Burgers moeten weer aangesproken worden

De toekomst van Nederland vraagt om een radicaal andere kijk op de relatie individu en overheid. Herstel van persoonlijke verantwoordelijkheid is een must, vindt Doekle Terpstra.

De tragiek waar we op dit moment mee worden geconfronteerd, is dat veel regelgeving geen voertuig meer is van orde en effectiviteit, maar eerder van wanorde en obstructie. Het is de verdienste geweest van Pim Fortuyn dat hij de bezieling in het debat over de inrichting van de samenleving heeft teruggebracht. Hij bracht het debat terug tot de basisvraag: wat willen we nu eigenlijk met onze samenleving, en hoe gaan we dat doen? In brede kringen in de samenleving is dat signaal herkend en opgepakt. In oude stadswijken, in het onderwijs, de zorg, bedrijfsleven en openbaar bestuur.

De fundamentele ordeningsvraag, wie is waarvoor verantwoordelijk, zou bovenaan de agenda geplaatst moeten worden van het nieuwe kabinet. Mensen kunnen en willen verantwoordelijkheid dragen. Geef mensen daarvoor de ruimte. Twee voorbeelden waar mensen het echt hebben gehad en terecht in verzet komen.

Leraren in het VMBO zijn het zat de sluitpost te worden van falend onderwijsbeleid. Het socialistische gelijkheidsbeginsel heeft ervoor gezorgd dat ongedurige jongeren uit het individuele beroepsonderwijs weer geïntegreerd les moeten krijgen. Ondertussen verstieren ze het voor de rest van de klas. ,,Ik voel me meer dierenoppasser dan leraar'', zegt een docent die nu overspannen thuiszït. ,,Beseffen ze daar in Zoetermeer weI wat die dwaze gelijkheidsideologie betekent voor die twintig anderen in de klas! Laat die jongens zich toch concentreren op dingen die ze echt goed kunnen of eerder de praktijk in gaan. En geef ze leerrechten mee om later vanuit de praktijk verder bij te leren.''

Arbeidsdeskundigen voelen zich de sluitpost van het WAO-debacle. Omdat het aantal arbeidongeschikten nog steeds stijgt, zijn zij de eersten, die verantwoording moeten afleggen over hun werkwijze. Maar dankzij de politiek draait alles om het tijdig afhandelen van voldoende dossiers. ,,Wij moeten alleen nog maar productie maken. Tien jaar geleden voerde ik nog gesprekken met een zieke werknemer en met zijn werkgever. Ik keek naar de persoon, beoordeelde welk werk iemand kon doen. Nu zit ik achter een computer en maak alleen maar rapporten'', aldus een arbeidsdeskundige bij de Uitvoering Werknemers Verzekeringen. ,,De werkdruk is zo hoog door de grote hoeveelheid nieuwe regels die de politiek iedere keer op ons afvuurt. De afgelopen vier jaar zijn er 130 wetswijzigingen doorgevoerd. Dat wil je toch niet weten?'' Inmiddels is hij opgestapt, net als zoveel collega's.

Op tal van terreinen zitten we op een doodlopende weg. Een overmaat aan regelgeving blijkt zijn doel te missen. De samenleving bureaucratiseert en mensen `verdinglijken' ten op zichte van elkaar. Wat ons nu overkomt is geen natuurramp, maar een architectonische structuurfout. De toekomst van Nederland vraagt om een radicaal andere kijk op de relatie individu en overheid. In het strategisch regeerakkoord staan hoopvolle aanzetten over herstel van persoonlijke verantwoordelijkheid: ,,Burgers kunnen niet volstaan met zich als consument van het gebodene opstellen; zij zijn zelf in de eerste plaats verantwoordelijk. Individueel en via maatschappelijke instituties zijn zij de spil in de samenleving; de overheid is de sluitsteen.'' Maar de uitwerking van deze benadering moet nog wel vorm krijgen.

De samenleving is na de Tweede Wereldoorlog gedomineerd door vergroting van materiële welvaart. Dit werd tot uitdrukking gebracht in een fixatie op economisch groeicijfers en inkomensplaatjes. Met het aanbreken van de nieuwe eeuw zien we een omslag van waarden. Het gaat nu veel meer om thema's als veiligheid, de menselijke maat en burgerschap. Die waarden zijn tevens een absolute voorwaarde voor een leefbare samenleving. Het gaat ten diepste om een herbezinning op de normen en waarden in onze samenleving. In het recente pleidooi van minister Heinsbroek voor herstel van normen en waarden herken ik een zelfde soort benadering – zonder daarmee te zeggen dat ik het met zijn aanpak eens ben.

Een heroriëntatie van normen en waarden vraagt de komende jaren om enorme investeringen. Niet in de eerste plaats in geld, maar vooral in creativiteit en betrokkenheid van hoog tot laag. De vraagstukken van de nabije toekomst vragen om een diepgaande bezinning. Bijvoorbeeld in de zorg: welk deel van de zorg is professioneel van aard en welk deel hoort tot de verantwoordelijkheid die we willen dragen als goed burger. Ten tweede zijn we uitstekend opgevoed in de rol van consument met een scala aan klachtenlijnen, consumentenpanels en rechtsbijstand. Maar we weten vaak niet goed meer waar we als burger zelf op aangesproken kunnen worden. Wij kennen de verantwoordelijkheden van de overheid, maar kennen wij onze eigen persoonlijke verantwoordelijkheid nog? Ten derde zijn veel nuttige en informele diensten de laatste jaren overgeheveld naar het formele circuit van de publieke voorziening en zakelijke dienstverlening. Daardoor zijn ze op afstand gekomen van de gemeenschap. Er zijn rechten ontstaan, terwijl het om verantwoordelijkheden moet gaan.

De structuur van ons huis klopt niet. We kunnen en willen niet restaureren, terug naar vroeger. We moeten verbouwen en vernieuwen. Een paar voorbeelden van die nieuwe wegen.

De problemen in de gezondheidszorg zijn indringend. Maar hoe zijn zij ontstaan? Wij stellen hogere eisen, wij kunnen meer dan vroeger. Dat zijn ongetwijfeld oorzaken. Maar ook de verschuiving van de verantwoordetijkheid van de zorginstellingen naar Haagse bureaus is een verklarende oorzaak. Ik kijk dan ook met grote belangstelling naar het experiment dat door minister Bomhof is aangekondigd. Hij wil regelvrije ziekenhuizen om zo de wachtlijsten te bekorten. Aldus wordt de verantwoordelijkheid gelegd waar hij hoort.

In de onderwijswereld verschuift de verantwoordelijkheid van Zoetermeer naar de scholen. Betrokken bestuurders en professionele directies moeten verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het onderwijs. Zij krijgen daar de ruimte voor.

Er moeten maatschappelijke stages in het onderwijs komen. Stage lopen bij vrijwilligersorganisaties brengt jongeren in aanraking met vrijwilligerswerk, dat van essentieel belang is voor onze samenleving.

Deze voorbeelden zijn met andere uit te breiden. Waar het om gaat is dat de overheid niet degene is die verantwoordelijkheid voor welzijn en geluk naar zich toetrekt. ledere poging tot definitie van andermans geluk is tot falen gedoemd. De overheid moet faciliteren en het ontlopen van verantwoordelijkheid ontmoedigen.

Doekle Terpstra is voorzitter van de Vakcentrale CNV en bestuurslid van de Stichting Christelijk-Sociaal Congres.