OVSE-voorzitterschap

Het komende Nederlandse voorzitterschap van de OVSE heeft de heren Van Roijen en Bakker van het Nederlands Helsinki Comité ertoe bewogen te schrijven over de ambitie die Nederland zich voor dit leiderschap zou moeten aanmeten (NRC Handelsblad, 27 augustus).

Teneinde de aandacht en waardering te krijgen die de OVSE verdient, moet zij haar werkmethoden verbeteren en een nieuwe Oost-Westdeling voorkomen (NRC Handelsblad, 27 augustus). Algemeenheden waar je zo op het oog mee kunt instemmen. Toch maken ze ook nieuwsgierig naar wat er dan precies mis is en hoé dat dan aangepakt moet worden, maar dat laten de auteurs helaas na te vertellen.

Iedere onderbouwing ontbreekt en dus wordt de lezer geacht uit het niets aan te nemen dat het juist Nederland is dat het functioneren van de OVSE nieuwe impulsen kan geven, dat er sprake is van een ernstige politieke crisis bij de OVSE, dat de missies en de HCNM unieke en succesvolle instrumenten zijn, dat er tweedeling dreigt in Europa, dat het oppassen geblazen is voor het scepticisme in Rusland en de andere voormalige Sovjetrepublieken en dat de OVSE meer succes kan boeken als zij zich minder richt op Oost-Europa. Dat is net iets te veel om zomaar mee in te stemmen.

Uit eigen ervaring als (niet-OVSE) verkiezingswaarnemer bij de Russische presidentsverkiezingen van 2000 weet ik dat de OVSE zich toen niet gehouden heeft aan de criteria die zij zichzelf gesteld heeft voor het beoordelen van het vrije en eerlijke verloop van verkiezingen. Het Oost-Europese scepticisme en het wegblijven van experts vind ik dan ook niet zo moeilijk te begrijpen.