerde, blijkt dat de terugval in economische groei vooral laagopgeleide schoolverlaters treft. ,,Weliswaar is nog steeds een klein deel van alle schoolverlaters werkloos (3 procent), maar voor laagopgeleide schoolverlaters is het werkloosheidspercentage het afgelopen jaar voor het eerst sinds tijden weer toegenomen. Voor schoolverlaters van het vbo (voorbereidend beroepsonderwijs, red.) is de werkloosheid van 4 procent naar 6 procent gestegen; voor schoolverlaters van BOL niveau 1/2 (laagste niveau middelbaar beroepsonderwijs, red.) van 4 procent naar 7 procent''.

Ook uit andere onderzoeken van het ROA blijkt dat – zeker op de langere termijn werkzoekenden met een universitaire of hbo-opleiding een grotere kans hebben om aan een baan te komen. In het rapport De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2006, dat vorig jaar november verscheen, schrijven de onderzoekers dat schoolverlaters van het hbo of wo ,,in het algemeen'' goede tot zeer goede arbeidsmarktperspectieven kunnen verwachten. ,,Een belangrijke oorzaak (...) is dat voor de hoger opgeleiden van zowel het hbo als het wo de arbeidsmarktinstroom geen gelijke tred houdt met de werkgelegenheidsgroei.''

De onderzoekers bekijken ook bij welke opleidingen de uitzichten op een baan beïnvloed worden door de economische situatie. Vooral schoolverlaters met een opleiding in de zorg worden volgens de ROA-onderzoekers nauwelijks geraakt door de economie. Bij veel andere opleidingen is dat effect wel duidelijk zichtbaar. ,,Als de economie in een dal terechtkomt zal ruim eenderde deel van de schoolverlaters voor wie nu een gunstig perspectief op de arbeidsmarkt wordt voorzien, het risico van een forse verslechtering van de arbeidsmarktsituatie lopen. Het betreft hier vooral schoolverlaters van vele technische en in mindere mate economische opleidingstypen die het meeste risico lopen, zoals o.a. mbo bouw, mbo installatietechniek, hbo bouwkunde, hbo civiele techniek en wo civiele techniek, hbo commerciële economie en wo bedrijfskunde.''