Milieudiscussie is niet van vandaag of gisteren

De opwarming van de aarde en de energieproblematiek lijken onderwerpen die vooral de laatste decennia ter discussie staan. In werkelijkheid houden filosofen en natuurkundigen zich al eeuwen met deze zaken bezig.

Het tijdstip lijkt ideaal voor een boek over energie: de discussies over duurzame vormen van energieopwekking, het broeikaseffect en het Kyoto-protocol zijn in volle gang en tijdens de wereldtop in Johannesburg is duurzaamheid het sleutelwoord voor de verzamelde presidenten en premiers.

Denken en praten over energie lijkt hierdoor bijna een recent fenomeen. Maar dat is niet het geval. Al eeuwenlang denkt de mens na over de mogelijke gevolgen van het opwekken van energie. Het grote verschil is dat de discussie vroeger werd gevoerd door de kleine bovenlaag, de filosofen en natuurkundigen. Tegenwoordig doen de massamedia uitgebreid verslag en kan iederen die dat wil via internet meepraten over het onderwerp.

Het boek Van spierkracht tot warmtedood. Een geschiedenis van de energie beschrijft wat de titel al doet vermoeden. De lezer wordt geïnformeerd over de opkomst van verschillende energievormen. Professor M.J. Sparnaay (1923) doet echter meer dan dat. De voormalige hoogleraar aan de Universiteit van Twente, die dertig jaar lang verbonden was aan het natuurkundig laboratorium van Philips, beschrijft niet alleen de technische vooruitgang, maar ook de filosofieën en theorieën achter de ontdekkingen, de ruzies tussen ontdekkers en hun soms dramatische levensloop.

Sparnaay maakt het boek leesbaar door vele anekdotes over natuurkundigen en hun theorieën, maar voert zoveel verschillende mensen en ideeën op dat het de lezer soms duizelt. Via een lange rij van beroemde natuurkundigen en filosofen wordt de lezer langs de ontdekkingen in de energiesector geleid, van het prille begin van spierkracht via de stoommachine naar de elektriciteit. Ondanks de belofte op de omslag dat er nagenoeg geen wiskundige formules in het boek staan, komt de lezer er een flink aantal tegen. De rode draad in het boek is de problematiek van de ongebreidelde groei van het energieverbruik en het effect daarvan op de aarde.

Bij deze problematiek horen twee centrale termen: entropie en warmtedood. Entropie is de maat voor de moleculaire wanorde in de natuur. Het begrip zal volgens Sparnaay een grote rol gaan spelen in de discussies over energieverspilling. Waar de mens probeert zuiniger met energie om te gaan, kan zij niet verhinderen dat er door de voortdurende beweging van moleculen een verlies van energie is. De wanorde is er de oorzaak van dat de mens niet ten volle van de beschikbare energie kan profiteren. Tot het begin van de vorige eeuw was de entropie stabiel, maar in de laatste honderd jaar is deze toegenomen door de activiteiten van de mens, met name door het daardoor ontstane broeikaseffect.

Gerelateerd aan entropie is de warmtedood. Deze term werd in de negentiende eeuw gebruikt om het eind van de mensheid aan te kondigen. De wereld zou eindigen als een uniforme brij, alle energie zou zijn omgezet in warmte-energie en elke structuur zou zijn verdwenen. De warmtedood zorgde voor veel geruzie onder de intelligentsia in de negentiende eeuw. Het was een tijd van ongekende expansie, mede door de opkomst van de stoommachine, en de pessimistische toekomstvisie van sommigen viel vaak slecht.

Het spook van de warmtedood is anno 2002 nog niet verdwenen, aldus Sparnaay, alhoewel het zich nu anders manifesteert. Tegenwoordig weten we dat de aarde 3,5 miljard jaar oud is en dat zij nog miljarden jaren zal bestaan. De dreiging van de warmtedood is nu aanwezig in de vorm van een milieuramp, omdat de mens de entropiewaarden zodanig heeft weten te verhogen dat, als deze niet tot staan worden gebracht, deze dramatische gevolgen kunnen hebben door de verdere opwarming van de aarde.

De termen entropie en warmtedood en meer specifiek de daaraan gerelateerde woorden chaos en wanorde zijn in elk geval hun beladen ethische lading kwijtgeraakt die zij lang hadden. Newton en Leibniz voerden lang strijd en werden aartsvijanden doordat zij zulke verschillende ideeën hadden over deze begrippen. Volgens Newton was een einde van de wereld mogelijk, maar zou God op tijd de orde herstellen en maakte de wanorde deel uit van een goddelijk plan. Leibniz zei echter dat God geen wanorde toeliet.

Door alle beschrijvingen heen over het ontstaan van energieopwekking en hoe de mens met de krachten van energie om moet gaan, is het duidelijk waar Sparnaay heen wil. De mensheid moet energie schoner gaan opwekken om de planeet weer groen te maken en de dreiging van een nieuw soort warmtedood te voorkomen. Met windenergie, waterkracht en zonnecellen moet de ellende van een milieuramp worden afgewend. Sparnaay breekt een lans voor volledige CO2-recycling. Hiervoor moet een enorm aantal bomen worden gepland die de CO2-productie neutraliseert. Sparnaay uit direct zijn twijfels of er voldoende draagkracht is voor deze oplossing en wijst op de technische, financieel-economische en politieke obstakels. Om alleen al de Nederlandse productie van CO2 te neutraliseren, zouden er per jaar namelijk zo'n 75 miljoen bomen moeten worden geplant.

Van spierkracht tot warmtedood, Een geschiedenis van de energie. Prof. dr. M.J. Sparnaay. Uitg. Voltaire. ISBN 90 5848021 6. 258 pag.