Gennep - Vierlingsbeek

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op de provinciegrens tussen Limburg en Noord-Brabant.

In de grindweggetjes staan diepe plassen en de paardenpaden lijden aan cellulitis dankzij de inslag van zware druppels in het rulle zand. Ook hier, op de grens tussen Limburg en Noord-Brabant, heeft het gisteren uren lang heftig geregend.

Nu ploffen vlokken licht tussen de stammen van naald- en loofbomen neer op mos, struiken en jeneverbes. Nu schijnt de zon. Door sluierwolken heen, maar sterk genoeg om in de ochtenduren al de bedauwde bramen lauw je mond in te kunnen laten glijden.

We doen een stukje van het populaire Pieterpad. Dat schijnt heel druk belopen te worden, maar als dat waar is, hoe kunnen er dan nog zo veel bramen onopgegeten zijn gebleven? Lusten wandelaars geen bramen? Of valt het wel mee met de drukte? Hoe dan ook, het is stil in dit verleidelijk mooie bosgebied ten zuiden van Gennep. De bomen en de dampige weiden begeleiden ons naar de Maas, waar we met een pontveer de provinciegrens zullen passeren. Maar zover zijn we nog niet, gelukkig. We willen graag nog een tijdje scharrelen tussen deze bomen en de vogelkers, met aan onze voeten gele stuifzwammen die nog te jong zijn om te stuiven.

Er hangt een brief aan een boom: de route van het Pieterpad is omgelegd. Luuk en Alex, eigenaars van dit bosperceel, verklaren dat ze de overlast van al dat volk op hun terrein beu zijn. Ze verwijzen naar artikel 461 van het Wetboek van strafrecht en rekenen op ons begrip.

Overlast? Ik krijg de ziekte in. Wat een egoïsten, die twee. Hoe druk kan het hier worden? En wat voor last geven wandelaars eigenlijk?

Bel. Bel! Bel!! ,,Opzij!!!'' Drie buikende patsers op crossfietsen willen erlangs. En vlug wat. Boven een bepaalde leeftijd kunnen mannen beter afzien van strakke tricots in schreeuwende kleuren en liever ook van modieuze stoppels op hun kaken, maar dat is een ander verhaal. ,,Het is hier afgesloten,'' wijs ik op de brief aan de boom. Een varkensblik achter een stofbril probeert me te verzengen. Hij schreeuwt: ,,Wat staat daar dan!?'' Nog te lui om zelf te lezen. Plotseling begrijp ik Alex, en Luuk begrijp ik ook.

Onfatsoen behoeft geen antwoord en het mag ook niet langs. Tierend verdwijnen de kerel en zijn maten tussen de bomen. Luuk en Alex zijn weer even veilig.

Via de `Groene Streep' die paars ziet van de heideheuvels, voert het Pieterpad naar een magnifiek natuurgebiedje: het Quin. De zon trekt haar voile neer en stuurt vals licht. Het doet geen kwaad, het flatteert de heide, de vennen en de enkele grove den.

De Pierre II zet ons de Maas over. Het water geurt groen, het geluid van staal op staal stemt in met het klotsen van de rivier. Weer aan de wal, in Brabant, treffen we tussen heggen en heggetjes weilanden met witte koeien en knollentuinen met sperziebonen en gele pompoenen.

17 km. Kaart 19, 20, 21 uit: T. Goorhuis-Tjalsma en B. Jens: `Pieterpad. Traject II, Vorden - Maastricht'. Uitg. LAW, Amersfoort. Inl. openbaar vervoer tel. 0900 9292. Tel. taxi 0900 2356684 of 0478 510000.

`Vogels kijken' staat op pag. 2 in Leven &cetera;.