Hoe Japan aan dijken kwam

In Colijnsplaat op Noord-Beveland staat een bronzen buste van Johannis de Rijke, die hier in 1842 werd geboren. In Nederland is deze waterstaatsingenieur verder een onbekende, maar in Japan is hij beroemd omdat hij daar een belangrijke rol speelde bij de verbetering van de waterhuishouding. Toen De Rijke in 1873 in Osaka arriveerde, trof hij een land in verandering aan. Om van Japan in korte tijd een modern land te maken liet de keizerlijke regering zich bijstaan door Europese deskundigen. Die werkten aan de verbetering van de infrastructuur – spoorwegen, havens en waterwegen – de organisatie van leger en marine en het onderwijs. Veel van die `ontwikkelingswerkers' kwamen uit Nederland, het enige westerse land dat al eeuwenlang contact had met Japan. Geen van hen bleef zo lang als De Rijke: precies dertig jaar.

De Rijke was opgeklommen tot hoofdopzichter bij de aanleg van het Noordzeekanaal en eenmaal in Azië ontwikkelde hij zich tot een waardevol adviseur van het Japanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Volgens de auteur kreeg hij zelfs `een functie die gelijk stond aan die van staatssecretaris'.De Rijke had een belangrijke opdracht: het verbeteren van de loop van de rivieren. Ontbossing in het binnenland had veel stromen onbeheersbaar gemaakt en er was onvoldoende theoretische kennis en ervaring om rivieren als de Yodo en de Kiso in goede banen te leiden en bevaarbaar te maken. Op aanwijzing van De Rijke werden bergen herbebost, legde men havens en dijken aan en leerden de Japanners arbeiders typisch Nederlandse technieken, zoals het gebruik van rijshouten zinkstukken.

Tot de ingenieurs die tegelijk met De Rijke in Japan aan de slag gingen behoort G.A. Escher, vader van de bekende graficus Maurits Escher. Dankzij Eschers aantekeningen en de talrijke brieven die De Rijke hem schreef is er veel bekend over zijn Japanse tijd.

Je zou verwachten dat de beschrijving van De Rijkes leven ook een bijzondere beeld oplevert van de stroomversnelling die de Japanse maatschappij doormaakte. Hij reisde immers veel door het land en kwam in de hoogste kringen van Japan. Helaas is daar in deze biografie weinig van terug te vinden. De schrijver, Yoshiyuki Kamibayashi, is zelf ingenieur en heeft, net als zijn hoofdpersoon, vooral belangstelling voor technische vraagstukken. Wat voor iemand De Rijke was en hoe hij die vreemde, roerige samenleving heeft ervaren, wordt niet erg duidelijk. Zijn brieven geven zelden de indruk dat hij veel oog had voor iets anders dan de Japanse waterstaat. Heel af en toe wijdt De Rijke een paar woorden aan de leefwijze van de Japanners, bijvoorbeeld in een verslag van een inspectiereis in 1881, verzonden aan Escher. Op 14 augustus is er `feest te Gifu, des avonds op de rivier te Gifu een uiterst merkwaardig schouwspel. Namiddag vischvangen met vogels die daarop gedresseerd zijn. Dit is te lang om te beschrijven. Vogels ongeveer als schets en zoo groot als ganzen.' Geen details, daar was kennelijk geen tijd voor. De dag erna is hij alweer bezig met zijn opdracht: `Ik ga alleen uit, werkplaatsen der rivier zien.'

Yoshiyuki Kamibayashi: Johannis de Rijke. De ingenieur die de Japanse rivieren weer tot leven bracht. Vertaald en bewerkt door Noriko de Vroomen en Pim de Vroomen. Walburg Pers, 256 blz. E31,95