Onbeschaamd modern

Belgische ontwerpers trekken internationaal de aandacht. Het is geen toeval dat de meesten van hen Vlaams zijn. `Tof' is het sleutelwoord.

Wie de stadsontwikkeling in Antwerpen in de gaten houdt, had het al gezien: Belgisch interieur is `in'. De stad die ooit bekend stond om de haven en de diamanten, en het laatste decennium ook om haar baanbrekende mode-ontwerpers, toont nu dat zij ook op het gebied van design een reputatie heeft. In Zuid, tot voor kort een afbraakwijk waar niemand wilde wonen, is dit het best zichtbaar. Oude cafe's worden opgeknapt. Lofts in uitgewoonde huizen zijn na interventie van experimentele architecten onbetaalbaar geworden. En geregeld opent er iemand een keuken- of meubelwinkel vol gedurfde, peperdure ontwerpen, made in Belgium, zoals Obumex (keukens) en Bulo (kantoorinrichting). Voor het Museum van Schone Kunsten, in het hart van de hype, staat een lange gekromde bank van modeontwerpster Ann Demeulemeester, die aan de overkant kleren verkoopt in een winkel die meer lijkt op een galerie. Vlakbij wordt binnenkort een modemuseum geopend waarin de couture als gespreksonderwerp nu al concurrentie ondervindt van de brasserie beneden – niet zozeer vanwege de lunchkaart maar door het minimalistische interieur van binnenhuisarchitect Vincent van Duysen. Wat je er ook van vindt, de opmerking van de Belgische architect Renaat Braem dat `België het lelijkste land ter wereld' is, lijkt 35 jaar na dato aan een drastische nuancering toe.

,,Wij willen van Antwerpen een toffe stad maken'', zegt Peter Galliaert, gedelegeerd bestuurder van de bouwonderneming Vooruitzicht en een van de gangmakers van de metamorfose. `Tof', een veelgebruikt woord in deze kringen, staat voor puur van ontwerp, licht en onbeschaamd modern. Het geldt bijvoorbeeld voor de houten tuinmeubelen van Claire Bataille en Paul Ibens (die vorig jaar een prijs wonnen op de International Contemporary Furniture Fair, de ICFF, in New York), voor de metalen kantelbare brievenbus van Suzon Ingber en voor de ingenieuze stoel, tweezitter annex bedbank van Glenn Sestig die je op allerlei manieren tegen elkaar aan kunt zetten. De meubels van deze Belgische ontwerpers zien er spartaans uit, maar er is best op te zitten. Beton en hard staal ontbreken. De Belgische minimalisten gebruiken hout en warme, zachte stoffen. Belgen zijn tenslotte bourgondiërs: ze houden van eten en drinken, en van comfort. De humor die sommige Nederlandse ontwerpen kenmerkt, ontbreekt: een stoel is hier gewoon een stoel.

Peter Galliaert heeft deze ontwerpers binnengehaald in zijn bedrijfje Appart, een agentschap dat de productie en promotie van exclusieve Belgische ontwerpen in binnen- en buitenland verzorgt en daarnaast nieuw talent wil scouten. Galliaert, die in de Belgische beeldende kunst al een reputatie heeft van mecenas, investeert ook in De Winkelhaak, het eerste designmuseum van Antwerpen, dat in september opengaat. Door de komst van dit futuristische, glazen gebouw in een verkrotte buurt bij het Centraal Station, laten interieurwinkels uit heel België hier nu ook panden renoveren om er een filiaal in te vestigen. In De Winkelhaak komen ateliers, een tentoonstellingsruimte en een winkel. Het initiatief is vooral gericht op productontwikkeling en technische innovatie. En er wordt een poging gedaan de gewone burger voor design te interesseren: er komen kindercursussen, een gratis design-tijdschrift en design-wedstrijden. Ook de stad steekt, in het kader van de stadsontwikkeling, geld in dit project.

Lange traditie

,,Het is leuk dat er eindelijk aandacht voor Belgische ontwerpers is'', zegt ontwerper Axel Enthoven, ,,maar als ik u vertel hoeveel Belgen er al aan het hoofd staan van designafdelingen van internationale bedrijven en organisaties, staat u versteld: bij Bentley, Audi, de NASA, MIR. Dat is al jaren zo, maar men weet het niet''. De design-almanak Made in Belgium uit 2001 staat inderdaad vol Belgische ontwerpers die overal ter wereld lampen, stoelen, koelkasten of rugzakken maken. Enthoven, die onder andere voor Samsonite en Tupperware ontwerpt en ook de nieuwe tram `deed' die binnenkort in Rotterdam gaat rijden, werkt voor veertig internationale meubelfabrikanten. ,,Wij zijn bezig een revolutionaire textielsoort voor bedden te ontwikkelen. Dat wordt in 22 landen in gebruik genomen. Daar kraait in België geen haan naar. Ineens is er iemand die een mooie stoel maakt, en dan is Belgische design `in opmars'. Begrijp me goed, die aandacht is goed voor ons allemaal. Maar de hype van nu moet je wel in de context van een lange traditie zien.''

De kracht van België is misschien wel dat het geen profiel heeft. Tuinarchitect Jacques Wirtz zei eens: ,,Wij Belgen gehoorzamen alleen onszelf.'' Het land ligt op de breuklijn van noordse en latijnse culturen. Dat mag tot politieke spagaten leiden, maar zorgt ook voor kruisbestuiving: dat half Antwerpen deze zomer op Birkenstocks loopt en half Brussel op Tod's lijkt schizofreen, maar geeft de dragers van beide soorten schoeisel ook het besef dat er in de wereld nog méér te koop is. In België komen van oudsher ook veel vreemde culturen samen. Alleen al de diamanten van Antwerpen zorgden voor een toestroom van joden, Chinezen en nu Indiërs. In Brussel, waar veel Europese instellingen zijn, kun je bij elke krantenman dagbladen in zeker tien talen kopen. En elk land heeft hier wel zijn restaurants: geen wonder dat het fusion-koken en de nouvelle cuisine deels uit België komen, en dat Belgische restaurants tot in New York in de mode zijn. ,,Wij zijn mensen met een brede scope'', vindt Enthoven, ,,kameleons, die goed sferen aanvoelen en dat weten te vertalen''.

Henry van de Velde was niet voor niets een Belg. Een van de oudste designscholen van Europa werd in 1969 in België geopend. Nu heeft het land er vijf. De meubelbeurs van Kortrijk is een van de meest toonaangevende van Europa. Maar ook de beurs van Milaan kan al jaren niet om de Belgen heen. Toch behoeft het begrip `Belg' op gebied van design wel precisering. Want de meeste interieur- en productontwerpers zijn, net als de modekoningen, Vlamingen.

,,In Vlaanderen is de attitude vooral: vernieuwen'', vertelt Amandus Vanquaille, een Antwerpse architect die sculpturen van zeil maakt voor tuinen en terrassen. ,,In Wallonië en Brussel ligt het accent meer op restauratie en groenbehoud. Vlamingen zeggen `Oh mooi' als ik met mijn zeilen aankom. Franstaligen zeggen: `Oei, past dat wel in mijn omgeving?' ''

Al op school leren Franstalige kinderen dat conformisme een groot goed is. Discipline, orde en met twee woorden spreken zijn belangrijk. Op Vlaamse scholen wordt zelfexpressie meer gestimuleerd. Vlaamse kinderen zijn vaak brutaler en creatiever dan Franstalige, en minder klassiek gekleed net als hun ouders. Als een Franstalige met zorg een oud huis renoveert, doet hij dat in de oorspronkelijke stijl. Vlamingen converteren zo'n huis meer naar de moderne tijd. Contrasten amuseren hen. Het spel is hoever ze kunnen gaan. Daarin worden ze door de Vlaamse overheid en het bedrijfsleven gestimuleerd. Toen er een glazen kubus verrees in een Antwerpse woonwijk, werden de bouw- en woningsvoorschriften opzij gezet om dat mogelijk te maken.

In Brussel hebben de Vlaamse autoriteiten een organisatie die Vlaams design promoot zo actief, dat Franstalige ontwerpers soms klagen dat hun overheid achterblijft. En Peter Galliaert van Vooruitzicht zet zich in om modeontwerpers tuinen te laten maken, en fotografen stoelen: ,,Verbeelding, maar ook freewheelen zijn essentieel voor een ontwerper''. Men zegt weleens dat Vlamingen meer bezig zijn met design omdat zij meer geld hebben dan de Franstaligen – ook zwart geld. In steden als Luik en Brussel wonen evengoed rijke mensen. Maar dat is ánder geld: ,,Franstaligen'', zegt Amandus Vanquaille, ,,hebben meestal oud geld. De oude aristocratie sprak immers Frans. Maar met dat geld erven mensen huizen, meubels, schilderijen, zilver – de hele familietraditie, zeg maar. Vlaams geld is meer `nieuw'. Vlamingen hebben die ballast van hun voorouders niet. De meesten waren vroeger arm. Dat schept meer horizon. En vrijheid om met dat geld iets nieuws te doen.''

Vandaar dat internationale bedrijven in Antwerpen belanden als ze baanbrekend design op de markt willen brengen. Koploper is Vincent van Duysen, die dit jaar zowel voor Cappellini Extra als B&B Italia meubels maakte. Eerder ontwierp hij een deel van de nieuwe Selfridge's-winkel in Manchester en `deed' hij het huis van een voormalige redacteur van het blad Elle Décoration, die een boek over hem schreef. Maarten van Severen, die onder meer luie stoelen heeft gemaakt met een gekromde leren rug- en armleuning, werd door topfabrikanten als Kartel en Vitra gecontracteerd. Ook openen Belgische fabrikanten steeds vaker showrooms in het buitenland. Zo kun je bij Bulo in Londen onder andere de `Table Blanche' van modeontwerpster Ann Demeulemeester kopen (een tafel bespijkerd met wit canvas). Belgische tuinarchitecten – zoals Erik Dhont, die opzien baarde met een minimalistisch heggenlabyrint bij een huis uit 1602 – werken steeds meer over de grens. En zeilenmaker Vanquaille krijgt veel opdrachten uit Duitsland. ,,Les petits Belges,'' concludeert Marij De Brabandere van Appart trots, ,,daar is het nu wel mee gedaan he?''