Het tekenscherm

Een pistool, een trombone of een bankbiljet zijn rekwisieten die de toon van een leven kunnen bepalen. K. Schippers liet zich erdoor inspireren tot een zomerserie voor het Cultureel Supplement. Vandaag deel 7.

't Was moeilijk kiezen in de speelgoedwinkel. De eigenares had haar best gedaan om in het buitenland dingen op te sporen die je ergens anders in de stad niet tegenkwam.

De waterval, die was het mooist, ze genoot er zelf van, elke keer weer. Als je aan een kraantje draaide, klaterde het naar beneden, echt water langs een bergwand, op de rivier beefden de bootjes van schrik.

De zaak was nog maar een paar maanden geleden ingericht. Er kwam meteen veel publiek, vast omdat je er ook nog iets anders kon doen. In het souterrain was een kapsalon voor kinderen en boven, in haar eigen woonkeuken, gaf de eigenares op zatermiddag kookles.

Zo loodste ze de ouders, die de kinderen kwamen brengen, de winkel in. Altijd lette ze op haar klanten, als ze naar een pratende baby luisterden of een zeppelin in beweging probeerden te krijgen.

't Was een mooi gezicht. Een vrouw van boven de vijftig, met een rode sjaal, had vanmiddag ongeveer alles bekeken. Wat zou ze kopen? Ze luisterde aandachtig naar een trompet spelende beer.

De eigenares liet haar klanten met rust. Ook dat droeg bij aan haar succes. Nooit vroeg ze of ze iemand ergens mee van dienst kon zijn. Ze mochten het speelgoed uitvoerig betasten, konden ermee spelen zonder dat iemand het gek vond.

Op een tafel nam een man alle koeien en schapen uit de doos en verspreidde ze zorgvuldig over een weiland, ver van elkaar. Je kon nooit voorspellen wat iemands aandacht zou trekken.

Niet te opvallend kijken. De eigenares liet haar blik opgaan in een lichte bezigheid. Ze maakte een notitie en liep naar een verre hoek om een doos recht te zetten.

Nu stond de vrouw met de rode sjaal bij de waterval. 't Was een nieuwigheid uit Tsjechië, waar de eigenares een ontwerper had ontdekt die zich niets van het klassieke speelgoed aantrok.

De vrouw liep door. De eigenares begon zich zorgen te maken. Misschien zocht de vrouw hier iets dat niet was uitgestald. Nu moest ze iets zeggen, anders was ze haar kwijt. ,,Vond u die waterval niet mooi?''

,,Krijgt hij later van me.''

,,Hoe oud is de jongen dan?''

,,Een jaar of acht. Heeft u niet zo'n gewoon tekenmachientje?''

Dat had ze dus al die tijd gezocht. De eigenares haalde het uit een la. De vrouw lachte, ja, dat was het.

Met een paar knoppen kon je op een schermpje tekenen en het ook weer uitwissen, zo gedaan. De vrouw liep naar het heelal, ook van de Tsjech, je kon zelf de sterren, de maan en de zon laten opkomen.

De eigenares pakte het geschenk in. Of moest ze vast iets op het scherm tekenen? Dan zag de jongen meteen wat je ermee kon doen. De zon, de maan en ook nog wat sterren, waarom niet? En dan het pakpapier er vliegensvlug om heen.

Een cadeau kun je goed in een boekenkast bewaren. Er is altijd plaats bij de pocketbooks, als ze tenminste tegen de achterwand zijn geschoven.

In zo'n holte rustte het pakje, een beetje scheef tegen de boeken. Links en rechts foto's en daartussen dat vrolijke pakpapier.

Een enkele bezoeker zag het en durfde niet te vragen wat erin zat. Waarom was het niet uitgepakt?

De ruimte was groot genoeg. Het pakje kon in de kast zelfs kantelen, door voetstappen, een wasmachine of iets anders wat in het huis dreunt, een optelsom van kleine krachten. Het viel niet op de grond. 't Lag plat op de boekenplank. In de kamer kon je alleen de smalle kant nog zien. Het had er maanden gelegen, een jonge vrouw pakte het vast. 't Was het laatste wat haar moeder had gekocht. Op haar ziekbed had ze nog gezegd dat ergens een cadeau moest liggen, voor het zoontje van een vriendin.

De dochter streek met haar vingertoppen over het pakpapier. Dit moest het zijn, al kon ze niet voelen wat erin zat. Ze deed het vlug in een tas, half verboden beweging, of alleen haar moeder dit mocht doen, het uitgestelde geschenk naar z'n bestemming begeleiden.

Het cadeau was weer op straat. Binnenkort moest de dochter samen met haar zus het huis leeghalen en daar zag ze erg tegen op. Nu ze onaangekondigd naar het huis van de vriendin liep, was het net of ze de bewegingen van haar moeder verlengde, het cadeau de richting gaf, die zij ervoor had uitgestippeld.

Speelgoed, dat was het, je zag het aan het pakpapier. Maar wat? Als je ernaar keek, kon het alleen maar een prentenboek zijn. Ze ging er, al lopend, nog eens met haar vingers overheen. Nee, geen boek, de rand was te dik en je voelde ook uitsteeksels, het leken wel knoppen.

Ze zou het straks wel zien, als de jongen het uitpakte. En toch had ze een diep verlangen nu meteen op de hoogte te zijn, om evenveel te weten als haar moeder, toen ze haar keuze maakte.

Het in een portiek uitpakken? Hoe zorgvuldig je dat ook deed, je kreeg de oorspronkelijke vouwen in het papier nooit meer terug. En ze kon het moeilijk in een slordige staat geven, dit laatste cadeau.

De vriendin vond het leuk dat ze kwam, de jongen was naar school. Die moest ze over een kwartier ophalen. Waarom liep ze niet even mee? Kreeg hij het bij school, mooier kon het niet.

Ze kon geen nee zeggen, maar het was of ze de jongen het cadeau in de beslotenheid van z'n eigen huis moest geven. Kreeg je niet te veel tumult, als de andere kinderen zagen dat hij op straat zomaar iets kreeg?

De school was net uit, hij pobeerde het papier los te rukken. Dat ging nog niet eens zo makkelijk, 't was van goede kwaliteit. Een scherm, nu zag ze het, ze had haar moeder er nooit over horen praten. Een scherm waarop je kon tekenen, wacht, er stond iets op, figuurtjes, haar moeder had er iets op getekend, de zon, de maan, een paar sterren.

Ze strekte haar arm naar het scherm uit, om het beter te kunnen bekijken. Andere handen zaten al aan de knoppen, van de jongen en een paar vrienden, in een paar seconden was de tekening uitgewist.

Volgende week de laatste aflevering:

De schaduw