Bangkok schoont centrum van rugzak

Een permanente herrie, jonge, halfdronken westerlingen met splinternieuwe rugzakken, internetcafés en nagemaakte merkjeans, kortom: de Khao San Straat in de Thaise hoofdstad Bangkok. De straat is de moeder aller rugzaktoerismeparadijzen.

Doordat vliegreizen naar Azië begin jaren tachtig spotgoedkoop werden, konden jongeren uit Amerika en Europa het evenzeer goedkope Zuidoost-Azië gaan ontdekken. Reizen `op een schoenveter' – met heel weinig geld dus – was geboren en de rugzakkers begonnen hun regionale ontdekkingsreis op de plek die kort daarvoor door hippies was ontdekt, Thanon Khao San.

Lopend door die straat zie je een zekere tweedeling: de nog ongebruinde jongeren met nog nauwelijks gebruikte rugzakken vol nieuwe spullen en een verbaasde blik in de ogen kruisen het pad van leeftijdgenoten die met wat rafelige kleren en bevlekte rugzak op plastic flip-flops – de onvermijdelijke teenslippers – rondlopen. De eersten komen net aan, de tweede groep heeft er juist een rondreis opzitten door Thailand, Maleisië, Indonesië en de laatste jaren ook door toeristen nog minder ontgonnen landen als Vietnam, Cambodja en Laos.

De Thaise overheid kan zich er niet toe zetten de matig gewassen gasten aan de borst te drukken. De autoriteiten overwegen nu delen van Thanon Khao San en de zijstraatjes te sluiten, want het lawaai daar en de ruime consumptie van goedkope speedpillen zouden het imago van het boeddhistische land kunnen schaden. En dat is slecht voor het `gewone' toerisme.

En dat terwijl de jongeren met hun rugzakken juist een zegen zijn voor de Thaise economie die na de Azië-crisis van eind jaren negentig weer voorzichtig uit het dal kruipt. Van de tien miljoen toeristen die Thailand jaarlijks over de vloer krijgt, torst ruim de helft een rugzak. Maar waar toeristen met geld vooral in hotels verblijven die in handen zijn van buitenlandse ondernemingen en hun reissom betalen aan de reisorganisaties van hun eigen land, gaat bijna alles wat de rugzakkers besteden direct naar de Thaise economie. Ze steunen het midden- en kleinbedrijf door louter van lokale eetstalletjes en goedkope hotels gebruik te maken. Het toerismebureau schat dat elke rugzaktoerist aldus dagelijks 25 euro in de economie pompt.