Macedoniërs negeren verzoeken NAVO en OVSE

De internationale gemeenschap heeft Macedonië gevraagd af te zien van de voorgenomen arrestatie van Ali Ahmeti, een leider van de Albanese minderheid, omdat de aanhouding de spanningen op zou drijven, net nu het land aan de vooravond van verkiezingen staat. De pleidooien zijn echter direct afgewezen.

De spanningen in Macedonië zijn gisteren en vandaag verder opgelopen na berichten als zouden in het westen van het land vijf Macedoniërs zijn ontvoerd door gewapende Macedonische Albanezen. Vanochtend werd door honderden zwaarbewapende Macedonische politiemannen het dorp Zerovjane omsingeld waar de ontvoerders zouden zitten.

De vertegenwoordigers van de NAVO en van de OVSE (Organisatie van Veiligheid en Samenwerking in Europa) riepen gisteren de Macedonische autoriteiten op tot terughoudendheid, dit naar aanleiding van de uitvaardiging, eerder deze week, van een arrestatiebevel tegen Ahmeti. NAVO-ambassadeur Nicolaas Biegman herinnerde in een brief aan de regering in Skopje aan eerder gedane beloften Ahmeti niet te vervolgen wegens de misdrijven die hij zou hebben begaan als leider van het Nationaal Bevrijdingsleger UÇK, dat in de eerste helft van vorig jaar tegen de Macedonische strijdkrachten vocht. Op grond van het Ohrid-akkoord – dat in augustus vorig jaar een eind maakte aan de strijd – kreeg Ahmeti presidentiële amnestie. Ook recentelijk hebben de Macedonische autoriteiten nog beloofd hem niet te vervolgen.

De Macedonische procureur-generaal, Stavre Dzikov, en een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Voislav Zafirovski, maakten gisteren echter duidelijk dat Ahmeti wordt vervolgd. Dzikov zei gisteren dat de OVSE-vertegenwoordiger in Skopje, Craig Jeness, hem had gevraagd goed na te denken over de consequenties van de aanhouding van Ahmeti. ,,Maar ik hoef niet na te denken. Ik moet de wet toepassen'', aldus Dzikov. ,,Er komt geen compromis. Ik zwicht niet voor druk, binnenlands of internationaal.'' Hij herhaalde dat de presidentiële amnestie voor Ahmeti vorig jaar niet alle aanklachten tegen de leider van de Albanese minderheid dekte.

Van welke misdrijven Ahmeti precies wordt beschuldigd bleek gisteren pas. Vojislav Zafirovski zei dat Ahmeti en twee andere voormalige UÇK-leiders, Gerim Ostreni en Fazli Veliu, worden beschuldigd van ,,oorlogsmisdaden, misdaden jegens burgers en militaire gevangenen, genocide, terrorisme, rebellie en het in gevaar brengen van de territoriale integriteit van het land''. ,,Elke politieman heeft opdracht hen aan te houden'', aldus Zafirovski. Hij gaf toe dat de misdrijven waarvan Ahmeti wordt beschuldigd, zouden moeten worden berecht door het Joegoslavië-tribunaal, maar aangezien – zo zei Zafirovski – dat geen aanklacht tegen Ahmeti heeft uitgevaardigd acht de Macedonische justitie zich competent om hem te vervolgen.

Ali Ahmeti kreeg op grond van het Ohrid-akkoord, dat in augustus vorig jaar een eind maakte aan de strijd van het UÇK, amnestie van president Trajkovski, net als de andere UÇK'ers die hun wapens inleverden en de strijd staakten. Hij leidt nu een politieke partij, de Democratische Unie voor Integratie (BDI), die hoge ogen gooit bij de verkiezingen van 15 september. De partij hoopt de politiek verdeelde Albanezen in Macedonië te verenigen. BDI-woordvoerders noemden het arrestatiebevel tegen Ahmeti ,,onderdeel van een politieke campagne'' tegen hun partijleider.