`Bond demotiveert zwemmers en trainers'

Ad van de Ven (41) is trainer van zwemvereniging AZ&PC uit Amersfoort. Groen en geel ergerde hij zich na de EK in Berlijn aan ,,die onzinverhalen als zou er niet hard genoeg getraind worden''.

Zorgen maakt de zwemtrainer van AZ&PC zich. Over het lot van zijn collega's vooral. ,,Schrijnend'', noemt Ad van de Ven de arbeidsomstandigheden in de Nederlandse zwembaden. ,,In landen als Zweden en Duitsland werken vrijwel uitsluitend professionele trainers. Hier zijn het overwegend vrijwilligers die een kleine vergoeding krijgen en desondanks toch presteren. Maar in plaats van steun krijgen ze van de bond de wind van voren, omdat er zogenaamd niet hard genoeg gewerkt zou worden.''

Met groeiende ergernis nam Van de Ven (41) begin deze maand, daags na de EK langebaan (50 meter) in Berlijn, kennis van de niet voor het eerst geuite kritiek aan het adres van het gros van de Nederlandse trainers en hun pupillen. Grootste klacht betrof een vermeend gebrek aan inzet en creativiteit. ,,In het zwemmen worden te vaak comfortkeuzes gemaakt'', constateerde de parttime-topsportcoördinator van de Nederlandse zwembond (KNZB), Ad Roskam, op de slotdag. ,,Het is kiezen voor de makkelijkste weg.''

Het verweer van Van de Ven: ,,Voor een aantal individuen geldt dat, maar zeker niet voor de meerderheid van de topzwemmers. Die werken zich uit de naad met 25 trainingsuren in de week. Moeten die keer op keer geconfronteerd worden met van die onzinverhalen als zou er niet hard genoeg getraind worden? Dat is niet alleen een te eenvoudige voorstelling van zaken, het is bovendien kwetsend en demotiverend.''

Een voorbeeld: ,,Haike (Van de Vens pupil Van Stralen, red.) zwom in Berlijn een teleurstellende 400 meter. Zal ik niet ontkennen. Ze ging ten onder aan de druk. Vervolgens wordt er in de pers gesuggereerd dat zij niet over de juiste mentaliteit zou beschikken. Dat irriteert me, en niet zo'n beetje ook. Want als er iemand is die hard traint en dolgraag stage zou willen lopen bij Paul Bergen (Amerikaanse coach van Inge de Bruijn, red.), dan is het Haike. Die gaat op hoogtestage naar de Sierra Nevada, op een plek die Pieter van den Hoogenband mijdt vanwege de extreme omstandigheden.''

Gefrustreerd beweert de docent inspanningsfysiologie aan de Zwolse hogeschool niet te zijn, al begrijpt hij dat dat vermoeden bestaat. Zijn beste zwemmers stapten vorig jaar immers over naar Nederlands tweede professionele ploeg, Topzwemmen Amsterdam. Bovendien hield Roskam hem in de aanloop naar de EK aanvankelijk buiten de begeleidingsstaf, ondanks de aanwezigheid van vier van Van de Vens pupillen.

,,Frustratie is een te groot woord'', zegt Van de Ven. ,,Ik baal, dat is het. Er liggen meer mogelijkheden dan nu benut worden. Dat Cees-Rein van den Hoogenband, met een zoon die pokkehard kan zwemmen, in Eindhoven een professioneel team van de grond tilt, verdient alle lof maar heeft weinig te maken met bondsbeleid. Want wat doet de bond? Die gaat zitten wachten op nog meer toeval en schermt met marktwerking.''

In plaats van met de beschuldigende vinger naar trainers en zwemmers te wijzen, zouden de beleidsmakers er volgens Van de Ven verstandiger aan doen de arbeidsomstandigheden van de parttime-coaches te verbeteren. ,,Succes begint, heel simpel, met een zwemmer en een trainer, niet met alle poespas eromheen. Maar de realiteit wijst uit dat veel trainers gedesillusioneerd afhaken bij gebrek aan toekomstperspectief. Ze krijgen dus niet eens de tijd en de ruimte om creatief en grensverleggend bezig te kunnen zijn.''

Geld is het probleem niet. ,,Waar het om gaat is: hoe verdeel je het budget? Als ik lees dat het trainingskamp in Seoul (vorig jaar in de aanloop naar de WK in Fukuoka, red.) 300.000 gulden heeft gekost en ik hoor na afloop de klachten, dan denk ik: zonde van het geld. Laat Pieter en Inge lekker vijf weken in alle rust in Seoul trainen en stuur de rest twee weken later. Die zitten niet te wachten op een ellenlange voorbereiding in een stad waar je door de files vier uur reistijd kwijt bent om te kunnen trainen. Door ze vijf weken op te sluiten, gaan ze niet harder zwemmen.''

Lange tijd hield Van den Ven zijn kritiek binnenskamers, bezorgd als hij was ,,de eenheid binnen de ploeg te verstoren''. Schuldbewust: ,,Misschien had ik de boel intern eerder onder druk moeten zetten. Maar dat ligt niet zo in mijn aard.''

Daarbij kwam, aldus Van de Ven, dat elke discussie in de kiem werd gesmoord. ,,Roskam maakt volledig de dienst uit. Zodra je het niet met hem eens bent, ben je zijn speelbal. De meeste trainers beseffen dat en houden hun kritiek dus voor zich. Gezamenlijk een vuist maken om zo inspraak af te dwingen, bleek niet mogelijk.''

Daar bovenop kwam de ergernis over het functioneren van de inmiddels opgestapte bondscoach Stefaan Obreno. ,,Zwemtechnisch had hij bijna niets in te brengen. We zagen hem ook zelden of nooit. Na `Sydney' ging hij twee maanden compenseren op de golfbaan. Hij nam geen leiding, maar kreeg daar ook de ruimte niet voor.''

Mede daarom bleef de evaluatie uit, weet Van de Ven. ,,Sterker nog: na de Spelen is niets gebeurd. Stefaan was nergens te bekennen, en op de plannen die door de trainers werden ingeleverd, kwam geen reactie. Ruim een halfjaar later, na de NK, moest er ineens met spoed geëvalueerd worden en kreeg een aantal trainers de vraag waarom de prestaties in het na-olympische seizoen in hemelsnaam zo waardeloos waren.''

Die vraag riep bij Van de Ven irritatie op. ,,Ook ik ben bij AZ&PC een vrijwilliger met een vergoedinkje in de maand. Een week na de Spelen stond ik al weer langs de badrand. Dus bij die evaluatie heb ik toen gezegd: `Wie zijn jullie om te zeggen dat ik niet hard gewerkt heb?' Als iemand niet hard gewerkt heeft, dan zijn jullie het wel.''