Zeuren in de jungle

Zelfs een aan de lopende band publicerende schrijver als Isabel Allende overkwam het: een writers block na negen bejubelde romans. In de drie jaar dat ze niet in staat was te werken, reisde de Chileense naar het Amazonegebied en die belevenis werd de basis voor haar nieuwe boek De stad van de wilde goden. Allende liet de warmbloedige familieverhalen achter zich en waagde zich aan een magisch-realistisch avonturenboek dat kinderen evenzeer moest betoveren als volwassenen.

Omdat zijn moeder aan kanker lijdt, wordt de vijftienjarige Alex Cold vanuit het veilige Californië naar zijn grootmoeder gestuurd die op het punt staat als reisboekenschrijfster een expeditie door de jungle van Brazilië te maken, op zoek naar `reuzenbeesten' à la het monster van Loch Ness. Met een ploeg reisgenoten die allemaal zo hun eigen bedoelingen hebben om de jungle te veroveren (of te exploiteren), wordt het voor Alex een tocht naar de volwassenheid. Hij ontmoet indianen, sjamanen, junglebeesten uit oertijden, onzichtbare mensen, moorden en de mythische stad El Dorado.

Allende, ongetwijfeld aangemoedigd door het succes van Harry Potters magie, creëert werelden die alleen in de fantasie bestaan maar die ze presenteert als inherent aan de indianen en de jungle. De beesten, kruisingen tussen aap en mens, worden gevonden maar uitsluitend door de expeditieleden Alex en de nog jongere, bijna helderziende Nadia. Pas na de ontvoering door een onontdekte indianenstam en een helletocht naar hun godenhemel en het onderaardse, sluiten de twee pubers een verbond tussen de indianen en de westerlingen.

De ommezwaai van Allende heeft geresulteerd in een larmoyant boek. Als een bekeerlinge predikt ze een esoterie en moralisme dat op de lachspieren werkt. Alex heeft de ziel van een jaguar die `het volk van de nevel' kan redden, hij ontdekt `mijn eigen centrum, waar rust is en kracht', aan vissen wordt eerst om toestemming gevraagd om gevangen te worden (`De vis begrijpt het omdat hij hiervoor zelf anderen heeft gegeten, nu is het zijn beurt om als voedsel te dienen') enzovoort.

Goed en kwaad worden er door Allende tot vervelens toe ingehamerd waarbij de indianen goed en veel westerlingen fout zijn. De avonturen die Alex en Nadia beleven zijn allesbehalve spannend omdat steeds duidelijk wordt gemaakt dat zij als redders geroepen zijn te overwinnen. Geen sirenen en Charibdis-monsters die hen tegenhouden, zij volbrengen hun taak.

De schrijfster heeft gepoogd de kinderlijke magie van Harry Potter te combineren met semi-zwaarwichtige louteringen à la Dante, de mooi sentimentele afdaling in het dodenrijk à la Odysseus en de tempo-avonturen van Indiana Jones. Het levert een ideeënroman van bordkarton op. De eendimensionale expeditieleden komen nergens los van het papier, ze staan alleen maar voor thema's als onschuld en schuld, hebzucht en onbaatzuchtigheid, rijkdom en aanzien. Ik kan me niet voorstellen dat kinderen zich door de kleffe tuttigheid van sociale bewogenheid laten meeslepen of dat ze al dat suikerzoete moralisme zullen slikken. Zelfs voor magisch realisme is de roman te ongeloofwaardig.

De stad van de wilde goden is het eerste deel van een trilogie die de komende jaren verschijnt. Hopelijk heeft Isabel Allende tussendoor tijd om haar bekende familiesaga's te schrijven. Anders ziet het er niet best uit voor haar fans.

Isabel Allende: De stad van de wilde goden. Uit het Spaans vertaald door Rikkie Degenaar. Wereldbibliotheek, 285 blz. €17,90