Altijd maar weer rechten en economie

Bedrijfswetenschappen en communicatiewetenschap zijn opgerukt, landbouwwetenschappen zijn gedaald en de bètastudies doen het minder slecht dan vaak wordt beweerd. Studies die een kwart eeuw geleden hoog scoorden zijn nog steeds populair.

Een nieuwe groep eerstejaars studenten wandelt deze dagen de universiteiten binnen. Opleidingscoördinatoren tellen gespannen hoeveel het er zijn, want meer studenten betekenen meer overheidssubsidie. Maar in feite is er weinig nieuws onder de zon. Eerstejaars kiezen al ruim een kwart eeuw massaal voor dezelfde studies. De huidige top 10 van populairste studies lijkt erg veel op die van 1975, zo blijkt uit een vergelijking van de instroomcijfers.Het gros van de studenten koos een kwart eeuw geleden ook al voor rechten, economie, geneeskunde, pedagogiek, geschiedenis en maatschappijwetenschappen. En de bèta's zijn er sinds 1975 niet zo op achteruit gegaan als wel wordt beweerd. Opvallend, want de overheid en het bedrijfsleven wekken met hun klacht over een geringe belangstelling voor de bètastudies, een andere indruk. Pim Levelt, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW), luidde onlangs nog de noodklok. Hij vindt dat het vwo scholieren slecht voorbereidt op wetenschap. Vwo-leraren, vooral die met een hbo-achtergrond, zouden niet in staat zijn leerlingen enthousiast te maken voor een bètastudie.

De instroomcijfers van het CBS geven geen aanleiding voor zo'n vingerwijzing naar de middelbare scholen. Sinds 1975 is het aantal studenten dat op de universiteit aan een technische studie begint, verdubbeld. Het aandeel van techniekstudenten in de totale groep eerstejaars is ook gestegen. In 1975 vormden de eerstejaars techniek een tiende van het totaal aantal universitair studenten, dat is opgelopen tot een achtste. Een klassieker als elektrotechniek is aanzienlijk minder populair dan vroeger, maar daar tegenover staat de aanwas van eerstejaars voor nieuwe studies als life science technology en techniek en maatschappij. De studie bouwkunde is zelfs in de top 10 van populairste studies beland. Het is ook de techniekstudie met veruit de meeste meisjes (30 procent).

Het percentage eerstejaars natuurwetenschappen is de afgelopen 25 jaar wel gedaald: van 12 naar 7. Aloude bètastudies als wiskunde doen het slecht, maar moderne varianten trekken wel veel studenten. Vooral informatica en informatiekunde, vorig studiejaar nog goed voor ruim 600 eerstejaars studenten.

Adviesbureau voor onderwijs IOWO noemt het een mythe dat de belangstelling van studenten voor bètastudies zou dalen. Het IOWO, verbonden aan de Nijmeegse universiteit, brengt in opdracht van onder meer universiteiten en hogescholen en het ministerie van onderwijs adviezen uit over onderwijsbeleid en vernieuwingen in het onderwijs. Het bureau verricht van oudsher veel onderzoek naar studieloopbanen van studenten. De recente publicatie `Kiezen voor bèta in het wetenschappelijk onderwijs' is een verslag van een onderzoek naar studiekeuzes van bètastudenten. Opdrachtgever is de stichting Axis, een nationaal platform voor techniekonderwijs. Auteur van de publicatie en IOWO-medewerker Jules Warps vindt de ophef over de toestand van de bètastudies overdreven. ``Als we de situatie bij de mannen en vrouwen apart beschouwen, dan blijkt binnen elke groep sprake van een constante belangstelling voor bèta', zegt hij. ``Vrouwen kiezen minder vaak bèta dan mannen. Maar ze vormen wel een steeds groter deel van de totale groep eerstejaars op de universiteit. Logisch dat het totale percentage eerstejaars bij de bèta's is gedaald.'

Momenteel studeren meer vrouwen dan mannen aan de universiteit. Het totaal aantal mannen dat gaat studeren, nam vanaf '75 toe met 3000, het aantal vrouwen met 12.000. De natuurwetenschappen en de technische studies profiteren niet van de aanwas van vrouwelijke studenten zoals bijvoorbeeld sociale wetenschappen en letteren. Maar studies op het vlak van gezondheid zijn wel in trek. Het zijn er opvallend meer dan een kwart eeuw geleden. Nieuwe studies als algemene gezondheidswetenschappen en biomedische wetenschappen trekken samen ruim 1200 eerstejaars, waarvan tweederde vrouw is. ``Veel vrouwelijke bètatalenten gaan naar geneeskunde en gezondheidswetenschappen', zegt Warps van het IOWO.

De meeste vrouwen zitten bij maatschappijwetenschappen (sociologie, antropologie en communicatiewetenschap), psychologie en pedagogische wetenschappen. Het aandeel vrouwen bij psychologie en pedagogiek is altijd groot geweest, maar bij maatschappijwetenschappen was in '75 nog tweederde van de eerstejaars studenten man. Halverwege de jaren tachtig waren er al iets meer vrouwen dan mannen. Inmiddels zijn de rollen omgedraaid: ruim tweederde van de eerstejaars studenten maatschappijwetenschappen is vrouw. Het zwaartepunt verschoof tegelijkertijd van sociologie naar communicatiewetenschap. Communicatiewetenschap is met ruim 400 studenten momenteel de grootste opleiding binnen maatschappijwetenschappen.

mokken

Volgens hoogleraar sociologie Abram de Swaan van de Universiteit van Amsterdam (UvA) is maatschappijwetenschappen door de toevloed van vrouwen `minder veranderd dan het had kunnen veranderen'. Dat komt volgens hem door de oprichting in de jaren zeventig en tachtig van aparte vakgroepen vrouwenstudies. ``Vrouwenstudies zoog mensen weg die veel hadden kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de sociale wetenschappen. Zij zaten geïsoleerd van de rest met elkaar te mokken over allerlei sociale kwesties. Jammer natuurlijk. Ik denk dat we achteraf moeten stellen dat vrouwenstudies een vergissing is geweest.' Toch heeft de grote instroom van vrouwen volgens De Swaan wel geleid tot vernieuwing van het vakgebied. ``Er is binnen de sociologie bijvoorbeeld meer aandacht voor onderwerpen als vriendschap, het gezin en de schoolklas en minder voor zoiets als de invloed van instituties. Daar hebben vrouwelijke wetenschappers voor gezorgd.'

De populairste studie bij zowel mannen als vrouwen is nog altijd rechten. In '75 op de eerste plaats in de top 10, nu nog steeds. Sinds kort kun je voor een rechtenstudie ook op de hogeschool terecht, maar dat heeft nog geen nadelige gevolgen gehad voor de universiteit. Nederlands recht heeft dit studiejaar opnieuw de meeste aanmeldingen.

Relatief veel eerstejaars kiezen rechten om statusredenen, blijkt uit onderzoek naar studiekeuzes van het IOWO. Het bureau doet elk jaar onderzoek naar de studiekeuzemotieven van alle eerstejaars studenten. Veel eerstejaars rechten zeggen dat ze de studie kozen vanwege `het hogere maatschappelijk aanzien'. De inhoud van de studie is voor rechtenstudenten minder belangrijk. Interesse in het vakgebied wordt door eerstejaars weinig genoemd als reden om rechten te gaan studeren.

hoge uitval

Het IOWO heeft geen aanwijzingen dat rechten veel studenten trekt die niet goed weten wat ze willen. Maar decaan Theo de Roos van de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden vindt de uitval onder rechtenstudenten wel hoog. Hij schat dat landelijk zo'n 30 procent de eindstreep nooit haalt. Dat een deel van de eerstejaars weinig interesse heeft voor het vak, merkt De Roos wel. ``Onze ervaring is dat studenten de inhoud van de studie meer gaan waarderen als ze op het eind van hun studie komen. Dus als ze zich gaan specialiseren.'

Ook met een uitval van 30 procent telt Nederland nog altijd veel juristen. Dat er desondanks een groot tekort is aan rechters, heeft volgens De Roos te maken met de postdoctorale opleiding tot rechter. Die opleiding is pittig en kent een zware selectie. Daar komt bij dat het merendeel van de afgestudeerde juristen liever het bedrijfsleven instapt.

De studie economie is goed voor een tweede plaats in de top 10 van 2001. Een kleine drieduizend studenten kiest economie. Op de voet gevolgd door bedrijfswetenschappen. Samen trekken ze een kleine zesduizend studenten. De beroepsmogelijkheden en het hoge inkomen na afstuderen zijn twee belangrijke redenen om economie of bedrijfswetenschappen te kiezen. In de wandelgangen van de universiteit wordt wel eens geringschattend gedaan over de populariteit van deze studies. Studenten zijn momenteel ook zo carrièregericht, klinkt het dan. Nee, dan vroeger. Toen studeerde je omdat je geïnteresseerd was in pure wetenschap. Nou, niet dus. Economie stond 25 jaar geleden ook in de top drie. Volgens onderwijsdirecteur Eric Waarts van bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam ging je economie studeren om dezelfde redenen als een economiestudent nu. Waarts studeerde een kwart eeuw geleden zelf ook economie in Rotterdam. ``De drive om economie te gaan studeren is echt niet veranderd', zegt hij. ``Je ging economie doen omdat dat een redelijke zekerheid gaf op een baan. Economie had daarbij het voordeel dat je je niet meteen hoefde te specialiseren. Je kon nog alle kanten op.'

De Erasmus Universiteit Rotterdam was in 1985 de eerste met een studie bedrijfskunde. Meteen al was de studie, met vakken als organisatiekunde, economie, logistiek, marketing, psychologie en rechten, enorm populair. In de jaren negentig was de toeloop zelfs zo groot dat bedrijfskunde een numerus fixus instelde. Een handvol andere universiteiten startte begin jaren negentig ook met bedrijfswetenschappen. En het ziet er nu naar uit dat bedrijfswetenschappen de studie economie inhaalt. De aanmeldingen van eerstejaars bedrijfswetenschappen voor komend studiejaar overtreffen die van economie. Bedrijfswetenschappen is erg populair onder hbo'ers. In Rotterdam heeft zo'n dertig procent van de eerstejaars een hbo-diploma op zak, bij bedrijfswetenschappen in Nijmegen is dat zelfs 60 procent. Ze komen niet alleen naar de universiteit voor een doctorandustitel, verzekert Waarts. ``Ik merk dat deze studenten juist veel behoefte hebben aan inhoudelijke verdieping.'

Ook al heel lang in de top tien zit geschiedenis. Opvallend, want de banen liggen met een drs-titel in de geschiedenis niet voor het oprapen. Volgens het IOWO beseffen de eerstejaars dat terdege. ``Studenten kiezen geschiedenis vanwege een sterke inhoudelijke interesse en omdat ze hun algemene ontwikkeling belangrijk vinden', zegt IOWO-medewerker Joyce Kerstens. ``Het beroepsperspectief van de studie is daaraan ondergeschikt.'

populairste studie

Ruim 15 procent van de 4500 eerstejaars studenten letteren zit bij geschiedenis. Momenteel is het de populairste studie binnen letteren. Een kwart eeuw geleden was Nederlands dat. Maar sindsdien is het aantal eerstejaars studenten Nederlands gehalveerd. Eerstejaars studeren nu liever Engels dan Nederlands.

Als er één sector is gekelderd in populariteit, dan is het landbouwwetenschappen. In 1975 kon de eerstejaars student op de Landbouw Universiteit in Wageningen kiezen uit drie richtingen. Veruit het populairst was de natuurwetenschappelijke richting. Ze telde een kleine 800 studenten die zich na de propedeuse specialiseerden in bijvoorbeeld veelteelt en milieuhygiëne. Vandaag de dag kun je in Wageningen uit ruim twintig studies kiezen. Maar dat heeft niet kunnen voorkomen dat de groep eerstejaars met een derde is geslonken. Klassieke studies als plant- en gewaswetenschappen hebben afgedaan. Studenten kiezen liever moderne varianten zoals voeding en gezondheid, biotechnologie of bos- en natuurbeheer. Toch vindt Simon Vink, woordvoerder van de raad van bestuur van de Universiteit Wageningen, de eerstejaars student van nu veel lijken op die van 25 jaar geleden. Vink studeerde zelf in '75 biologie aan de landbouwuniversiteit. ``Je koos voor Wageningen als je iets wilde betekenen in de samenleving: je wilde het milieuprobleem oplossen of de ongelijke verdeling van het voedsel teniet doen. En nog steeds is het zo dat onze studenten zich betrokken voelen bij de samenleving. Men gaat hier studeren om een bijdrage te kunnen leveren aan veiliger voedsel of om ervoor te zorgen dat in Nederland voldoende ruimte overblijft voor de natuur.'

Schommelingen in de conjunctuur hebben invloed op de instroom van studenten. Na de grote ontslaggolven bij DAF en Philips in de jaren negentig bereikte de instroom van eerstejaars studenten bij de Technische Universiteit Eindhoven een dieptepunt. Maar andere studies varen wel bij een economische neergang. Onderwijsdirecteur Eric Waarts van bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam verwacht dat de huidige economische dip een positief effect heeft op de instroom bij bedrijfswetenschappen. ``Het wordt nu alleen maar belangrijker om een studie te kiezen die een redelijke garantie geeft op een baan.'

Maar op de top 10 van populaire studies heeft de conjunctuur nauwelijks effect. In 1975 en 2001 heerst nog het optimisme dat typerend is voor het einde van een lange periode van economische groei, 1987 is daarentegen een jaar van voorzichtigheid in een periode vol economische problemen. Maar ook dan is de top tien een bekende: rechten, economie, psychologie, maatschappijwetenschappen, geschiedenis en pedagogiek.