Hooglander ten onder aan eigen succes

De Schotse hooglander, symbool van een krachtig natuurbeleid, dreigt aan zijn eigen succes ten onder te gaan. Op de Veluwe is te weinig gras voor alle dieren.

De zon brandt boven de paarse hei van Terlet. Een karavaan journalisten houdt halt voor twee runderen. Ontspannen liggend naast een drinkpoel versperren ze de zandweg: Schotse hooglanders, middelpunt van een mediahype. Boswachters en begrazingsdeskundigen worden gefotografeerd en gefilmd, fietsende toeristen kijken op, verbaasd over al die belangstelling voor wat meestal een van de stilste gebieden van Nederland is.

Vereniging Natuurmonumenten heeft in het Nationaal Park Veluwezoom ongeveer 230 Schotse hooglanders lopen, die ervoor zorgen dat het landschap niet dichtgroeit met bossen en zanderige plekken openblijven. Beleidsmedewerker Harm Piek van Natuurmonumenten: ,,De stieren doen van alles om elkaar te imponeren. Ze grommen en graven en stampen net zolang tot er een grote zandkuil is ontstaan, die een heel ander type vegetatie en diersoorten mogelijk maakt.'' Dat is ook prettig voor de bezoeker: ,,De vergezichten geven je een gevoel van ruimte zoals bijna nergens in Nederland.''

De Schotse hooglander, die twintig jaar geleden voor het eerst als wild dier in het gebied werd uitgezet, is slachtoffer van zijn eigen succes.

Als de nieuwe politieke top van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij niet snel een ,,moedig besluit'' neemt, dan ziet Natuurmonumenten zich gedwongen binnenkort honderdvijftig dieren uit de populatie te vangen en af te voeren naar de verbrandingsoven. Harm Piek: ,,Als de minister niets doet, helpt hij het eigen streven naar grote, robuuste eenheden natuur om zeep.''

De dieren zijn kerngezond. ,,Er zijn hier geen ziekten'', verklaart dierenarts Henk Luten, die de dieren al twintig jaar heeft gevolgd. De kans dat een grote besmettelijke ziekte uitbreekt is bijzonder klein, vanwege de geïsoleerde positie van de runderen en de uitgestrektheid van het terrein, 3.900 hectare ofwel achtduizend voetbalvelden groot. Luten: ,,Ze hebben zelfs geen wormen.'' Het enige gevaar zijn onderlinge vechtpartijen, waarbij sporadisch een rund zich verwondt, of een doodenkele moeilijke bevalling.

Natuurmonumenten zou de honderdvijftig dieren willen overbrengen naar andere natuurgebieden, omdat er in het gebied te weinig voedsel is voor iedereen. Sinds zes jaar voert Natuurmonumenten de dieren bij, maar dat is tegen de leidraad die daarvoor is opgesteld. ,,Wij zagen aankomen dat er 's winters een massale hongerdood zou optreden en dat wilden we voorkomen.'' Boswachter Hans van Dijk: ,,Meestal is het gras aan het einde van de winter op. Dan verliezen de koeien vaak twintig procent van hun gewicht. Dat is normaal. Maar nu is het gras al in het najaar op.'' Al die jaren werden er extra hooibalen gevoerd, ,,in de veronderstelling en de verwachting dat wij snel toestemming zouden krijgen om de dieren naar elders te brengen'', aldus Piek.

Die toestemming is er nog steeds niet. De regels van de Europese Unie voorzien niet in het houden van natuurrunderen zonder oormerk. Officieel bestaan de dieren dus eigenlijk niet. En het verplaatsen van niet-geoormerkte runderen is verboden, hoewel vier jaar geleden het ministerie ook een uitzondering op de regel maakte door toestemming te geven voor het verhuizen van 45 hooglanders uit de Veluwezoom naar het natuureiland Tiengemeten. Ook Spaanse vechtstieren vallen buiten de oormerkregel, meldt Natuurmonumenten, alsmede enkele wilde runderen in Engeland en in de Pyreneeën. ,,Dus waarom deze dieren niet?'' zegt Piek. Hij stelt dat Nederland iets had kunnen regelen in Brussel, ,,als niet een ambtenaar had zitten slapen bij het aanmelden van deze regels''. De woordvoerder van LNV ontkent dat en speelt de bal terug. ,,Ze hebben hun eigen probleem gecreëerd door de dieren bij te voeren.''

De dieren naar de destructor brengen is volgens Natuurmonumenten ,,het slechtste wat je kunt bedenken'', want het gaat om ,,volstrekt gezonde dieren'' die bovendien een interessante verwildering hebben doorgemaakt in hun gedrag.

Iets sympathieker, maar nog altijd ,,niet enthousiast'' is Natuurmonumenten over de optie om de dieren te doden en het vlees als voedsel te geven voor de roofdieren in dierentuinen. ,,Dan hebben ze in elk geval nog een functie'', zegt boswachter Hans van Dijk, die daarbij niet vrolijk kijkt. En de beesten oormerken zoals landbouwkoeien is ,,eigenlijk geen optie'', aldus Natuurmonumenten, al was het maar omdat zoiets een helse taak is. ,,Het is onmogelijk om alle dieren te vangen en ze te oormerken. Daar zijn ze te wild voor. Dan zou je hier rodeo's moeten houden en dat willen we niet'', zegt Piek. ,,Het zou ook best eens tegen de arbo-wet kunnen zijn.''