Het taaie ongerief

Kees Fens schrijft stijlvolle en erudiete stukjes over cultuur in de Volkskrant, een genot om te lezen, maar donderdag ging de doorgaans zo fijnzinnige criticus ineens met een knuppel, als een getergde buurman, de belhamel te lijf die jaarlijks een vrolijk feestje geeft ter ere van de schrijver Theo Thijssen. Onder de kop `De theocentrische Jordaan' spreekt Fens een banvloek die klinkt als een kanonschot uit over het aardige besluit om twee Jordaanbruggen te noemen naar de hoofdpersonen uit de roman Kees de jongen (Kees Bakels en diens grote liefde Rosa Overbeek). En dat terwijl er in de Jordaan ook al een Theo Thijssenschool is, een Theo Thijssenstandbeeld en niet te vergeten een piepklein museum in het geboortehuis van de schrijver.

Te veel eer, vindt Fens: ,,Een goede, mooie schrijver wordt met veel lawaai opgeblazen tot zulke grootte dat hij stuk springt.'' Ik geloof er niets van. Is Multatuli opgeblazen, omdat er op de Noordermarkt, ook in de Jordaan, een beeldje van Wouter en Femke staat? Is Vestdijk passé wegens het standbeeld van Anton Wachter in Harlingen, in de nabijheid van café Wachter? Weg met de Anton Wachterprijs? Weg met het Betje Wolffmuseum, het Couperus-

museum, het Multatulimuseum?

Volgens de opgewonden Fens is de legendarische socialistische onderwijzer Thijssen in handen gevallen van ,,propagandisten, die hem de grootste schrijver aller tijden achten en festiviteiten rond het werk organiseren.'' Nou ja, zeg. En dan te weten dat achter die vermaledijde `propagandisten' één persoon schuilgaat, de aimabele historicus Peter-Paul de Baar, hoofdredacteur van het tijdschrift Ons Amsterdam, wiens bewondering voor Theo Thijssen hoogstens als prettig gestoord kan worden beschouwd. In zijn eentje runt hij het museumpje, hij bezorgt Thijssens verzameld werk en schrijft de biografie van Amsterdams beroemdste schoolmeester. Vorig jaar organiseerde hij een hilarische Dag van de Zwembadpas, waar liefhebbers van Thijssens chef d'oeuvre hun versie ten beste gaven van het speciale loopje van Kees Bakels. Wat schuilt er voor kwaad in om met speelse festiviteiten het werk van Thijssen onder de aandacht te brengen?

Vandaag is het weer Theo Thijssendag in de Jordaan, dit keer op het thema Het taaie ongerief, naar de titel van een autobiografische roman van Thijssen uit 1932. Allerlei Amsterdammers, onder wie burgemeester Cohen, komen vertellen over hun taaie ongerief, waarmee Thijssen doelde op de schaamte die mensen kunnen voelen wanneer ze noodgedwongen in verkeerde kleren lopen. Te korte broekspijpen, geen das, wel een das. Hemden van Zeeman. Geen Nikes of Adidas.

De hoofdpersoon van Het taaie ongerief, Joop van Santen, is een Jordanees kind van straatarme ouders die hem uitdossen met idiote broeken en petjes. Niet omdat zij hem geen normale kleren gunnen, maar omdat ze daar geen geld voor hebben. Thijssen bleef ook in zijn literaire werk de emancipator die hij voor de schoolklas vol kans-

arme kinderen en als sociaal-democratisch Tweede-Kamerlid was. Als Peter-Paul de Baar een propagandist zou zijn, zoals Kees Fens meent, dan zou hij geen gein trappen over de zwembadpas en het taaie ongerief, maar op de proppen komen met een kritische evaluatie van de onderwijspolitiek van de PvdA in de afgelopen decennia.

Deze gedachtesprong geeft me gelegenheid een nuance aan te brengen op wat ik enkele weken geleden in deze rubriek heb opgemerkt over de anti-elitaire rancune van LPF'ers en hun jaloezie op alles wat niet te koop is, zoals cultuur, smaak, kennis, geestelijke bagage: alles wat de PvdA met stank voor dank voor iedereen nastreefde. Ik ontving daarover een verdrietige brief van een leraar Nederlands met dertig jaar leservaring, de heer P. Flaton, die het altijd als zijn opdracht heeft gezien kinderen afkomstig uit gezinnen waarin boekenkasten ontbreken kennis van en inzicht in de basiswaarden van onze cultuur bij te brengen. Een erfgenaam van Theo Thijssen dus. Maar in de lerarenkamer van zijn school overheerst de opvatting dat de PvdA haar krediet bij de `lesboeren' heeft verspeeld door de wijze waarop ze in het onderwijs heeft huisgehouden met doorgedramde bureaucratische veranderingen zoals het studiehuis. Ik vrees dat hij gelijk heeft en dat het verheffingsideaal, waar ik op doelde en waar Theo Thijssen een symbool van is, in de praktijk is verloederd tot een nivellering naar beneden.

Terug naar het taaie ongerief. Ik ga vanmiddag ondanks de hoon van Kees Fens opgewekt naar de Theo Thijssenschool om met de festiviteiten mee te doen. Dat De Baar me erbij wil hebben, bewijst trouwens dat hij geen sekte van kritiekloze Thijssen-bewonderaars aanvoert. Ik verafschuw het boek, Het taaie ongerief.

Toen het in 1996 werd herdrukt, schreef ik dat de auteur zich erin ontpopt als een fatsoensrakker. Zijn alter ego Joop van Santen was namelijk niet alleen als jongetje conformistisch, zoals de meeste kinderen, maar bleef het ook als volwassene. Zijn obsessie ,,correcte gekleed'' te willen gaan, had minder van doen met armoede dan met de ambitie om ,,op te klimmen'' en ,,erbij te horen''.

In plaats van zelf de trend te zetten, zoals je van een socialist als Thijssen zou verwachten, liet hij zich de wet voorschrijven door een kleinburgerlijke middenklasse, die hij stiekem bewonderde. Bij nader inzien vond ik deze kruiperige, door en door fatsoenlijke kant van Thijssen ook terug in veel van zijn overige werk.

Dit kwam me op een zware reprimande te staan van de inmiddels overleden Thijssen-bewonderaar Jan Vrijman, die er twee van zijn Journaille-columns in het Parool aan wijdde. Als product van de jaren zestig en zeventig had ik volgens hem niets begrepen van de sociale emancipatie van de arbeidersklasse die ,,aanpassing vereiste aan het burgerlijk fatsoen''. Daar zit een kern van waarheid in, maar Journaille vergat te vermelden dat veel progressieve tijdgenoten van Thijssen hun vernieuwingsdrang wel degelijk met non-conformistische kleding tot uitdrukking brachten. Denk maar aan de feministen die een generatie voor Thijssen hun corsetten verruilden voor `reformjurken'.

Qua kleding was Thijssen een slijmjurk. Maar dat is geen reden het jaarlijkse aan hem gewijde feestje te vergallen. Hadden de `Thijssen-propagandisten' Kees Fens maar uitgenodigd. Waarom draagt mijn favoriete criticus altijd van die fantastisch mooie jasjes? Daar moet een zeer taai ongerief achter zitten waar ik alles van zou willen weten.