Terug

Verslag van een nederlaag, hoe moet ik het anders noemen? Een beetje pathos mag best als je wilt uitleggen dat je vrijwillig afstand van je kat hebt gedaan. Ik had het liever verzwegen, lafaard die ik ben, maar daarvoor had ik in een aantal stukjes al te veel over haar verteld.

Anderhalf jaar geleden kregen we haar van kattenvrienden die haar van de straat hadden gehaald. Een cyperse zwerfkat van een jaar of dertien die jarenlang Amsterdam-Zuid had afgeschuimd. Zwerfkatten op leeftijd krijgen het steeds moeilijker, net als mensen, dus wilden we haar een verzorgde oude dag aanbieden.

Het zag er een poosje naar uit dat er goed met Neeltje viel samen te leven. Ze taalde niet meer naar de straat. Ze had grote behoefte aan rust en koestering. Misschien heeft ons dat te lang blind gemaakt voor haar onbeheersbare kanten. We zagen te laat in dat zij ons meer de baas was geworden dan wij háár.

Alles moest gebeuren op haar voorwaarden. Haar gedrag kreeg iets autistisch. Bezoekers en harde geluiden duldde ze niet, op onverwachte momenten kon ze over meubels plassen of uithalen met haar lange nagels, die ze niet liet knippen. Wij pasten ons steeds meer aan haar aan, en ik zag dan ook de dag naderen dat zij achter mijn computer zou plaatsnemen met de woorden: ,,Laat mij die stukjes maar schrijven, ik kan dat beter.'' Ze was intelligenter dan ik, dat moet ik toegeven.

Het is ons nooit gelukt haar op een normale manier op te pakken. We merkten dat we haar daardoor geen medische verzorging konden geven. Pillen toedienen, anti-vlooienvloeistof in haar nek ze stond het niet toe. Het was een compleet gevecht om haar in haar mand naar de dierenarts te krijgen, we hadden er eigenlijk Regilio Tuur bij nodig (maar die had het steeds te druk).

Bij de dierenarts werkt Ronald, de man die haar destijds aan ons had gegeven. De laatste keer ontworstelde Neeltje zich zelfs aan zijn geoefende handen. Hij moest zijn leren handschoenen aantrekken om haar onder de verwarming vandaan te halen. Pas daarna, terwijl een collega het achterlijfje omlaag drukte, kon haar een pil worden toegediend.

Zó kon het niet langer, beseften we. Ronald had ons destijds beloofd dat hij haar eventueel altijd in zijn eigen huis wilde opnemen. Kon dat nog steeds? Hij knikte. Misschien was het ook wel beter. Hij had meer katten, Neeltje moest zich nu wel aanpassen.

Dat was het dan. Sad, but true. Maar nog één kleinigheid. Toen we wilden opstappen, zei een collega van Ronald: ,,Er is vorige week een cypertje gebracht van anderhalf jaar. De eigenaars zetten haar in de wachtkamer en liepen weg.''

Zielig, dachten we, maar nu even niet. Toch gingen we kijken. Leuk poesje. Op haar kooi hing een kaartje met haar naam: ,,Vondeling''. `Anne' zou een geschikte voornaam zijn, bedacht ik.

We keken elkaar aan. Waren we in staat tot zo'n gruwelijk verraad? Ja, dat waren we. We brachten Neeltje en we gingen met Anne terug. De mens deugt niet, maar dat wist u al.