Israëls economie op de rand van de afgrond

Niet alleen de Palestijnse economie lijdt zwaar onder het conflict met Israël, ook de Israëlische economie zelf is ernstig getroffen. De werkloosheid is hoog en de regering-Sharon bezuinigt ingrijpend op sociale voorzieningen, waardoor talloze Israëliërs onder de armoedegrens leven. ,,Israëls economische situatie is nu slechter dan die van Europa na de Tweede Wereldoorlog.''

`We wachten op de kinderbijslag. Die komt over een paar dagen. Dan krijgen we weer wat lucht. Nu hebben we geen cent. Alleen maar steeds groter wordende schulden bij de bank.'' Rachel Guetta laat in haar schamele tweekamerwoning in de Shapira-buurt in Tel Aviv de vrijwel lege ijskast zien om aan te tonen dat zij met haar invalide man en vijf kinderen aan de rand van de armoedegrens leeft. Ze doet de deur van een slaapkamer zonder ramen open. In de hitte van de nazomer liggen daar twee kinderen te slapen. In de andere kamer staat een tweepersoonsbed, een tafel, een tv-toestel, een ventilator en een kinderbedje waarin een baby slaapt. Tegen de muur staat kinderspeelgoed. Naast een kleine klerenkast zijn, achter een doek, boeken opgestapeld. ,,In deze kamer doen we alles'', zeggen Rachel en echtgenoot Motti. ,,Plaats voor een luie stoel om in te lezen of naar de tv te kijken is er niet. We doen alles op bed. Als we eten, is de rand van het bed de bank waarop we zitten'', zegt Rachel.

In deze slaapkamer zijn de muren uitgeslagen van het vocht. De piepkleine keuken is geïmproviseerd; het toilet, zoals alles in deze woning van 48 vierkante meter, ondanks de zichtbare armoede helder. ,,Mijn hart bonst van angst als de regens komen'', zegt Rachel. ,,Elk jaar loopt de woning onder water omdat er geen goede afvoer is in onze buurt.''

De scherpe bestedingsbeperkingspolitiek van de regering-Sharon, in de orde van grootte van 1,8 miljard euro en stijgende prijzen van eerste levensbehoeften, treffen het gezin Guetta hard. ,,Voor drie kinderen kregen we tot voor kort 700 shekel (153 euro). Nu de bezuinigingen er door zijn, is dat bedrag tot 581 (127 euro) teruggebracht'', rekent Rachel voor. ,,Voor ons gezin is dat een zware klap. Honderd shekel is voor ons een kapitaal.'' Zijn stem verheffend komt Motti tussenbeide: ,,De prijs van elektriciteit is in korte tijd driemaal verhoogd, net als brood en water. Alles wordt duurder en onze sociale uitkeringen blijven gelijk of gaan omlaag. We worden dus steeds armer, terwijl volgens mijn inzicht de rijken in Israël over onze rug steeds rijker worden.''

Motti rekent voor dat zijn gezin van 3.400 shekel (743 euro) per maand uit sociale en invalidenuitkeringen moet rondkomen. Het lichtpuntje in zijn bestaan is dat hij van de sociale verzekering een auto in bruikleen heeft. Om die speciaal voor invalidenvervoer aangepaste auto op de weg te houden, krijgt hij 3.800 shekel (830 euro) per maand. ,,De mensen in de buurt zijn daar jaloers op'', zegt hij. ,,Maar zonder auto kan ik me niet verplaatsen en zou ik de hele dag op mijn bed in deze slaapkamer gitaar moeten spelen.''

Motti is betrokken bij een langdurige demonstratie van daklozen en andere mensen die door de antisociale politiek van de regering-Sharon zijn getroffen. De protestactie wordt gehouden op het grote Kikar Hamedina-plein, in de duurste winkelbuurt van Tel Aviv. Chique dames laten zich hier in dure auto's voorrijden om inkopen te doen. Yuval Gal, een van de demonstranten op het plein, zegt ,,dat we deze plek hebben gekozen omdat in de winkels overhemden en schoenen van 700 euro en meer worden verkocht. In het hart van de rijkdom willen we onze sociale noodkreet slaken.'' Hij hoopt dat deze demonstratie veel aandacht zal trekken en het startschot zal worden voor landelijk protest tegen de harde sociale bezuinigingen van de regering.

,,Het Israëlische volk wordt bijeen gehouden door de vijandschap van de Arabieren'', zegt Motti Guetta. ,,Als er vrede komt, verscheuren de Israëliërs elkaar. Dan valt dit land uiteen om de doodeenvoudige reden dat geen enkel land ter wereld zulke grote sociale verschillen tussen rijk en arm kent en kan torsen.'' De Palestijnen hebben volgens hem begrepen dat verwoesting van de Israëlische economie de beste manier is om Israël op de knieën te krijgen.

Bekende Israëlische economen winden er geen doekjes om dat de Palestijnse intifada niet alleen de Palestijnse economie de grond in boort, maar ook de veel grotere en hoger ontwikkelde Israëlische economie op vrijwel alle terreinen zware slagen toebrengt. Yacov Sheinin, een bekende econoom, zei onlangs dat ,,Israëls economische situatie nu slechter is dan die van Europa na de Tweede Wereldoorlog''. Professor Yacov Ne'eman, ex-minister van Financiën, houdt het erop dat de economische toestand waarin Israël is beland de beroerdste is sedert de jaren vijftig. Volgens hem zijn de bezuinigingen op de begroting van volgend jaar onvoldoende om Israël voor een financiële crisis te behoeden. Nog maar twee maanden geleden heerste er op het ministerie van Financiën in Jeruzalem paniek toen de shekel in hoog tempo devalueerde ten opzichte van de dollar. De angst voor een Argentijns scenario sloeg ministers en bankiers om het hart. Verhoging van de rente tot 9,1 procent door de centrale bank van Israël en de scherpe bestedingsbeperkingen hebben dit gevaar voorlopig afgewend. Zo'n hoge rente is volgens economen echter een rem op de economische groei en houdt Israël in de greep van de recessie.

Zolang de kostbare oorlog tegen de Palestijnen aanhoudt en er geen uitzicht is op herstel van de Amerikaanse en Europese economieën, is er volgens economen geen schijn van kans dat de Israëlische economie weer gaat groeien. Dit jaar krimpt de economie met 1,5 procent en de vooruitzichten voor volgend jaar zijn niet veel beter.

Volgens schattingen heeft de intifada de Israëlische economie reeds een schade van tussen de 5 en 8 miljard euro berokkend op een bnp in de orde van grootte van 100 miljard euro. Het effect van deze pijnlijke verliespost heeft, samen met de malaise in de hightechsector, de Israëlische staatshuishouding uit haar evenwicht gebracht.

Sedert het uitbreken van de Palestijnse opstand, eind september 2000, is volgens het financiële blad Globes het bnp per hoofd van de bevolking met 8,4 procent gedaald. De crisis in de hightec, waar ontslagen nog steeds aan de orde van de dag zijn, is voor 56 procent verantwoordelijk voor deze terugval, terwijl de intifada volgens Globes er voor 44 procent aan heeft bijgedragen.

De Palestijnse opstand, de zelfmoordaanslagen en de Israëlische oorlogshandelingen hebben de toeristen uit het Heilige Land verjaagd. Reeds vijftig hotels hebben hun deuren gesloten. Meer zullen er volgen na de joodse feestdagen in september. Zestienduizend werknemers in de toeristenindustrie zijn al ontslagen. De verwachting is dat er nog een kleine achtduizend zullen volgen. Het rimpeleffect van de malaise in de toeristenindustrie is overal zichtbaar. Restaurants sluiten hun deuren, souvenirwinkels hebben niets te doen, autoverhuurbedrijven verkopen hun auto's en de stranden zijn stiller dan ooit.

Ook kleine bedrijven en winkeliers worden door de economische crisis geteisterd. Volgens recente gegevens zijn de afgelopen twee jaar meer dan 30.000 kleine bedrijven in Israël gesloten. In Tel Aviv alleen al gingen de deuren van 5.750 kleine ondernemingen dicht. De malaise is de stad aan te zien. Vooral het oude centrum van Tel Aviv is in verval. De eens zo beroemde Dizengofstraat en de Allenbystraat, nabij het nieuwe busstation, lijken wel in een derdewereldland te liggen. Wegens de oorlogstoestand, de angst, de werkloosheid en de armoede is de fut uit de mensen. Ze gaan minder vaak naar de kapper kappers bevestigen dat en zien er beslist minder verzorgd uit dan enkele jaren geleden. De groenteman zegt dat zijn klanten veel minder groenten en voedsel inslaan. De slager zegt dat zijn omzet in de als koopkrachtig bekend staande wijk met 30 procent is gedaald. De werknemers in de hightechindustrie, die tijdens de korte bloeitijd fortuinen verdienden, bieden in deze wijk nu hun huizen en auto's te koop aan. Dat duurt meestal wel even, want veel koopkrachtigen zijn er niet meer.

De stijgende werkloosheid ontwricht de cohesie in de Israëlische samenleving verder. Volgend jaar wordt op 350.000 werklozen gerekend. Dan is 11 procent van het arbeidspotentieel zonder werk. In een verkiezingsjaar is dat voor premier Sharon een zorgelijke ontwikkeling.

Vorige week ging er even een vleugje van schijnoptimisme door het land. De media maakten melding van een lichte daling van het aantal werkzoekenden. Een blik op de advertentiepagina's in de kranten geeft een afdoende verklaring voor dit kleine wonder. De Palestijnse terreur heeft de vraag naar veiligheidspersoneel doen exploderen. Bij de ingang van het zwembad staat een veiligheidsman met een pistool, voor restaurants en cafés staan ze ook. En bij de hervatting van het schooljaar waken ze bij de poorten van de scholen over de veiligheid van honderdduizenden kinderen. Ze waken bij de ingangen van winkelcentra, bij bioscopen, waar niet eigenlijk? En dan zijn er nog enkele tienduizenden Israëliërs door het leger voor de oorlog tegen de Palestijnen gemobiliseerd. Productief zijn de duizenden particuliere veiligheidsagenten, vaak soldaten uit gevechtseenheden, niet. De gemobiliseerde soldaten zijn dat evenmin.

Na enkele jaren van spectaculaire groei na het akkoord van Oslo in 1993 holt de Israëlische economie achteruit. In de eerste helft van dit jaar daalde de import van auto's ten opzichte van dezelfde periode in 2001 met 20 procent. Ook de verkoop van badpakken ging deze zomer met 20 procent achteruit.

De regering-Sharon worstelt met de paradox dat er ondanks de werkgelegenheidscrisis in Israël 250.000 buitenlandse arbeiders, van wie velen illegaal, in met name de landbouw en bouwnijverheid werkzaam zijn. Na lang aarzelen heeft de regering besloten dit probleem bij de horens te vatten. Jaarlijks zullen 50.000 buitenlandse arbeiders naar huis worden gestuurd. Nauwelijks was dit besluit genomen of een contingent van vijfduizend arbeiders uit Thailand werd toegelaten om in de naar handen snakkende landbouw te gaan werken. Israëliërs hebben er geen zin meer in om tegen een maandelijks minimumloon van 650 euro zwaar werk te doen. De zionistische ethos om het land met eigen handen op te bouwen is ten onder gegaan in de vloed van goedkope Palestijnse arbeid die Israël na de oorlog van 1967 overspoelde. Toen de Palestijnen de afgelopen jaren om veiligheidsredenen werden geweerd, kwamen de Thais, Chinezen, Roemenen, Polen en Filippijnen (er zijn alleen al 20.000 Filippijnse sociaal werksters) op de Israëlische arbeidsmarkt af. Deze buitenlanders verdienen hier dollars die in hun landen een enorme koopkracht garanderen. Voor hen is Israël daarom nog een paradijs. De Israëliërs hebben dat gevoel verloren en tobben voort.