Niet sentimenteel doen over oerbos

Russische houtbedrijven azen op het oerbos van de Oedege. Aanvankelijk verzette het inheemse volk zich. Nu wil het alleen zijn deel van de buit.

Op de bospaden rond Krasni Jar denderen Japanse trucks met hardhout ons tegemoet. ,,Duurzame houtwinning!'', zeggen de Oedege net iets te snel als we hun naar die transporten vragen.

De Oedege van de Bikinrivier zijn de ecokrijgers van de milieubeweging. Tweeduizend zijn er nog over van dit inheemse jagersvolk. Ze wonen in het dampende, tropisch ogend oerbos van Ruslands Verre Oosten. Een eldorado voor de houtindustrie is dat, vol eeuwenoude eiken, essen, ceders en Koreaanse pijnbomen. Russische houtbedrijven staan in de rij om met hun bulldozers de stoomgebieden van de Bikinrivier en de Samargarivier te exploreren. Maar de Oedege staan in de weg. Althans: ze stonden in de weg.

Tazy, noemden de Chinezen de Oedege, of `vreemdelingen in vissenhuid'. Ze leefden in kleine clans van wat het bos hun bood. Midden vorige eeuw dreven de Sovjets ze in centrale dorpen samen. Ze assimileerden: alleen de oudjes spreken nog de eigen taal. ,,Mijn opa spreekt het, mijn vader begrijpt het, ik ken een paar woorden'', zegt Rodion Soeljandziga. Hij werkt in Moskou voor Raipon, de Russische belangengroep van inheemse volkeren. Hij is op bezoek bij zijn ouders in Krasni Jar (Rode Heuvel). Voor Russische begrippen is dat een welvarend dorp: nette houten huizen met grote moestuinen en veel tweedehands minibusjes uit Japan. De dorpelingen hebben geen stalen, maar gouden voortanden. Vroeger was Krasni Jar alleen met vliegtuigjes te bereiken, nu doorsnijden talloze houtpaden het bos. Want rond het dorp is de kaalslag al begonnen.

Rodion vindt dat inheemsen hun jachtgebied moeten verdedigen. Dat ligt stroomopwaarts. Om dat tegen de houtmafia te beschermen, procedeert hij bij de rechtbanken van Vladivostok, Chabarovsk en Moskou. De Oedege van Bikin hebben inmiddels een klein gebied voor traditoneel natuurgebruik bevochten. Het is niet de 1,3 miljoen hectare oerbos waarop ze recht menen te hebben, maar het is een begin. Ze genieten de steun van de milieubeweging met zijn juristen en internationale contacten. Want het jachtgebied van de Oedege valt samen met de habitat van de met uitsterven bedreigde Amoertijger.

Toen het Zuid-Koreaanse Hyundai in 1992 een licentie kreeg om rond de Bikinrivier hout te kappen, lag de zaak dus helder: bedreigde tijgers en inheemsen versus een inhalige multinational. De Oedege wierpen barricades op, milieugroepen begonnen een internationale campagne en Hyundai trok zich terug. Maar de houtbedrijven en het regiobestuur gaven niet op. In 1994 stelde de lokale gouverneur dat het oerbos van Bikin doodziek was en een brandgevaar vormde. Alleen door alles te kappen kon het bos gered worden. Twee jaar later begon houtbedrijf Primorlesprom met de aanleg van een weg dwars door het bos. Die zou het oerbos ontsluiten voor de brandweer en natuurbeschermers beter in staat stellen hun tijgers bij te staan, zo heette het.

Opnieuw kwamen de Oedege in actie. Toen de rechtbanken niet meewerkten, wisten zij de Russische wegarbeiders in 1998 tot een staking te bewegen. Door met moord te dreigen, zegt Primorlesprom. ,Er zijn harde woorden gevallen'', giechelt Oedege-leider Vladimir Sjirko. ,,Maar het waren alleen woorden.''

Sjirko – massieve buik, borstelsnorretje, listige oogjes en gouden tanden – is de baas in Krasni Jar. Twintig jaar deed hij zaken in Irkoetsk, vijf jaar geleden zag hij ,,interessante kansen'' in zijn oude dorp. Sjirko begon een klein houtbedrijfje en nam het jachtbedrijf van Bikin over. Dat koopt de pelzen van de Oedege-jagers op. Vorige week was Sjirko in Genève, als woordvoerder van de Oedege bij een milieucongres.

Sjirko zegt het oerbos van Bikin tot de laatste snik te verdedigen tegen Primorlesprom, want die brengt ,,chaos en kaalslag''. Wie schetst onze verbazing als we hem een dag later in het kantoor van Terneiles aantreffen, het grootste houtbedrijf in de regio? Sjirko blijkt bevriend met Edvard Grabovski, vice-president van Terneiles. En Grabovski heeft grote plannen voor de Bikinrivier. Aan de rand van het bos bouwt hij een houtfabriek die 50.000 kubieke meter hout per jaar kan verwerken. Hij omschrijft het als een werkgelegenheidsproject voor Oedege.

Over oerbos moeten we niet sentimenteel doen, vind Grabovski. ,,Je poot aardappelen in de lente en oogst ze in de herfst. Anders rotten ze weg. Met bomen is dat niet anders.'' Hij vindt dat er best wat meer gekapt mag worden rond de Bikinrivier, zij het niet door rivaal Primorslesprom. Want die is in het verre Vladivostok geregistreerd en betaalt daar belastingen. Grabovski: ,,Wat wij doen, komt deze regio ten goede. Terneiles en de Oedege gaan samen een plan voor duurzame ontwikkeling opstellen.'' Grabovski belooft de Amoertijger daarbij te ontzien. Zijn vriend Vladimir Sjirko geeft op de kaart aan hoeveel jachtgebied van de Oedege verboden terrein blijft voor de houthakkers. Twee minieme perceeltjes, zo blijkt.

Michael Jones, een Amerikaan die zes jaar in Krasni Jar woonde, erkent tot zijn spijt dat de Oedege nu gewoon a piece of the action willen. ,,Iedereen kent hier nu het groene jargon. Duurzaam, ecosysteem, habitat, landschapsplanning. Maar het enige groen dat de houtindustrie kent, zijn greenbacks (dollars).'' In theorie valt een plan op te stellen dat houtwinning, inkomen voor de lokale bevolking en behoud van de Amoertijger combineert. Maar niet in het huidige Rusland.

De Oedege neemt Jones niets kwalijk. ,,Toen ik ze tien jaar geleden hielp tegen Hyundai, hadden ze beperkte behoeften. Nu willen ze ook een televisie, een videorecorder en een auto.'' De afgelopen jaren zagen ze iedereen geld verdienen in hun bossen. Willen ze nog meeprofiteren, dan moeten ze wel samenwerken met een grootmacht als Terneiles.

In de schemering zakken we op platbodems de Bikinrivier af. Boomstronken doemen als sprookjesmonsters uit de nevel op, het oerbos baadt in een roze gloed. Zolang het nog duurt.