BREUK IN NEDERLAND GEEFT VERPLAATSING VAN 1/50 MM PER JAAR

De Feldbiss, een nog actieve breukzone in Nederland, heeft gedurende de laatste honderdduizenden jaren een gemiddelde verplaatsing te zien gegeven van 0,041-0,047 mm per jaar. De verplaatsing langs de afzonderlijke breukvlakken in deze breukzone bedroeg gemiddeld 0,010-0,034 mm per jaar. Dat hebben aardwetenschappers van de Vrije Universiteit in Amsterdam berekend (Tectonophysics 352, augustus).

De Feldbiss is een breuk die plaatselijk aan het aardoppervlak te zien is, waar hij lokaal opvalt doordat aan weerszijden van de breuk verschillende typen afzettingen kunnen voorkomen. Dat komt doordat `blokken' onafhankelijk van elkaar min of meer verticaal bewegen. De verticale verplaatsing van de afzonderlijke blokken vindt overigens niet steeds langs dezelfde lijn plaats: in feite is de Feldbiss de belangrijkste breuk in een zone waarin een aantal min of meer grotendeels parallel lopende breukvlakken voorkomen. De breukzone vormt de grens tussen de slenk waarin het Roerdal dat nog steeds, geologisch gezien, een gebied is met sterke daling zich heeft ontwikkeld in het noorden, en het rijzende gebied van de Ardennen en Zuid-Limburg in het zuiden. Deze opheffing heeft ertoe geleid dat de Maas zich in Zuid-Limburg, na fases van opheffing, steeds opnieuw verder heeft moeten insnijden, waardoor de diverse terrassen langs de rivier ontstonden; die vertegenwoordigen vroegere dalvlaktes.

In het gebied waar de Maas de Feldbiss kruist, doorsnijden diverse als gevolg van de breukactiviteit ontstane steilwandjes de terrassen. De steilwandjes bieden de mogelijkheid om de breuken te identificeren die gedurende de laatste honderdduizenden jaren nog actief waren. De combinatie van terrasopbouw en steilwandjes maakt het mogelijk om de verplaatsing langs die breuken in deze periode vast te stellen.

De Roerdalslenk (die in het noorden wordt begrensd door de Peelrandbreuk) heeft een langdurige en complexe geschiedenis achter zich, die ertoe heeft geleid dat de opbouw van de ondergrond zeer complex is. Deze complexe opbouw was een van de problemen waarmee de kolenmijnbouw in Limburg te kampen had: koollagen versprongen regelmatig aanzienlijk in hoogte.

Ook nu is de Feldbiss nog actief: de aardbeving van enkele jaren geleden in Roermond is daarvan een treffend bewijs. De verticale verplaatsing is, althans aan het aardoppervlak, bij elke breukactiviteit gering. De onderzoekers konden dan ook alleen een over langere tijd gemeten gemiddelde waarde vaststellen: zoals hierboven aangegeven iets minder dan een vijftigste millimeter per jaar (de aangegeven variatie is een gevolg van verschillen in de gebruikte modellen, en weerspiegelen tevens onzekerheden in datering). Dat lijkt weinig, maar voor een verplaatsing van een meter is slechts zo'n 200.000 jaar nodig. Als de verplaatsing gedurende het gehele IJstijdvak een vergelijkbare snelheid heeft gehad, gaat het zelfs om een goede 10 meter.