DOSERING VAN NIEUWE MEDICIJNEN MOET VAAK WORDEN BIJGESTELD

Een op de vijf nieuwe geneesmiddelen komt met een verkeerd doseringsadvies op de markt. Dat blijkt uit twee onafhankelijke studies van Nederlandse en Amerikaanse onderzoekers (Pharmacoepidemiology and Drug Safety, online, 12 aug).

Wetenschappers van het Georgetown University Center for Drug Development Science in Washington bekeken de veranderingen in de bijsluiters van 499 medicijnen die in de periode 1980-1999 door de Food and Drug Agency (FDA) op de Amerikaanse markt werden toegelaten. Het team onder leiding van James Cross ontdekte dat in 21 procent van de gevallen het doseringsadvies was veranderd. Daarvan was 79 procent om veiligheidsredenen naar beneden bijgesteld. Vooraf hadden de Amerikaanse auteurs verwacht in de loop van de tijd een daling in het aantal bijstellingen van doseringen te zullen zien, door de vooruitgang in medicijnontwikkeling en regelgeving. Maar dat bleek niet het geval. In plaats daarvan zagen de onderzoekers in de laatste vijf jaar van de studieperiode de sterkste stijging in het aantal dosiswijzigingen. Wel kwamen deze bijstellingen veel eerder dan in de voorgaande jaren.

De Nederlandse studie onder leiding van de Utrechtse farmacoloog Rob Heerdink baseerde zich op het zogeheten Defined Daily Dose-systeem (DDD) van de Wereldgezondheidsorganisatie. De DDD wijkt af van het doseringsadvies dat de bijsluiter vermeldt, en is gedefinieerd als `de veronderstelde gemiddelde onderhoudsdosis van een medicijn toegepast voor de belangrijkste indicatie in volwassen personen'.

De Nederlanders identificeerden in de periode 1982-2000 115 nieuwe geneesmiddelen die een andere dosering hebben gekregen. Daarmee ligt de wereldwijde statistiek in dezelfde orde van grootte als uit het Amerikaanse onderzoek naar voren kwam. In de Nederlandse studie vielen de antibiotica en de cardiovasculaire geneesmideelen op als een groepen waarin de dosering relatief vaak wordt gewijzigd. Bij de antibiotica kwam bijstelling naar boven en beneden ongeveer in gelijke mate voor. Van de cardiovasculaire middelen ging de dosering van 7 omhoog terwijl er van 20 de dosis omlaag moest worden bijgesteld.

Als een belangrijke oorzaak van de verlate doseringsbijstellingen noemen de Nederlandse onderzoekers het feit dat de aanbevolen dosis doorgaans al in een heel vroeg stadium van de geneesmiddelenontwikkeling is bepaald, om zo snel de weg vrij te maken voor definitieve klinische studies. Ook spelen economische factoren een grote rol waarbij de kosten een afweging vormen voor de dosering ervan.