`Bewijs van Bos mogelijk voor OM onbruikbaar'

Het openbaar ministerie kan voor de vervolging van verdachten in de bouwfraudezaak mogelijk geen gebruik maken van de schaduwboekhouding van het bouwbedrijf Koop Tjuchem. Dat zegt oud-parlementariër A. Koekkoek, hoogleraar staatsrecht aan de Katholieke Universtiteit Brabant.

Het OM doet strafrechtelijk onderzoek naar corruptie en fraude in de bouwwereld, onder meer aan de hand van de schaduwboekhouding die de voormalige directeur van Koop Tjuchem, A. Bos, naar buiten heeft gebracht. Die boekhouding is een van de belangrijkste bewijsstukken waarover het OM beschikt. Koekkoek voorziet echter dat advocaten van de bouwondernemingen zullen verwijzen naar de Wet op de parlementaire enquête, waarin onder meer staat dat verklaringen die worden afgelegd tijdens de openbare verhoren van de enquêtecommissie, niet als bewijsmateriaal in een strafzaak mogen worden gebruikt. Koekkoek sluit niet uit dat een rechter zal oordelen dat ook de schaduwboekhouding daaronder valt. Dat zou een bom onder het justitiële onderzoek naar de bouwfraude leggen.

,,Dit zal zeker een punt worden in het verweer van de verdachten'', zegt Koekkoek, die in het midden van de jaren negentig lid was van de parlementaire enquêtecommissie die onderzoek deed naar de IRT-affaire en de uit de hand gelopen opsporingsmethoden van politie en justitie. ,,De heer Bos heeft over de schaduwboekhouding verklaringen afgelegd, de boekhouding ligt bij de enquêtecommissie. De vraag is of het schriftelijk materiaal deel uitmaakt van die verklaring.'' Volgens Koekkoek is ,,de wet er niet duidelijk over, maar de mondelinge verklaringen en het schriftelijke materiaal voor de enquetecommissie zijn zeer nauw verweven''.

Het openbaar ministerie kan tijdens de verhoren van de enquêtecommissie weliswaar meeluisteren en de informatie gebruiken voor het strafrechtelijk onderzoek, maar alles wat voor de enquêtecommissie wordt gezegd kan niet als bewijs worden gebruikt in een civiele zaak of een strafzaak. Wel kan een officier van justitie proberen aan de hand van de informatie die naar buiten komt tijdens de enquête, andere bewijzen of verklaringen te verkrijgen om een zaak rond te krijgen. Getuigen van de enquêtecommissie die later als verdachten in een rechtszaak worden gehoord, mogen in de rechtszaal gebruik maken van het zwijgrecht.

Het openbaar ministerie onthoudt zich van elk commentaar zolang het onderzoek naar de bouwfraude loopt. Koekkoek vindt dat de wet op de parlementaire enquête – die oorspronkelijk stamt uit 1850 – op dit onderdeel moet worden aangepast zodat meer duidelijkheid ontstaat bij toekomstige parlementaire onderzoeken.