Sjoemelcultuur op ministerie gedoogd

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is er sinds begin jaren negentig niet in geslaagd corruptiepraktijken in te dammen. Dit ondanks herhaalde waarschuwingen over malversaties en belangenverstrengeling op het departement.

Concrete signalen over ongeoorloofde belangenverstrengeling van ambtenaren van Rijkswaterstaat werden al in 1991 gemeld in een intern rapport van beleidsonderzoekbureau Van de Bunt in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. In 1995 waarschuwde de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) voor het begrip voor ,,sjoemelende collega's'' en ,,een parafencultuur'' bij Rijkswaterstaat.

Gisteren concludeerde voorzitter M. Vos van de enquêtecommissie die onderzoek doet naar de bouwnijverheid dat het integriteitsbeleid van het ministerie ,,onbehoorlijk'' is en dat de ,,resultaten van het beleid zeer teleurstellend'' zijn. Vos onderbouwde dit tijdens het verhoor van de hoogste ambtenaar van het ministerie R. Pans met de resultaten van een recent integriteitsonderzoek door een extern bureau in opdracht van Verkeer en Waterstaat.

Volgens secretaris-generaal Pans heeft het ministerie hooguit een à twee verdachten per jaar. De Rijkswaterstaat-woordvoerder zegt dat er wel degelijk verbeteringen zijn geweest op het departement en dat de aandacht nu ten onrechte uitgaat naar de negatieve aspecten van het integriteitsbeleid.

Het BVD-rapport, nu in bezit van de enquêtecommissie, constateert binnen Rijkswaterstaat ,,begrip voor sjoemelende collega's als dit de efficiëntie van de organisatie bevordert''. De BVD (tegenwoordig AIVD) stelt dat een selecte groep van bedrijven regelmatig boven anderen wordt bevoordeeld. Bedrijfs- en privacygevoelige gegevens slingeren rond en worden nauwelijks afgeschermd. Zelfs vertrouwelijke documenten als stukken uit de ministerraad krijgen geen aparte bescherming.

Onderzoeksbureau Van de Bunt constateerde al in 1991 een ,,traditionele verbondenheid van ambtenaren bij Rijkswaterstaat met bouwbedrijven''. Zij vinden goede samenwerking belangrijker dan ,,optimale mededinging''.

De BVD ging in haar rapport nog een stap verder. Een aantal ambtenaren van Rijkswaterstaat onderhoudt zodanig nauwe contacten met bedrijven, dat de overheidsfunctionarissen in feite beschouwd moeten worden als adviseur. Daarnaast werden antecedenten van sollicitanten in die tijd nauwelijks gecontroleerd, ook niet voor functies die inzage bieden in vertrouwelijke informatie.

Uit het rapport blijkt dat integriteitsdelicten niet geregistreerd worden en integriteitsbeleid geen prioriteit heeft. Antecedenten worden wel beter gecontroleerd, maar tweederde van de sollicitanten vindt dat te weinig aandacht is besteed aan integriteitsbeleid. [Vervolg BOUWFRAUDE: pagina 2]

BOUWFRAUDE

Onderlinge afspraken nog steeds aan de orde van de dag

[Vervolg van pagina 1],,Binnen de organisatie is nog steeds niet altijd duidelijk'' hoe vertrouwensfuncties gedefiniëerd moeten worden, stelt het rapport. Functieroulatie bij beleidsgevoelige functies komt nauwelijks voor. Daarnaast vindt veertig procent van het personeel van Rijkswaterstaat dat het management zelf onvoldoende voorbeeldgedrag toont.

Bij Rijkswaterstaat Noord-Holland zijn onderlinge afspraken tussen ambtenaren en bedrijven nog steeds aan de orde van de dag, zo bleek gisteren uit het verhoor van Rijkswaterstaat-werknemer R. van der Zande. Met Europese aanbestedingsprocedures wordt de hand gelicht door een deel van het werk onder te brengen onder de post `meerwerk'.

Rijkswaterstaat neemt volgens Van der Zande de calculaties van dat bedrijf, die daarna in rekening gebracht worden, over zonder controle daarop uit te oefenen. Van der Zande, de afgelopen tien jaar betrokken bij nagenoeg alle aanbestedingsprocedures in Noord-Holland, verklaarde gisteren dat hij met enige regelmaat melding maakte van onjuiste procedures. Die procedures werden volgens hem echter stelselmatig goedgekeurd, ook door het hoofdkantoor van Rijkswaterstaat in Den Haag. Van der Zande: ,,Er werd altijd wel een argument gevonden het project toch te laten doorgaan.''

De in 1995 door de BVD geconstateerde slordigheid met vertrouwelijke documenten en bedrijfsgegevens is volgens Van der Zande nog steeds aan de orde van de dag. ,,Tot voor kort kon iedereen, tot aan de schoonmaker, overal bijkomen'', stelde Van der Zande. Pas een maand geleden werd bij Rijkswaterstaat Noord-Holland de maatregel ingevoerd dat ambtenaren vertrouwelijke documenten moeten opbergen. Bouwbedrijf Koop Tjuchem heeft inmiddels KPMG ingehuurd om te onderzoeken steekpenningen zijn betaald door medewerkers van de groningse bouwonderneming aan ambtenaren van Rijkswaterstaat. Volgens commissievoorzitter M. Vos leidt dit tot de merkwaardige situatie dat KPMG bij dit onderzoek gebruik kan maken van expertise die het als huisaccountant bij Rijkswaterstaat de afgelopen jaren heeft opgedaan.

KPMG onderzoekt bovendien voor Verkeer en Waterstaat de geruchten over een ambtenaar die onderhands aan een auto zou zijn gekomen.

Volgens Pans is dat een dilemma van mogelijke belangenverstrengeling waar de beroepsgroep van accountants zelf maar moet zien uit te komen.

Overigens was Pans al sinds 1999 op de hoogte van het bestaan van de schaduwboekhouding van oud-directeur Bos van Koop Tjuchem. Hij was daarover geïnformeerd door secretaris-generaal H. Borghouts van justitie. Tot interne maatregelen heeft dat niet geleid.

www.nrc.nldossier Bouwfraude