`En wat heb jij voor Nederland gedaan?'

Ze was negen uur staatssecretaris. Philomena Bijlhout vertelt voor het eerst over het `vlekje' bij de start van het nieuwe kabinet. Over de wanhoop in de ogen van Balkenende, de `krabbenmentaliteit' van Surinamers en haar recht op wachtgeld: `Goed, ik ben onzorgvuldig geweest, maar sinds wanneer heb je dan geen rechten meer? '

Het telefoongesprek duurde bijna twee uur. Toen zei ze: ,,Joh, ik moet nu echt gaan ophangen, ik moet m'n kleren voor morgen nog klaarleggen.''

Het was zondagavond 21 juli, kwart voor twaalf. De volgende dag zou het kabinet-Balkenende worden geïnstalleerd, met daarin Philomena Bijlhout (44) als LPF-staatssecretaris voor Emancipatie- en Familiezaken. De vrijdag ervóór was ze in het gebouw van de Eerste Kamer op bezoek geweest bij formateur Balkenende. Na afloop, op het Binnenhof, hadden journalisten haar opnieuw ondervraagd over haar verleden bij de Surinaamse Volksmilitie. Ze reageerde zoals alle voorafgaande weken: niets aan de hand. Maar ze voegde er ook iets aan toe: ze had de Volksmilitie ruim voor de Decembermoorden van 1982 verlaten. Ze zou na de coup in 1980 lid zijn geworden, maar ,,binnen een jaar'' weer zijn opgestapt, omdat de militie te veel een militair karakter kreeg.

Dat was een vreemde opmerking.

Want in 1980 was de Volksmilitie nog helemaal niet opgericht. Ze onstond pas daarna, als volks of buurtcomités van burgers die wilden participeren in de opbouw van het land. En het militaire karakter kreeg de militie hoofdzakelijk na en niet vóór de Decembermoorden in 1982.

In het daarop volgende weekend bevestigde een aantal mensen uit progressief Suriname van destijds dat het niet anders kon of Philomena Bijlhout zat ook na de Decembermoorden nog bij de Volksmilitie. Iemand vertelde zelfs foto's te hebben gezien waar ze in militiekleding op zou staan, genomen in mei 1983 tijdens een militair trainingsweekend bij de Ajoko-kazerne in de buurt van het vliegveld Zanderij.

Daarover ging ons telefoongesprek, die zondagavond 21 juli. We hadden het over de idealisten die een links Suriname voorstonden. Over de Decembermoorden, een zwarte bladzijde in de recente geschiedenis van het land. Over ons gezamenlijke verleden als radioverslaggever in 1987; zij voor de Radio Suriname International (RSI), de tegenhanger van de Nederlandse Wereldomroep; ik voor Hilversumse zendgemachtigden. Toen kwamen de eerste vrije verkiezingen na de coup en Philomena Bijlhout zei: ,,Bouterse's partij, de NDP, werd weggevaagd en ik kon er voor RSI gewoon over berichten. Ik heb nooit in het belang van de militairen verslag gedaan.''

Maar daar ging het nu niet om. Het draaide nog maar om één vraag – was ze na de Decembermoorden nog lid van de Volksmilitie? Ze had publiekelijk gezegd van niet. Ze had tegen formateur Balkenende gezegd van niet. En ze zei nu nog steeds van niet.

Maar hoe zat het dan met die foto's uit 1983?

Ze bleef volhouden: ,,Ik heb wel eens een weekend training gehad, maar niet in 1983. En er kunnen geen foto's van zijn. Ajoko? Die naam zegt me he-le-maal niets.'' We liepen de hele `revolutionaire' periode in Suriname door. Had ze zich toch niet vergist? Ze persisteerde: ,,Geloof me nou.'' En toen hing ze op. Er was nog veel te doen voor morgen.

Ze zag er die maandag 22 juli goed uit. Offensieve uitstraling, loshangend haar, het pakje dat ze ook aanhad op de begrafenis van Pim (,,omdat hij had gezegd dat het me zo mooi stond''). Na de beediging bij de koningin was ze op haar nieuwe ministerie van Sociale Zaken geweest en in de namiddag reed ze naar het Binnenhof, op weg naar de perspresentatie van het kabinet. Toen kwam er telefoon: iemand van het RTL-Nieuws wilde haar de foto's uit 1983 laten zien die correspondente Nina Jurna inmiddels naar Nederland had gestuurd. De confrontatie leverde historische beelden op. Philomena Bijlhout die argeloos lachend de foto's bekijkt en zegt: ,,Ja, dat ben ik. En dat daar is mijn vriendin.'' Daarna ging het heel snel. Enkele uren later kondigde ze op de trap van het ministerie van Algemene Zaken haar aftreden aan: ,,Ik ben uit de militie gegaan, vanwege het militaire karakter. Ik herinnerde mij dat dat voor de Decembermoorden van 1982 was. Naar nu blijkt, is dat later geweest. Dat betekent dat ik premier Balkenende verkeerde informatie heb gegeven.''

Daarna werd ze met een auto van het ministerie van Sociale Zaken thuis gebracht. Jammer, zei de chauffeur: ,,Het had me hartstikke leuk geleken, met u te rijden.'' Haar kinderen van acht en veertien jaar, met wie ze als alleenstaande moeder samenleeft, waren bij haar oma. Het huis was leeg. Ze weet niet meer wat ze die avond gedaan heeft. Alleen maar dat ze de volgende dag in de Albert Heijn stond en dat haar jongste bij de kassa zei: ,,Mama, ze staan allemaal naar ons te kijken.'' Vanaf toen bleef ze zoveel mogelijk binnen. En als ze al de straat opging, bond ze haar haren bij elkaar, want met loshangend haar werd ze meteen herkend. Ze wilde met de kinderen naar familie op de Antillen, maar ze kon geen retourvlucht krijgen. Dus boekte ze maar een last minute naar Afrika.

Twee weken geleden belde ze op, terug uit Gambia, timide: ,,Met Philomena. Nog even over die zondagavond: ik wilde je laten weten: ik wist het echt niet, van die foto's.'' We maken een afspraak in haar woonplaats Rotterdam. Ze zegt: ,,Het was mijn waarheid in mijn hoofd.''

Maar nu de hamvraag: was het bewust?

,,Nee, natuurlijk niet. Dan had ik het toch niet op deze manier gedaan? Je ziet toch aan die reactie van mij op televisie hoe overdonderd ik was? Als ik zo berekenend bezig was geweest, dan had ik van tevoren toch allang een verhaal over die Decembermoorden klaar gehad? Dat was trouwens helemaal niet moeilijk geweest. De moorden waren een actie van Bouterse en de coupplegers van 1980. Iedereen weet dat noch ik, noch de Volksmilitie, noch het overgrote deel van progressief Suriname daar iets mee te maken had.''

En juist omdat iedereen dat weet, laad je een verdenking op je door onterecht te zeggen dat je de militie vóór de moorden verlaten hebt. Dan denken mensen: ze zal er toch wel iets mee van doen hebben.

,,Alsof het lidmaatschap van de Volksmilitie een signaal pro-Bouterse was. Wat een bullshit. Ik was twintig en ging in 1980 naar Suriname om het land op te bouwen. Ik was op zoek naar m'n identiteit, kwam terecht in de progressieve sfeer van na de staatsgreep en werd verliefd op een van de linkse ideologen. Vervolgens kwam ik, zoals iedereen in die kringen, in aanraking met de Volksmilitie. Dat was oorspronkelijk een soort scholingsorganisatie. We zaten te praten, te praten, te praten: over marxisme, leninisme, imperialisme, alle `ismes' kwamen voorbij. Toen kwamen de Decembermoorden, die een enorme schok veroorzaakten. Niemand durfde er in het openbaar over te praten, iedereen ging gewoon naar z'n werk en door met z'n leven. De militie werd helemaal niet in verband gebracht met de moorden, dus ook dát leven ging gewoon door.''

Maar na de Decembermoorden, vertel je nu zelf.

,,Ja, inmiddels weet ik dat ook. Maar tot het moment dat ik die foto's op het Binnenhof zag, had ik een heel andere tijdbalk voor ogen. Ik weet nog goed dat ze bij de Volksmilitie, na de scholingsperiode, begonnen met het introduceren van het militaire element. Ik weet óók nog dat ik één keer op een militair trainingsweekend ben geweest, kennelijk die bij Zanderij, waarvan er dus foto's blijken te zijn. We moesten een wapen in elkaar leren zetten en `hobbelen': lopen in een raar militair drafje. Het was niets voor mij. Dat wapen vond ik eng en al die orders afschuwelijk. Zo'n militair die schreeuwt: `Moet je soms een groene banaan in je reet?' Vreselijk. Later moesten we ook leren marcheren en toen ben ik opgestapt. Ik weet nog steeds niet wanneer en óf ik formeel ben uitgeschreven. Ik weet niet eens hoe ik me aanmeldde! Je weet hoe dat gaat in Suriname: als je geen zin meer hebt, blijf je gewoon weg. En ik was er heilig van overtuigd dat dit zich dus allemaal vóór de Decembermoorden afspeelde. Fout dus.''

Premier Balkenende vertelde op de avond van het aftreden, dat je zelfs gezegd had dat je de militie anderhalf jaar voor de moorden zou hebben verlaten. Toen was die hele Volksmilitie er nog niet eens.

,,Het is ook belachelijk dat ik dat gezegd heb. En het is inderdaad ook onmogelijk, maar ik dacht het en ik zei het en niemand vroeg: maar dat kan toch helemaal niet? Mijn betrokkenheid met de progressieve ideologie dateerde van vóór de moorden, dus ik denk dat ik daarom ook mijn afscheid van de Volksmilitie in die tijd heb geplaatst. Ik heb er ook nooit over getwijfeld.''

Is het toch niet zo dat je hebt gedacht: als ik die Decembermoorden maar ver weg hou, dan begint niemand erover?

,,Nee, echt niet! Dat was toch ooit uitgekomen? Ik wil graag met iedereen discussiëren over mijn keuzes in de jaren tachtig. Dat heb ik ook heel veel gedaan, voor en nadat ik op de LPFlijst kwam, óók over de Volksmilitie-tijd: in fora, op Surinaamse radiozenders, in kranten. Je kan het ermee eens of oneens zijn, maar mijn betrokkenheid bij progressief Suriname was nooit een belemmering voor de politiek of voor die post van staatssecretaris. En nu word ik afgerekend op de Decembermoorden, waar ik helemaal niets mee te maken had, dat is het trieste. Maar ik heb het fout gedaan, ik had die data van tevoren moeten checken. Dan was het ook gewoon uit te leggen geweest. Het is dom, het is naïef en het is verschrikkelijk.''

Sinds ze is afgetreden heeft Philomena Bijlhout haar kortstondige politieke carrière regelmatig de revue laten passeren. Die begon toen ze haar baan bij TV Rijnmond moest opzeggen, omdat ze op de Lijst Pim Fortuyn terechtkwam: ,,Ik dacht dat Pim een racistische, rechts-extremistische man was. Totdat ik hem een keer sprak en merkte wat een verkeerd beeld de media van zijn denkbeelden hadden geschetst. Ook ik had me daardoor laten leiden, maar zijn eigen waarheid was heel anders. Zó enthousiast, je zó in je waarde latend. Hij zei: `Allochtonen moeten op eigen kracht verder, niet op basis van voorkeurstemmen. Neem je verantwoordelijkheid, kies voor het land waar je woont!' Dat sprak me enorm aan.'' Ook met Fortuyn had ze het over haar Volksmilitie-verleden. Hij vond het geen probleem. In het teken des tijds, zei hij, is het te verklaren. En bovendien: als ze je er ooit mee lastig vallen, dan moet je nog maar eens uitleggen dat Nederland Bouterse's coup in 1980 gewoon steunde. ,,Ik vroeg nog: kan ik dat echt zo zeggen, Pim? Hij keek me quasi-bestraffend aan en zei: `Philomena, ken je geschiedenis'.''

Haar overstap naar de politiek bracht een grote verandering: ,,Ik werd, zoals zoveel LPF'ers, meteen in de hoek gezet, maar als Surinaamse was dat extra erg. Allochtonen riepen dat ik een racist steunde, door Naïma Azough van GroenLinks werd ik `het schaamlapje van Pim' genoemd.''

Ze kwam op de vijftiende plek van de lijst terecht en werd na de verkiezingen als enige uit de LPF-fractie als bewindspersoon voorgedragen. Op een geheime locatie, in een Haags hotel, had ze haar eerste gesprek met formateur Balkenende. ,,We hebben anderhalf uur heel goed gesproken, over emancipatiebeleid en ook over Suriname. Ik heb zelf de Volksmilitie aan de orde gesteld, en verteld dat ik er vóór de moorden inzat. Hij begreep het en maakte er geen enkel probleem van.''

Het weekend vóór de installatie van het kabinet had ze de eerste kennismakingsbijeenkomsten op het minsterie van Sociale Zaken. ,,Het was geweldig, het klikte tussen minister Aart-Jan de Geus (CDA), staatssecretaris Mark Rutte (VVD) en met de ambtenaren. We maakten plannen, er heerste een enorme coalitiegeest en teamspirit. De Volksmilitie is toen helemaal geen issue geweest.''

Balkenende had ze toen al voor de tweede keer gesproken, tijdens het formele gesprek met de formateur in de Eerste Kamer op vrijdag. Ze informeerde de aankomend premier foutief: ,,Toen hij vroeg: `Is er verder nog iets dat ik moet weten', is de Volksmilitie weer aan de orde gekomen en heb ik opnieuw gezegd dat ik er vóór de Decembermoorden uit was gestapt. Hoe lang ervoor, vroeg hij nog. En ik antwoordde dus: anderhalf jaar. Onbegrijpelijk. Maar op dat moment twijfelde ik er helemaal niet over. Totdat ik die maandag van de beëdiging dus de foto's uit Suriname onder ogen kreeg. Toen dacht ik voor het eerst: zou het dan toch 1983 zijn? Toen ben ik maar eens met familie in Paramaribo gaan bellen.''

Het werden hectische uren. Ze trok zich terug op het ministerie van Algemene Zaken, in en om het Torentje, de werkkamer van de nieuwbakken minister-president. LPF-vicepremier Bomhoff was er, haar politieke baas Aart-Jan de Geus en minister van Justitie Donner. Ze vertelt wat er gebeurde: ,,Er heerste een rouwstemming, radeloosheid. Luns was net overleden en Bomhoff riep nog: `Die is ook fout geweest en heeft ook gewoon door kunnen gaan'. En Aart-Jan de Geus zei: `Eigenlijk is er niets aan de hand, wat mij betreft kan je blijven.' Balkenende zat achter zijn bureau, je zag de wanhoop in zijn ogen: wat moeten we nu? Alleen Donner bleef maar hameren op het feit van die verkeerde datum, daar focuste hij op.''

Ze liepen steeds heen er weer, van Balkenende's kamer naar een ruimte daarnaast, soms met Philomena Bijlhout, soms zonder haar. ,,Niemand zei: je moet aftreden. Maar ik voelde steeds sterker dat ik geen keus meer had. En ik stond er helemaal alleen voor. Ik belde Mat Herben, maar die zat vanwege bedreigingen op een politiebureau. Bomhoff was inmiddels weg. Toen heb ik m'n moeder en m'n oma maar gebeld, maar ja: de feiten lagen er, het was gewoon einde oefening.''

Ze pakt een klein, beige notitieboekje uit haar tas. Vanaf het moment dat ze voor de politiek koos, schreef ze er tips en wijsheden van allerlei mensen in. Veel heeft ze gehad aan Hubert Fermina, voormalig D66Kamerlid. Ze laat zijn bijdrage in het boekje lezen: `Politici mogen niet liegen', staat er. `Eerlijkheid, openheid, oprechtheid, geloof in wie je bent.' Ze wordt emotioneel: ,,Het is het belangrijkste wat ik in m'n opvoeding meekreeg: eerlijkheid. En juist met een beschuldiging van oneerlijkheid word ik nu afgestraft.'' Ze had het die maandagavond in het Torentje cynisch tegen AartJan de Geus gezegd: ,,Ik had het allemaal moeten uitzoeken en er vervolgens een draai aan moeten geven. Als ik één ding geleerd heb in deze korte tijd in de politiek, dan is het dat je moet liegen.'' ,,Nee Philomena, nee'', had hij haar vertwijfeld toegeroepen: ,,Dát mag de les niet zijn.'' Hij had haar vastgepakt, heel stevig, en hetzelfde gezegd als haar oma: ,,Vertrouw op God.''

Schade en schande maakten haar de afgelopen weken wijs, vindt ze. Nu ze veel mensen uit die tijd heeft gesproken, zegt ze een genuanceerder beeld over het Suriname van toen te hebben gekregen. Begrijpt ze nu de kritiek op haar keuzes uit de jaren tachtig ook beter? Hoe je het wendt of keert: na de Decembermoorden werkte ze bijvoorbeeld nog voor de door de militairen ingestelde regering-Alibux, die nooit afstand nam van de moorden, en kondigde ze op tv campagnes aan van een niet democratisch gekozen kabinet. ,,Achteraf zie ik dat wel, maar toen was dat niet zo duidelijk. Ik ging nieuws lezen, omdat men personeel nodig had, niet uit ideologische overwegingen. Inderdaad: sommigen vertrokken, omdat ze niet meer in het Suriname van Bouterse wilden leven. Ik dus niet. Niet vanwege Bouterse of omdat ik de Decembermoorden steunde. Maar gewoon omdat we door wilden gaan met ons werk, waarvan wij vonden dat het goed was. En dat was ook goed: de alfabetiseringscampagne of de bejaardengymnastiek die ik organiseerde: dat was fantastisch. Ik heb niet gemoord of gemarteld, ik heb gewoon m'n best gedaan. En het is schandelijk om alle progressieve mensen van toen te criminaliseren.'' Ze pint haar wijsvinger op tafel. Of er weleens is uitgezocht hoeveel mensen rond de huidige regering-Venetiaan banden hebben met Bouterse of in de Volksmilitie zaten? Wat doet de president zelf eigenlijk aan de mensenrechtenschendingen of corruptiebestrijding?

,,Ik bedoel: stop toch eens met die selectieve verontwaardiging als het over Suriname gaat, vooral ook Surinamers zelf. Ik hoop zo dat wij nou eens ophouden met die krabbenmentaliteit: elkaar naar beneden trekken, dat zwartmaken van de ander, zonder dat je nuchter naar de feiten kijkt.'' Razend kan ze nog worden als ze vertelt over die middag, één dag na haar aftreden. Ze ging op bezoek bij haar oma, toen een Surinaamse tiener haar raam openschoof en naar beneden riep: `Je bent een schande voor Suriname!' ,,Ik werd zó kwaad. Ik draaide me om en had willen terugschreeuwen: `En wat heb jij godverdomme voor dit land, voor Nederland, gedaan? Heb jij je verantwoordelijkheid al genomen?' Ze schrok dat ik zo boos keek en wist niet hoe snel ze de lamellen dicht moest doen.''

Wat nu? Meteen na de affaire riepen LPF-regiocoördinatoren dat ze moest worden geroyeerd. Dat kon niet eens, omdat ze geen lid van de partij bleek te zijn. Een onnodig uitvergroot misverstand, zegt ze nu, waar de coördinatoren helemaal niets van weten: ,,Een aantal LPF-Kamerleden, onder wie ik, waren van plan om bij het aanmelden als lid meteen de contributie over te maken. Maar omdat de partijfinanciën niet op orde waren, hebben we gewacht met het overmaken van dat geld. Je gaat dat toch niet doneren, als je niet weet of het goed terechtkomt?'' Wel heeft ze nog vijftig euro gedoneerd voor de `pr-pot' van de fractie; ze kan het betalingsbewijs nog laten zien. Ze wil maar zeggen: een commitment aan de partij was er dus wel.

Met ,,gekromde tenen'' zegt ze de recente perikelen in de partij te hebben gevolgd, maar onverwacht kwam het niet. Eigenlijk vindt ze zichzelf nu niet in de positie om er over te oordelen, maar toch: ,,Pim had al z'n twijfels over een aantal mensen, nu komt het naar boven. De goede krachten moeten de komende tijd van de kwade winnen.'' Ze wil ,,dolgraag'' terug in de LPF-fractie. Voelde zich daar ,,als een vis in het water''. Als er een plekje vrijvalt, is ze welkom, heeft Mat Herben gezegd. Ze verheugt zich erop. Dan is tenminste ook de discussie over haar wachtgeld voorbij. Maar zo niet, dan zal ze gewoon een beroep op die wachtgeldregeling blijven doen, ondanks het feit dat ze slechts negen uur staatssecretaris was. Fel: ,,Ik heb die regeling niet bedacht. Als ze er problemen mee hebben, hadden ze dat toen moeten bedenken. Ik ben m'n werk kwijt, moet twee kinderen verzorgen, heb al mijn schepen achter me verbrand.''

Maar wel door eigen schuld. Is het daarom moreel niet zuiverder om geen beroep op de wachtgeldregeling te doen?

,,Alsof het een enorme gunst is. Het is een recht! Het is niet de hoofdprijs van de Lotto. Zet het eens af tegen de beschadigingen die ik heb opgelopen, sinds ik besloot op de LPF-lijst te gaan. Goed, ik ben politiek naïef en onzorgvuldig geweest, maar sinds wanneer heb je dan geen rechten meer? Die regeling is er juist voor dit soort dingen. Ik heb m'n nek niet voor niets uitgestoken. Ik ga heus niet twee jaar achteroverhangen en incasseren, maar ik heb er wel gewoon recht op.''

De fotograaf is gearriveerd. We lopen naar het Surinaams Grand Café Sorgh en Hoop in het centrum van Rotterdam. Ze poseert voor een paar namaak-bananenbomen. ,,Ik wil er niet al te vrolijk op'', waarschuwt ze. Maar later: ,,Ach, ik zit nooit zo lang in een depressie, hoor.'' Cynisch wijzend naar de overkant van de straat, waar het Centrum voor Werk en Inkomen is gevestigd: ,,Zullen we daar ook even een foto van maken, met mij ervoor? Kan je eronder zetten: Philomena Bijlhout: op zoek naar een baan.''

Haar verbitterde lach schalt door de straat.