Hollands wangedrag

Het is niet misselijk wat Edwald Vanvugt allemaal oprakelt in zijn Zwartboek van Nederland overzee. De publicist Vanvugt, gespecialiseerd in Nederlands-Indië, geeft een overzicht van koloniaal wangedrag door de eeuwen heen. Het boek, met als ondertitel `Wat iedere Nederlander moet weten', is een staalkaart van moordpartijen, uitbuiting, slavenhandel en kaapvaart. De ordening is chronologisch, en reikt van kaperbrieven die Willem van Oranje afgaf in 1570 tot de politionele acties in Indonesië bijna vier eeuwen later.

Dit Zwartboek past in een tijd waarin het verleden steeds meer met morele maatstaven van nu wordt bekeken, en waarin de etiketten goed en fout niet langer zijn voorbehouden aan de Tweede Wereldoorlog. Juist bij zo'n selectieve geschiedschrijving verwacht je een woord vooraf, een motivatie om deze selectie te maken. Bijvoorbeeld: dit zijn episodes uit de geschiedenis die in het onderwijs onvoldoende aan bod komen. Vanvugt laat zoiets achterwege en begint anders, met een hoofdstuk over de prikkels om de wereld te verkennen. Aan het bekende duo `goud en God', de koopman en de dominee, voegt hij een derde prikkel toe: seks. Van Vugt komt geregeld terug op de aantrekkingskracht van exotische vrouwen, een factor die in koloniale studies wordt gecensureerd. Hij spreekt dan bij voorkeur over `omhelzingen' tussen Europeanen en inheemsen, met ingrijpende demografische consequenties.

Opzet en ondertitel doen vermoeden dat ook dit `Zwartboek' gekleurd zal zijn door morele verontwaardiging. Verrassend genoeg blijkt dat niet het geval. Vanvugt geeft zakelijke beschrijvingen, die hij ondanks veel feitelijke informatie aangenaam leesbaar weet te houden. Zijn stellingname schuilt in het thema, niet in de toon. Alleen als standbeelden ter sprake komen, ontsnapt Vanvugt (die eerder een boek publiceerde over koloniale monumenten) een – zeer milde – sneer. Bijvoorbeeld over het beeld van de jongens van Bontekoe in Hoorn: `De beeldengroep is een mooi en tastbaar voorbeeld van de algemeen gangbare `cultuur-toeristische' visie op het VOC-verleden als een stoer maar vriendelijk, zelfs knus kinderboek.' Vanvugts bescheiden moralisme geldt niet het verleden zelf, maar de wijze waarop het in steen wordt vereeuwigd.

Zelfs de slachtpartij op Banda in 1621 onder leiding van Jan Pieterszoon Coen wordt in neutrale termen behandeld. Hij vermijdt pamflettisme, en dat maakt zijn boek tot een nuttig naslagwerk. Niet om nieuwe informatie in te ontdekken, wel om de expansie van Nederland op een rijtje te hebben. Het enige bezwaar is de chronologische ordening, die de lezer heen en weer laat schieten over de aardbol, hetgeen minder prettig is als je het boek gewoon wilt lezen. Gelukkig namen de overzeese ambities in de loop der eeuwen flink af, wat de eenheid van plaats in de latere hoofdstukken ten goede komt.

Ewald Vanvugt: Zwartboek van Nederland overzee. Aspekt, 352 blz, E27,98