Aandelen gaan op elkaar lijken

Het koersgedrag van aandelen uit verschillende bedrijfstakken gaat steeds meer op elkaar lijken. Wat valt er nog aan risico's te spreiden als alles sterker met elkaar samenhangt?

Een jaar geleden zou een bestuursvoorzitter er nooit problemen mee hebben gehad, maar de tijden zijn veranderd. Anton van Rossum, de topman van bank- en verzekeringsconcern Fortis klaagde deze week dat beleggers het bedrijf te veel behandelen alsof het louter een verzekeraar is. Daardoor zou de beurskoers van het bedrijf onevenredig hard zijn gestraft.

Verzekeraars werden jarenlang hoger gewaardeerd dan banken op de beurs. De markt was bereid om meer geld voor een verzekeringsaandeel te betalen, omdat verzekeraars konden bogen op een stabielere inkomstenstroom dan banken, door de vergrijzende samenleving veel groeipotentie hadden en daar tegenover niet zo veel risico's stonden. Althans, dat was de perceptie.

De laatste maanden zijn verzekeraars zwaar getroffen: hun afhankelijkheid van het beursklimaat bleek onderschat. En ook de veiligheid van een belegging in de bedrijven was minder groot dan aangenomen. Inmiddels is de verhouding van de aandelenkoers ten opzichte van de winst – een belangrijke maatstaf voor de prijs van een aandeel – van veel verzekeraars op hetzelfde niveau uitgekomen als banken. Zie hier de angst van de huidige misprezen bank-verzekeringscombinatie.

Het beperkte enthousiasme van beleggers voor verzekeraars is illustratief voor de gehele aandelenmarkt. De schrik op de markten zit er zo in na de gestaag kelderende aandelenkoersen dat beleggers meer rendement eisen voor een beetje risico. De durfals zijn verdwenen.

Een veel gebruikt houvast om de risicograad van een belegging in te schatten is de beta. Deze ratio drukt uit in hoeverre de beweeglijkheid van een aandelenkoers samenhangt met de nukken van de markt als geheel. Een aandeel met een beta van 1 beweegt net zo hard op en neer als de beurs zelf. Onder de 1 betekent een gedempt meebewegen, terwijl bij een aandeel met een beta boven de 1 de marktgrillen versterkt doorwerken in de koers.

Het behoeft geen verrassing te zijn dat tot voor kort de technologiesector op de hoogste beta's mocht rekenen. Als de markt nieste, was een telecomaandeel meteen verkouden. En als de markt sneller van opwinding begon te ademen, zaten de telecomaandelen al te hyperventileren. Volgens een studie van de Amerikaans-Britse zakenbank Salomon Smith Barney kende de Europese technologiesector in betere tijden een beta van 2,5. Ofwel, de koersgrafiek van een doorsnee technologiefonds had uitslagen die gemiddeld 2,5 keer zo groot waren als de markt.

Zo'n beta wordt berekend door het recente gedrag van een aandeel af te zetten tegen de marktbewegingen. Het blijft een houvast, want de geschiedenis hoeft nog niet de toekomst te voorspellen. Sinds september vorig jaar zijn de beleggingskarakteristieken van diverse sectoren ingrijpend veranderd. Waren voorheen de technologiefondsen de meest beweeglijke aandelen, die plaats is dit jaar overgenomen door de verzekeraars.

Dat had de beursleek ook kunnen verzinnen, maar de studie van Salomon brengt een bredere ontwikkeling aan het licht. De verschillen in koersgevoeligheid tussen sectoren zijn sterk afgenomen. De beta's van achttien verschillende bedrijfstakken varieerden vorig jaar van 0,2 tot 2,5. Nu speelt alles zich af binnen de bandbreedte van 0,6 tot 1,5. Ofwel, de aandelen krijgen steeds meer vergelijkbare risico's.

Die ontwikkeling vat het keuzeprobleem van de huidige belegger kernachtig samen: doordat de samenhang tussen verschillende bedrijfstakken is toegenomen, heeft spreiding van beleggingen minder nut. Op één paard wedden is net zo verstandig – of roekeloos, zo u wilt – als een uitgekiende spreiding van het vermogen over verschillende sectoren. Alle beleggingen bewegen zich ten slotte in een nauwe bandbreedte van risico's, met de verzekeraars bovenaan.

Kijkend naar individuele bedrijven, zet spreiding nog wel zoden aan de dijk, getuige de door Salomon berekende beta's. Van de vijftig grootste Europese beursgenoteerde bedrijven gooit Aegon hoge ogen op de beta-ranglijst. De verzekeraar staat met 2,4 op een derde plaats, terwijl het voedingsconcern Unilever met 0,8 op de 43ste plaats tot de minst beweeglijke aandelen behoort.

De aanbevelingen van Salomon Smith Barney liggen voor de hand. Als u een optimist bent en gelooft in een aantrekkende beurs, zet uw geld dan op hoge beta-jongens als verzekeraars, neem een Aegon. De beleggers die het minder zonnig inzien en een verdere marktdaling vrezen, kunnen het best hun heil zoeken in voedingsbedrijven, bijvoorbeeld Unilever. Die situatie biedt voor vermogensbeheerders een voordeel: wat ze ook beleggen, ze zitten er in deze markt minder ver naast. Maar er kleeft ook een nadeel aan zulke beleggingsadviezen. Bedrijfstakken met de minst grillige koersen blijven dichter dan vroeger in de buurt van het marktgemiddelde. Voor wezenlijke risicospreiding hoef je volgens de beta's niet te kiezen tussen sectoren. De belangrijkste keuze blijft of de belegger in het huidige klimaat überhaupt in aandelen wil investeren, of je nu als bank of als verzekeraar wordt gezien.