Ze was een duivelse schrijversweduwe

Schrijversweduwen, zo wil de gangbare opinie, zijn vaak verwaten, inhalig, onberekenbaar of zelfs hysterisch. Ze werken goedwillende biografen tegen, verhinderen de heruitgaven van de boeken van hun man zaliger, en gaan zich op den duur gedragen alsof zijzélf de boeken hebben geschreven. Het noemen van de weduwe Vestdijk en de weduwe Achterberg veroorzaakt onder Nederlandse biografen en exegeten nog steeds enige onrust; hun namen worden geassocieerd met slepende verwikkelingen omtrent nalatenschap en heruitgaven.

In Engeland stond Sonia Orwell jarenlang bekend als het prototype van de duivelse schrijversweduwe. Maar soms blijkt zo'n reputatie uitsluitend te zijn gebaseerd op roddel, misverstanden en, vooral, de kwade wil van rancuneuze biografen. Hilary Spurling, die eerder biografieën schreef van Henri Matisse en Ivy Compton-Burnett, streeft eerherstel na voor Sonia Orwell-Brownell. The Girl From the Fiction Department is een klein boek dat vermoedelijk grote gevolgen heeft voor de reputatie van tenminste drie doorgaans gewaardeerde Orwell-biografen: Bernard Crick, Michael Shelden en Jeffrey Meyers.

George Orwell leed aan tbc en was ongeneeslijk ziek toen hij, in 1949, in het ziekenhuis met Sonia Brownell trouwde. Hij was 48 jaar, zij 32. Orwell had haar al eens eerder vergeefs ten huwelijk gevraagd. De biografen Shelden en Meyers weten zeker waarom Sonia bij het tweede aanzoek van gedachten was veranderd. In George Orwell. The Authorized Biography (1991) schrijft Shelden: `Ze hield niet van Orwell en had haar twijfels over de kwaliteit van zijn werk, maar zij wist dat ze, met hem getrouwd, geld zou hebben en een goede zaak om voor te vechten. Orwell was de zaak, zijn royalties het geld.'

Negen jaar later trekt Jeffrey Meyers in Orwell. Wintry Conscience of a Generation dezelfde conclusie: Waarom stemde Sonia in met een huwelijk? In 1949 was Orwell een rijk en beroemd auteur die vanwege zijn ziekte geen seksuele eisen zou stellen en snel dood zou zijn. Iedereen wist dat er grote sommen geld zouden binnenkomen dankzij het succes van 1984 en Animal Farm.

Hilary Spurling noemt het erg onwaarschijnlijk dat Sonia uit geldzucht met Orwell trouwde. Toen ze trouwden, hadden Animal Farm en 1984 nog maar weinig royalties opgebracht. Niets wees er op dat beide boeken binnen tien jaar wereldwijde bestsellers zouden worden. Spurling wijst er verder op dat Orwell had geprobeerd Sonia te overreden met het argument dat een huwelijk vrijwel zeker zijn levensverwachting zou vergroten – een soort fluwelen chantage. In diezelfde tijd had Orwell overigens vijf anderen ook een aanzoek gedaan.

In 1991 publiceerde de derde Orwell-biograaf, Bernard Crick, een schotschrift waarin hij Sonia ervan beschuldigde de opbrengsten van Orwells boeken er doorheen te hebben gejaagd. Ogenschijnlijk spraken de feiten dit niet tegen. Sonia Orwell bleek na haar dood in 1981 geen cent te hebben nagelaten. Het was een mysterie waar de miljoenen waren gebleven, en het lag voor de hand die verdwijning toe te schrijven aan een stelselmatige verkwisting door de weduwe.

Nalatenschap

Cricks beschuldiging was extra belastend omdat Sonia juist aan hém had gevraagd Orwells biografie te schrijven, hoewel Orwell haar op zijn ziekbed had opgedragen nooit toestemming te verlenen voor welke biografie dan ook. Dat Crick tóch toestemming kreeg, is het enige punt waarop zij ooit is afgeweken van de wil van haar overleden man. Sonia's redenering was dat biografen ook zonder haar instemming wel aan het werk zouden gaan. In dat geval was de meest geschikte biograaf deze Bernard Crick, wiens essaybundel The World of George Orwell zij waardeerde. Toen Crick in 1981, kort voor Sonia's dood, de biografie publiceerde, noemde zij het een droog en onpersoonlijk werk, met te weinig aandacht voor Orwells literaire kwaliteiten, en een opmerkelijke nadruk op futiele levensfeitjes.

Hilary Spurling heeft zich verdiept in de financiële administratie van de vennootschap die Orwells nalatenschap én inkomsten beheerde. Sonia Orwell blijkt jarenlang te zijn opgelicht door ene Jack Harrison, de financieel directeur van die vennootschap, de George Orwell Productions. Harrison gaf Sonia jaarlijks inzage in een pseudo-boekhouding waarin zwaar met de cijfers was gegoocheld en waaruit moest blijken dat met name de Europese en Amerikaanse belastingen alle winsten uit verkoop opslokten. Verder waren de cijfers zodanig gemanipuleerd dat het leek alsof de kosten voor heruitgave van Orwells minder goed verkopende essays en journalistiek werk de royalties van de bestsellers 1984 en Animal Farm nauwelijks overstegen.

Spurlings bevindingen zijn spectaculair. Uit de boekhouding die Sonia Orwell nooit onder ogen is gekomen blijkt dat al in 1971 de verkoop van Orwells titels wereldwijd de twintig miljoen exemplaren was overstegen. Van dat bedrag kreeg Sonia Orwell tot en met medio jaren zeventig jaarlijks circa honderdduizend pond uitgekeerd. De rest is zogenaamd opgegaan aan verliesgevende herdrukken. In werkelijkheid zijn de opbrengsten al die tijd in Harrisons zakken verdwenen.

Sonia had Harrison blind vertrouwd, te meer daar George Orwell hem kort voor zijn dood zijn fiat had geschonken. De rechten waren in handen van de vennootschap, lees: Harrison. Pas halverwege de jaren zeventig drong het tot de weduwe door dat er op grote schaal inkomsten werden verduisterd. Zij spande een rechtszaak tegen Harrison aan, maar de buitenwacht had al een oordeel klaar: voor de zoveelste keer maakte de duivelse schrijversweduwe amok, met als doel een rookgordijn aan te leggen om toekomstige biografen op voorhand het zicht op haar verkwisting en wanbeheer te ontnemen.

Toen zij bleek te lijden aan kanker en wist dat ze niet lang meer te leven had, stemde Sonia Orwell via haar advocaten in met een schikking. Maar Harisson bleef veeleisend. In ruil voor de teruggave van alle rechten op Orwells titels, eiste hij dat zij of enig ander erfgenaam van Orwell zou afzien van verdere juridische stappen. Luttele dagen voordat ze overleed werd een akkoord bereikt. In haar testament droeg Sonia Orwell de nieuw herwonnen rechten over aan Orwells geadopteerde zoon Richard. Harrison mocht zijn miljoenen behouden.

Jeugd

Was Sonia Orwell dan helemaal nergens schuldig aan? Hoogstens aan een enorme naïviteit, aldus Hilary Spurling, die de weduwe citeert: `George and I were both of us complete babies in financial matters, and we were only too delighted if someone else looked after them for us.'

Spurlings verweerschrift overtuigt wanneer zij zich beperkt tot harde feiten. Iets waziger wordt het zodra ze gaat psychologiseren. Zo schrijft zij Sonia's weigering zich te verdiepen in financiële aangelegenheden toe aan, jawel, een rampzalige jeugd. Nu was die jeugd inderdaad weinig feestelijk. Kort na haar geboorte in 1918 stierf haar vader, moeder hertrouwde met een alcoholist die zijn stiefdochter regelmatig mishandelde, en eenmaal op een katholiek internaat voerden nonnen een nietsontziend regime, met lijfstraffen en publieke vernedering. Vervelend, maar het verklaart niet waarom zij zich later niet kon en wilde bezighouden met financiële kwesties.

Spurling staat in The Girl from the Fiction Department uitvoerig stil bij de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog, toen Sonia Brownell schrijvers en literaire critici leerde kennen. Er heerste in die Londense kringen een klimaat van misogynie. Goed, er vielen heus wel vrouwen te bedenken die konden schrijven, en iedereen was trots op boegbeelden als Virginia Woolf en Edith Sitwell, maar het literaire bedrijf – de uitgeverij, tijdschriftredacties, de literaire kritiek – werd algemeen beschouwd als een mannenzaak.

Sonia Brownell ambieerde een carrière in dat mannenbastion. Toen ze begin twintig was, werd ze aangenomen als redacteur bij het roemruchte literaire tijdschrift Horizon, dat geleid werd door Cyril Connolly, toen Engelands nationale `man of letters'. Sonia runde het tijdschrift regelmatig in haar eentje, want de andere, oudere, mannelijke redacteuren spendeerden veel tijd en energie aan `wining and dining.' De sfeer bij Horizon was vaak openlijk vrouwvijandig. Sommige schrijvers klaagden bij Connolly dat het blad onvermijdelijk zou afzakken nu een vrouw het redacteurswerk deed.

Spurling herleidt Sonia`s latere verkettering tot die misogynie waarmee Sonia eerder was geconfronteerd. In The Girl from the Fiction Department komen veel vrouwen aan het woord die Sonia in verdediging nemen. Lady Victoria Powell, echtgenote van Anthony Powell, is het meest uitgesproken. Zij noemt Sonia het levenslange slachtoffer van een onuitroeibare `male vanity'.

De titel van dit boek verwijst overigens niet zozeer naar Sonia's jaren als redacteur van Horizon, maar naar de verboden liefde in 1984 tussen Winston Smith en Julia, `the girl from the fiction department' in de totalitaire staat Oceanië. Volgens Orwell zelf was Julia gebaseerd op Sonia. In 1984 wordt Julia als volgt geïntroduceerd: `The girl from the Fiction Department (..) was very young (..), she still expected something from life. (..) She did not understand that there was no such thing as happiness, that the only victory lay in the far future, long after you were dead.'

Hilary Spurling: The Girl from the Fiction Department. Hamish Hamilton, 193 blz. €20,–