Doodsdrift in Montana

Het is een ongeneeslijke behoefte. Ergens op vakantie een overrompelend landschap zien, dat in fragmenten fotograferen en die opnamen dan thuis aan elkaar plakken. Meestal heeft het resultaat niets meer te maken met wat je eigenlijk wilde vasthouden. Het arcadië van toen is op papier een fractie van de weidsheid, de schoonheid en de vrijheid waar het allemaal om te doen was.

In Pictures from the Surface of the Earth, het meest recente fotoboek van de Duitse cineast Wim Wenders (Düsseldorf, 1945), die al zo'n twaalftal boeken over film en fotografie op zijn naam heeft staan, is het wél gelukt om die landschappen in de volle panoramische glorie te vatten. Waardoor? Door het gebruik van een specifieke, loodzware, Japanse camera. En omdat Wenders locaties koos die het volledig van hun grootsheid in diepte of breedte moeten hebben. Australië bijvoorbeeld, waar de puistige vlakten van `The Bungle Bungles' alleen nog buitenaards leven lijken toe te laten. En een derde reden is dat Wenders na 28 films natuurlijk weet welke originele invalshoek hij moet kiezen, en op welke tijdstippen van de dag licht en vallende duisternis optimaal bijdragen aan de sfeer van monumentale roerloosheid die ook bij zijn films hoort.

Uit Wenders' boek – 21 van de vijftig kleuropnamen zijn uitvouwbare panorama's – rijst een geruststellende, want onderbevolkte wereld op. Alleen in het pastelgetinte Havana dwalen figuranten rond, zoals een kleuter die met een honkbalknuppel in een autoloze straat ongestoord om zich heen kan meppen. Niemand meldt zich aan bij een bewakingspost op de gloeiende Golan-hoogten, waar de pijlen op de verkeersborden naar grimmige heuvels wijzen. En Wenders keek ook rond in Butte, Montana, waar de godverlaten straten en bedrijfsachtige niemandslanden toch hoofdzakelijk de doodsdrift van de kijker aanjagen. Niet voor niets wordt in de inleiding van het boek verwezen naar Edward Hopper, de schilder van existentiële kaalslag.

De andere foto's – smalle, hoge opnamen en doorsnee rechthoeken – doen in precisie, kleurnuances en dramatische terughoudendheid bepaald niet onder voor de panorama`s, die eenmaal tentoongesteld op vier meter breedte elk reizen overbodig maken. Maar of het nu een stuk heftig groen, bemoste bodem was in Nara, Japan, of een Berlijns muurfragment met ontelbare, roodgeschilderde kogelgaten, keer op keer – aldus Wenders – vielen die beelden hem toe. Hij keek alleen maar wat rond en verzamelde zo zijn `verhalen'; op een verblindend zonnig verkeerskruispunt in Houston of in een lege hotellounge in Arizona, waar fauteuils van bont gekleurd kunstleer akelig optimistisch detoneren met de houten entourage van vóór de Amerikaanse burgeroorlog.

Wie visueel is ingesteld herkent die particuliere verhaalwoede of magische uitvergrotingen wel. Maar iedereen hangt weer het zijne op aan Wenders' uitzichten op de wereld. Wie bijvoorbeeld ooit vanuit de Negev woestijn naar Jeruzalem reisde en voorbij de laatste bocht ineens alles wat goud of bijbels is als bij toverslag zag oprijzen, zal die halleluja-ervaring in dit boek opnieuw beleven. Met het verschil dat Wenders op de voorgrond van de oude stad nog even de kapotte wasmachines, de lekke jerrycans en de zakken met etensresten meenam – als sporen van menselijk leven.

Wim Wenders: Pictures from the Surface of the Earth.

Schirmer Art Books, 123 blz. E46,--.