Advies over restitutie aan joden

De verdeling van de zogeheten collectieve Maror-gelden moet gericht zijn op het voortbestaan van de joodse gemeenschap in Nederland. Religieuze projecten verdienen daarbij de meeste steun, gevolgd door activiteiten in zorg en onderwijs.

Dat adviseert de commissie die zich heeft gebogen over de 47,3 miljoen euro die beschikbaar is voor de Nederlands-joodse gemeenschap. Dat bedrag maakt deel uit van de in totaal 346,7 miljoen euro die overheid, verzekeraars en effectenhandel beschikbaar hebben gesteld als restitutie van tijdens de oorlog geroofde joodse bezittingen.

Het Bureau Maror-gelden is in het leven geroepen om deze joodse tegoeden te verdelen. De stuurgroep stelt voor om de collectieve gelden in een periode van twintig jaar op te maken. Ze pleit ervoor in 2002/2003 eenmalig 15 miljoen euro uit te keren en in de komende twintig jaar jaarlijks een bedrag van 2,15 miljoen euro ter beschikking te stellen. Het geld is bedoeld om projecten en activiteiten te financieren, niet om tekorten van organisaties te dekken.

De tegoeden moeten op middellange termijn een ,,levensvatbare toekomst'' van de joodse gemeenschap in ons land garanderen. Daarin is sprake van een grote vergrijzing. Bovendien gaan de joden die deel uitmaken van de naoorlogse geboortegolf, de komende jaren met pensioen. Daardoor zullen de inkomsten van joodse instellingen dalen. Ook de financiële positie van joodse kerkgenootschappen verslechtert, omdat het aantal leden ervan afneemt.

De Maror-gelden ,,komen dan ook als geroepen'', constateert de stuurgroep. De continuïteit van de joodse gemeenschap is volgens haar topprioriteit, maar ook de vergroting van (het gevoel van) veiligheid en het joods onderwijs verdienen veel aandacht bij de verdeling van het geld. Dat geldt verder onder meer voor de bestrijding van antisemitisme, informatieverschaffing over Israël en de organisatie van activiteiten voor Israëli's in Nederland.

De sector religie zou eenmalig 6,45 miljoen euro moeten krijgen en vervolgens jaarlijks ruim een half miljoen euro in de komende twintig jaar. Er blijkt veel behoefte te bestaan aan geld voor nieuwbouw, restauratie en onderhoud van synagogen. De opstellers van het rapport adviseren voor zorgprojecten eenmalig ruim 3,22 miljoen euro uit te trekken en daarna 80.000 euro per jaar. Voor onderwijs gaat het om eenmalig 2,28 miljoen euro en dan 249.000 euro per jaar.