Slecht tarievenbeleid HSL

De discussie in de Tweede Kamer over de tarieven voor de HSL lijkt in misverstanden te stranden. De Kamer vindt dat het de HSL niet aan klanten mag ontbreken en dat derhalve de tarieven laag dienen te zijn. Ze lijkt ongevoelig voor het argument dat lage tarieven tot ongewenste effecten kunnen leiden. Neem het effect op de concurrentieverhoudingen tussen Air France en de KLM. Het is zelfs onbeleefd tegenover de KLM, die de trein mee-exploiteert, om de concurrentieverhoudingen scherper te maken dan ze zijn. De interesse van KLM in de trein kan ermee op het spel komen te staan.

De HSL-zuid, de snelle hoogwaardige treinverbinding tussen Amsterdam en Parijs is eveneens een snelle verbinding tussen de luchthavens Schiphol en Charles de Gaulle. De trein is derhalve een belangrijke leverancier van reizigers voor de luchtvaartmaatschappijen die vanaf die luchthavens vertrekken en de trein is bovendien een belangrijk vervoersalternatief voor reizigers tussen beide luchthavens of steden. Beide groepen reizigers zijn aantrekkelijk voor de luchtvaartmaatschappijen. Het is dan ook goed te verklaren dat de KLM in de exploitatie wil meedoen. Maar haar interesse moet groter worden geacht dan de interesse van Air France. Parijs is nu eenmaal groter dan Amsterdam. De KLM moet meer haar best doen om reizigers vast te houden dan Air France. Hogere tarieven voor het HSL-vervoer beschermen de belangen van KLM in de exploitatie van de trein. Lagere tarieven doen daaraan afbreuk. Lagere tarieven betekenen ook dat Parijs dichterbij Amsterdam komt te liggen. Daarvan zal Air France waarschijnlijk meer profiteren dan KLM. Dat komt doordat Air France de reizigers in de toekomst meer verbindingen en meer groei kan beloven dan Schiphol. De Kamer heeft tot nu toe geen acht geslagen op de luchtvaarteconomische aspecten van het tarievenbeleid en daardoor de discussie onverantwoord versmald.

Prof.dr. H.B. Roos is hoogleraar Logistiek Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.