Fopclochards

Kamstra Travel organiseert clochardreizen, zo lees ik in FEM/De Week. Voor 459 euro worden de deelnemers naar Parijs gebracht, waar zij de opdracht krijgen zich 24 uur lang staande te houden tussen ,,grauw uitziende figuren gekleed in niets dan vodden''. Geld krijgen ze niet mee, maar er zijn verkleedspullen en er is ook een gitaar te leen. De deelnemers aan deze `city survival' wordt op het hart gedrukt tegen de echte daklozen te zwijgen over hun ware identiteit, want onechte concurrentie wordt ook in deze wereld niet op prijs gesteld. Helemaal existentieel is de ervaring overigens niet, want de fopclochards worden op afstand gevolgd, opdat geen van hen in cel of ziekenhuis zal belanden. Na afloop is het verzamelen in een luxueus hotel. Daar staat een heet bad klaar, zodat men gesoigneerd het glas kan heffen op het slotdiner.

Deze reis sluit aan op het virtuele tijdperk dat ons nog te wachten staat. De strijd tegen de verveling vraagt om heftige ervaringen die niet echt zijn. Ik stel mij voor dat iemand tenslotte ook aids of kanker kan krijgen, zuiver en alleen om te weten hoe het voelt om zo ziek te zijn. Als je maar betaalt, kun je in de maskerade zo ver gaan als je wilt. Het is aan Kamstra Travel betaalbare overlevingstochten te verzinnen die ons brengen naar de oevers van de Styx.

Wat voor soort mensen doen er mee aan die clochardreizen? In de eerste plaats werknemers van bedrijven die wat te vieren hebben, en dat op een originele wijze willen doen. Ik kan het niet helpen, maar ik zie onmiddellijk zo'n bedrijf als Arcade voor me in de tijd dat minister Heinsbroek daar nog eigenaar van was. Door zijn stoppelbaardig voorkomen is Heinsbroek typisch een man van twee werelden. Hij stapt uit zijn Bentley, maar omdat hij zulks doet in een ongeschoren staat, begrijpen wij dat hij ook banden heeft gehad met een andere, rauwe werkelijkheid waar pedicure en hemelbedden niet bestaan, maar waar het recht geldt van de sterkste. Rijkdom en succes hebben de herinnering aan die andere wereld doen vervagen, maar daarom is het goed nog een keer per jaar op clochardreis te gaan. Dan kun je lachen over vroeger.

De grote verdienste van minister Heinsbroek is dat hij ons weer dwingt een standpunt te bepalen tegenover rijkdom. Ik moet toegeven dat ik dat lang niet meer heb gedaan. Mijn houding ten aanzien van armoede is wel altijd bewust gebleven. Daar was ik tegen, dat was simpel. Maar over rijkdom heb ik ambivalente gevoelens. Ik ben zeker niet vóór rijkdom, zoals ik tegen armoede ben. Dat komt natuurlijk omdat armoede voor velen is en rijkdom voor enkelen. Zelfs als de armoede vermindert of helemaal wordt opgeheven, blijft rijkdom slechts voor enkelen weggelegd.

Wel heb ik altijd een zeker verlangen gehad om zelf rijk te worden, overigens zonder dat ik dit verlangen ooit heb kunnen verwezenlijken. Het zou nu van hypocrisie getuigen mensen kwalijk te nemen dat zij iets bereikt hebben dat ik misschien zelf ook had willen bereiken. Maar er is aan rijkdom een bovengrens die bezit ineens volkomen zinloos maakt. In een HP/De Tijd stond een foto van Heinsbroeks huis afgedrukt, en je ziet onmiddellijk: veel te groot. Tenzij je vijf garages, drie sauna's en twee biljartkamers nodig hebt. Weliswaar kan het huis van Heinsbroek niet tippen aan dat van Bill Gates, maar dat is het verschil tussen een geniaal computerprogramma en een lullig verzamelcd'tje van Chiel Montagne.

Sommige mensen worden zo rijk dat ze het geld niet meer op kunnen krijgen. En dan oogt alles opeens onecht en geforceerd: een minister als fopclochard onder de bruggen van Parijs. Het is te hopen dat zijn ambtenaren hem op afstand goed in de gaten houden.