Hand in hand

Alles groeit aan Feyenoord, het lef, de collectiviteit, het combinatievernuft, ja zelfs de technische finesse. Het lijkt alsof de Rotterdamse club nu pas defintief gemondialiseerd is. Zij het dan ook meteen op koninklijke hoogte.

De trots is zo langzamerhand aan het uitwaaieren naar de uithoeken van het land. Waar je vroeger in de café's van Hengelo en Venlo alleen Ajacieden en provincialen trof, weerklinkt nu ook het `Hand in hand, kameraden'. Op zijn gregoriaans, dat nog wel, maar de articulatie wordt steeds beter. En er hangt en zweem van ware clubliefde in de tent.

Hoe is het zo snel gegaan?

Prestaties, niets dan prestaties. Wat Feyenoord tegen het Turkse Fenerbahçe heeft laten zien, was compacte klasse. Alles klopte, bij vlagen was het voetbal zelfs oogstrelend. Dat vonden ook de Turkse supporters die zowaar in de handen klapten voor de tegenstander. Het was een beeld dat mij terugwierp in de nobele jaren vijftig. Toen zag je het vaker, tribunes die in de ontroering voor een touch het onderscheid tussen vriend en vijand kwijtspeelden.

In het succes van Feyenoord zit allereerst de hand van koopman Jorien van den Herik. Deze ijzervreter pur sang strijkt nu de eer op van zijn geduld. Hij heeft lang moeten wachten om de club weer enigszins op de rails te krijgen. Sterker nog, Van den Herik heeft een surplace van járen achter de rug. Geduld is niet evident voor een voetbalpreses. En zeker niet voor iemand die zijn hele leven in het snelle geld van de bouw heeft gezworven. Jorien mag dan wel schraal zijn van lijf en leden en nog schraler van complimenten, in zijn liefde voor Feyenoord is hij altijd genereus geweest.

Het succes van Feyenoord is mede het succes van Bert van Marwijk. Hij, een provinciaal par excellence, had genoeg verbeelding en tolerantie om zich in alle bescheidenheid te positioneren. Man zonder bevelschriften, man voor kaarslicht zelfs, maar ook man met hart voor bal en speler. Het gezag van Van Marwijk berust op argumenten, niet op blablabla. Bert is de meest a-cosmetische trainer van de eredivisie. In hem ligt geen dubbele bodem, geen gespleten tong, geen valse oogopslag. Puur natuur. Daarom kostte het hem vorig jaar weinig moeite om een academische rebellie van de oude garde te bedwingen. Zoals het hem ook nu geen moeite kost die etter van een Robin van Persie alle hoeken van de kleedkamer te laten zien.

Sommige mensen denken dat in het Rotterdam van Fortuyn elke vorm van rebellie de status van een kroonjuweel heeft. Recalcitrantie als ideologie, zelfs de meest houterige burgemeester van het land, I. Opstelten, doet er aan mee. Bert wijkt niet. Het zal hem ook een zorg zijn wat Piet Keizer zegt. De oude glorie van Ajax meende via Van Persie nog een keer te kunnen vlammen. Hij liet de wakkerste krant van Nederland weten dat het onvolwassen gedrag van de jonge linkspoot van Feyenoord hem erg kon boeien.

Ach, wat betekenen retrogade spiegelbeelden.

Hoe kan een talentrijke maar grillige teenager nou buiten de collegialiteit van de groep? Meneer Van Persie heeft anderhalve wedstrijd geïmponeerd als talent. Dan heb je geen grond onder de voeten voor spectaculaire dissidenties. Zou Robin in de waan leven dat hij de genade van George Best heeft bereikt? Ik mag voor hem hopen van niet. Best heeft er een half leven en een hele carrière over gedaan om te worden geaccepteerd in zijn balorige en eenzame Alleingang.

Het zou zonde zijn als Van Persie een trainer van het laat-maar-waaien-type à la Piet Kiezer tegen was gekomen. Dan kon hij nu al een kruis maken over zijn toekomst. Met Van Marwijk ligt het anders. Bert heeft nog nooit een mens, een kat en een hond bezeerd als het niet nodig was. Deze coach heeft meer grijze haren dan ego. Ik zou denken: Van Persie, tel je zegeningen als mijnheer Bert banbliksems over je uitspreekt.

Feyenoord is ook Bosvelt. En Van Wonderen. En Van Hooijdonk natuurlijk. Misschien hadden zij wel tegen trainer en voorzitter moeten zeggen: je koopt geen Bombarda als Litmanen op de markt is. Of was de oude garde in de Kuip toch te bang voor de elegantie van Jari, te bang voor zijn charisma, te bang voor een stilistisch supplement?

Bombarda is van Groningen en van Willem II, van de provincie dus. Hij wilde zo graag aan zijn familiale levensavond in Spanje beginnen. Had die jongen dan ook niet verlekkerd, niet verleid. Met Bombarda in de spits verliest Feyenoord gegarandeerd van RKC en wellicht ook van FC Zwolle. Terecht.