Nooit af

Hoewel hij veel navolgers had, was de kunst van Michelangelo onnavolgbaar, zo blijkt op drie tentoonstellingen in Florence.

In de vroege 16de eeuw kwamen in het Vaticaans paleis Michelangelo en Raphael elkaar wel eens tegen. De een eenzaam en somber op weg naar de Sixtijnse kapel, de ander omringd door een vrolijke troep assistenten op weg naar de appartementen van paus Julius II. Tijdens zo'n ontmoeting schijnt Michelangelo tegen Raphael geroepen te hebben: ,,Jij gaat met velen, als een generaal!'' Waarop Raphael antwoordde: ,,En jij alleen, als een beul.''

Als die anekdote verzonnen is – zoals veel kunstenaarsanekdotes – dan moet dat gebeurd zijn om de incompatibilité d'humeur tussen de twee beroemdste kunstenaars van de hoog-Renaissance te illustreren. Inderdaad is een megalomane onderneming om moederziel alleen het plafond van de Sixtijnse kapel te beschilderen niet anders dan beulswerk te noemen. Michelangelo begon met een stel assistenten, maar ontsloeg ze na twee weken omdat hij zich aan hen ergerde. Aan het maandenlang op een stellage schilderen, achterovergeleund en gehaast, hield hij een levenslange nekkramp over.

Ook uit zijn werk, correspondentie en poëzie doemt het gecompliceerde karakter van Michelangelo op: een onmogelijke man, eigenwijs, paranoïde, krampachtig aarzelend tussen lichaam en ziel, seksualiteit en mystiek. De kunstenaar en biograaf Vasari, beschreef de psychische toestand van zijn held als `woestheid bij de wilde beesten af'.

Het was de woestheid van iemand die tegelijk gevaarlijk is en schuw. Zo kon hij schreeuwen tegen zijn opdrachtgevers, zelfs als het pausen waren. Maar hij kon ook iets voor niets doen als hij het per se wilde, als hij vond dat het moest en precies zó moest. En als hij ergens geen zin in had, deed hij het niet – hoewel nood wet brak als er verdiend moest worden. Ook was Michelangelo een getourmenteerd homoseksueel en een platoons minnaar van kuise en strenge vrouwen. Als een dr. Frankenstein sneed hij 's nachts lijken open, uit wetenschappelijke belangstelling. Hij leefde kortom voor de kunst. De gelikte Raphael, vrouwenman, succesvol ondernemer in de kunsten en wendbare hoveling, was zijn anti-type. Een anti-type op wie hij jaloers was. Raphael, vond Michelangelo, was een wijvenschilder, maar toch had de kleine rat uit Urbino alles van hem, Michelangelo, gejat.

Zowel Michelangelo's veelzijdigheid als beeldhouwer, architect, schilder en dichter als zijn onmogelijke karakter zorgden voor een roem die zich tijdens zijn leven wijd verspreidde. De hele 16de eeuw is schatplichtig aan hem. Maar het is de vraag wat navolging van het onnavolgbare voor kunst oplevert. Een antwoord is te vinden op de tentoonstelling in het Palazzo Strozzi in Florence, L'ombra del genio; Michelangelo e l'arte a Firenze, gewijd aan de invloed van Michelangelo op de Florentijnse cultuur van 1537 tot 1631, de periode waarin het groothertogdom van de Medici in volle bloei stond. Het antwoord is: iets rijks en vreemds, maar zelden iets moois.

De expositie toont een verpletterende veelheid aan werken, van sculptuur en schilderkunst tot decoratieve kunsten en meubelstukken. Michelangelo's kunst opent de tentoonstelling, maar het merendeel bestaat uit werk van anderen, leerlingen en schatplichtigen, onder wie Pontormo, Bronzino en Cellini. Overal is de invloed van de meester herkenbaar – wie het even niet ziet kan naar projecties van Michelangelo's werken op de muren kijken, in stemmig soft-focus, als om te illustreren dat zijn invloed niet altijd even helder is.

Ongenaakbaar

De portretten van Pontormo en Bronzino horen tot het mooiste van wat in Palazzo Strozzi te zien is. Bronzino's Laura Battiferri, die elegant een boek openhoudt met Petrarca-sonnetten, en ongenaakbaar, en profil, het schilderij uit staart, is een indringend schilderij. Bronzino lijkt deze Laura haast bewust lelijk te maken. Het is alsof hij, net als Michelangelo, wilde laten zien dat vrouwelijke schoonheid niet in het uiterlijk maar in de ziel gezocht moet worden.

De werken die niet de inhoudelijke aspecten, maar de vormentaal van Michelangelo imiteren, zoals de schilderijen van Salviati of de beelden van Ammanati en Bandinelli, tonen hoe Michelangelo's ragfijne vormbeheersing kan afglijden naar kil formalisme: de wirwar van spierballen en serpentijne lijnen, die onder de naam Maniërisme te boek staat. En zo zie je iets onverwachts en tragisch: hoe kwetsbaar het streven van Michelangelo is, en hoe de geschiedenis hem heeft ingehaald.

Veel van Michelangelo's werk is `onaf', een kwaliteit die zijn reputatie in de Romantiek ten goede kwam - de Romantiek zwolg immers in de cultus van de ruïne en het fragment. Het is ook een eigenschap die, alweer, een contrast levert met de gladde, affe Raphael. Veel van Michelangelo's beroemdste beelden zijn fragmentarisch: zijn slaven voor het grafmonument van Julius II of de late, getourmenteerde versies van de Pietà. Michelangelo lijkt altijd bezig met een `project' dat hij niet afkrijgt. Nu kan `onaf' bij Michelangelo betekenen: stukgegooid uit woede, ruzie gekregen met de opdrachtgever en op hoge poten vertrokken of gewoon geen zin meer hebben in bijvoorbeeld die `imbeciele' Medici die hem voortdurend aan zijn kop zeurden. Maar er kan ook iets diepers meespelen als het om die onafheid gaat: de hunkering naar het volmaakte dat onbereikbaar is – een hunkering die je ook in zijn poëzie ziet.

De tentoonstelling in Palazzo Strozzi toont van die onderstroom in zijn werk een subliem voorbeeld: de Apollo of David uit de Bargello , die of een pijl uit zijn koker haalt, of, als het een David is, zijn slinger tevoorschijn haalt. Het is verleidelijk om aan de fragmentarische staat van dit beeld een diepere betekenis te geven: de uitbeelding van iemand die iets gruwelijks tracht af te wenden terwijl zijn hoofd in de sereniteit van de slaap is verzonken, het lichaam in sensuele rust. Maar misschien moet je volstaan met de verklaring dat Michelangelo het beeld gewoon heeft achtergelaten toen hij in de jaren dertig uit Florence naar Rome vertrok. Het beeld is goed zoals het is: mysterieus, onaf. En tegelijk is dat het probleem. Want de Renaissance is voor alles een periode die de ruïneuze staat waarin de resten van de Oudheid verkeerden, wilde afmaken en kunst produceren die niet in brokken over het Forum Romanum verspreid lag, maar heel was en blinkend. Zette Michelangelo zich tegen die cultuur af? Het zou passen bij zijn dwarse karakter. Maar ik denk dat het idee niet opgaat. Dat Michelangelo veel liet liggen, was niet omdat hij het onaf mooi vond, maar doordat hij weer eens ruzie kreeg met zichzelf of anderen.

Op de expositie L'ombra del genio is te zien dat de kunstenaars die zich door hem lieten inspireren weinig belangstelling hadden voor onvoltooide beelden. Doordat ze Michelangelo's passie voor formele perfectie als metafoor voor het goddelijke missen, vervlakt zijn wanhopige streven in andere handen – behalve die van bijvoorbeeld Bronzino en Pontormo – tot het `maniertje' van het Maniërisme. Die vervlakking staat, zo maakt de tentoonstelling duidelijk, in direct verband met de hofcultuur van de Medici, waar voor experimenten steeds minder plaats was. De open dynamiek van de hoog-Renaissance begint plaats te maken voor de hiërarchie van classicisme en hofcultuur.

Schoolschrift

Zoals veel Florentijnen was Michelangelo de knapenliefde toegedaan. Maar het lijkt hem dwars te hebben gezeten. Zeker na de verscherping van de morele regels van de contra-Reformatie, komt bij Michelangelo een sterke scheiding tussen de Aardse en de Hemelse Eros naar voren. Zijn grootste vlam was de mooie, jonge edelman Tommaso de' Cavalieri. Michelangelo schreef hem brieven, stuurde hem tekeningen, en gepassioneerde sonnetten. De beroemdste tekening die de affaire heeft voortgebracht is een Roof van Ganymedes, waarin Jupiter in zijn adelaarsgedaante de schone Trojaanse prins Ganymedes ten hemel voert om wijnschenker van de Goden te worden. Zo leidt de (knapen)liefde naar het hogere. Maar intussen, wat een sensualiteit! Rond de Ganymedes is in het Casa Buonarroti een tentoonstelling gemaakt waarin een beknopt overzicht van de Ganymedes-mythe in de beeldende kunst vanaf de Oudheid wordt gegeven, naast alles wat met Michelangelo's tekeningen voor Tommaso te maken heeft. Ontroerend is het schoolschrift waarmee de bijna zestig jaar oude kunstenaar de jongen zijn tekening aanbiedt. Je voelt hem denken: `netjes schrijven, goede indruk maken!'

In scherp contrast met de passie van de Ganymedes-tekening is zijn Venus, door Amor gekust, waaraan een derde tentoonstelling is gewijd. Het grootste misverstand over kunst, zo lijkt Michelangelo soms te suggereren, is dat het mooi moet zijn. Het moet goed zijn, en een product van de geest. Disegno, dat wil zeggen ontwerp en lijn, staat voorop en niet kleur, licht en sfeer, de zintuiglijke elementen waar het in de sensuele Venetiaanse kunst om draaide. De ultieme metafoor voor disegno was voor hem het mannelijk heroïsch naakt. Het schilderij Venus door Amor gekust is weliswaar van de hand van Pontormo, maar die heeft slechts de kleur toegevoegd. Het reflecteert nauwgezet een ontwerp van Michelangelo, gemaakt voor een studiolo (kunst-studeerkamer) van de Florentijnse edelman Bartolomeo Bettini. Michelangelo ontwierp hiervoor de lelijkste Venus die ik ooit heb gezien. Misschien was dat omdat de discussies van de heren zo netjes en intellectueel waren of misschien omdat ze vooral over heren gingen. Venus lijkt een door cortisonenmisbruik gedeformeerde atlete uit de Sovjet-Unie.

Er is vaak opgemerkt dat Michelangelo geen vrouwen kon schilderen maar alleen mannen met opgeplakte borsten. De schetsen van elegante vrouwenlichamen tonen dat hij dat wel kon, maar blijkbaar niet wilde en zijn Venus bewust lelijk heeft gemaakt. Omdat het hem om disegno ging en niet om vrouwelijke sensualiteit. Michelangelo geeft met dit schilderij een schop tegen de schenen van Raphael en Titiaan, vrouwenschilders, maar ook handige hovelingen die deden wat hun opdrachtgevers wilden. Zo wilde Michelangelo niet zijn.

Wat de directe invloed op de Florentijnse kunst betreft, is de schaduw uit L'ombra del genio een passend motto voor de tentoonstelling. De hoge boom Michelangelo wierp een gigantische schaduw, maar er was ook een schaduwzijde. Vasari's tegenstelling tussen de woestheid van Michelangelo en de plooibaarheid van Raphael zegt meer dan Vasari gewild zal hebben. Hoeveel prachtige kunst er ook te zien is op L'ombra del genio, de imitatie van een wild beest, en de poging diens werk voor Florence te gelde te maken in de propaganda van de Medici, is mislukt. Dat krijg je als je het onnavolgbare wilt imiteren.

L'ombra del Genio; Michelangelo e l'arte a Firenze 1537-1631; Palazzo Strozzi, Florence, tm 28 sept. Venere e Amore; Michelangelo e la nuova bellezza ideale; Galleria dell' Accademia, Florence, tm 2 nov. Il mito di Ganimede prima e dopo Michelangelo; Casa Buonarroti, Florence, tm 29 sept.

Vasari noemde zijn woestheid `bij de wilde beesten af'

Michelangelo ontwierp de lelijkste Venus die ik ooit heb gezien