Winstvandalen in VS, corruptie in de polder

Amerikaanse topmanagers verrijkten zichzelf en dupeerden hun beleggers met winstvandalisme. De bouwenquête biedt nu inzicht in typisch Nederlands zakendoen: leve de consensus in de bedrijfstak.

Zoek de verschillen, kleur de verdenkingen. De Verenigde Staten hebben hun boekhoudaffaires, Nederland heeft zijn bouwschandaal, met de installatiebranche als onverwacht extraatje.

Vooral Amerikaanse aanbieders van telefoon- en dataverbindingen verhoogden hun omzetten door neptransacties met concurrenten. Nederlandse aannemers en installatiebedrijven verhoogden hun omzet, en wellicht ook winsten, door afspraken met concurrenten over wie de opdracht kreeg en de prijs maakte.

Sommige Amerikaanse toplieden dupeerden met winstvandalisme hun beleggers, Nederlandse bouwers en installateurs mikten op hun opdrachtgevers, en daarmee op de overheid, de grootste klant. Amerikaanse bedrijven corrumpeerden hun externe accountants, die onder druk van gretige financieel directeuren en de kans op lucratieve vervolgopdrachten cijfers van twijfelachtig allooi goedkeurden. Nederlandse ondernemingen corrumpeerden ambtenaren. Amerikaanse toplieden deden het voor eigen gewin, Nederlanders zeiden de afgelopen dagen in de verhoren voor de parlementaire enqûetecommissie naar bouwfraude dat zij het in het belang van hun onderneming deden.

De verschillen tussen de Amerikaanse en Nederlandse ontsporingen gaan terug naar verschillen in de samenleving en (de dynamiek van) het bedrijfsleven. In de VS staat al meer dan tweehonderd jaar een premie op pionieren. Go west, young man, was het gevleugelde advies aan de nieuwkomers die aan de oostkust aan land kwamen.

Beleggers in de VS houden van gedreven eenlingen die grenzen verleggen. Bernie Ebbers, die telefoonbedrijf Worldcom in de vaart der volkeren opstootte en, beladen met 400 miljoen euro schuld, moest opstappen vlak voordat zijn bedrijf uitstel van betaling kreeg. Of Ken Lay, die politiek netwerkend de cijfers en markten van energiehandelaar Enron naar zijn hand zette en het grootste Amerikaanse bedrijfsfiasco veroorzaakte dat beleggers van Atlanta tot Zierikzee voor miljarden dollars dupeerde. Schandalen van deze omvang kent Nederland niet, en de kans dat die zich nog voordoen, wordt met de dag geringer. [Vervolg FRAUDE: pagina 15]

FRAUDE

Bedrijfsbelang hier de centrale norm

[Vervolg van pagina 1] Natuurlijk, ook hier in Nederland vielen rap groeiende, creatieve boekhouders uit de boom, zoals bij technologie- en handelsbedrijven Landis, LCI en KPNQwest die over de kop gingen.

In de Verenigde Staten is er soms een agressieve officier van justitie die verdenkingen tegen topmanagers, accountants of analisten bij zakenbanken onderzoekt. In Nederland houdt het openbaar ministerie zich op de vlakte en moet de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) druk op de ketel zetten om twijfelachtige zaken te laten onderzoeken.

De Amerikaanse confrontatiecultuur kweekt wedijver en een winner takes all mentaliteit. Nederland viert consensus en solidariteit. Hier gaat men na de strijd liever samen over de streep. Niet het beleggersbelang, maar het bedrijfsbelang is al decennia het normgevende criterium, tot in de wetgeving toe voor de machtsverdeling in de onderneming tussen aandeelhouders, managers en werknemers.

De multinationals, die hun beleggers en soms ook hun (aankomende) topmanagers op de internationale markten recruteren, zijn het afgelopen decennium opgeschoven naar Angelsaksische normen en waarden. Maar bedrijfstakken als bouw en installatie hebben en houden overwegend een lokaal karakter. Ons kent ons, leven en laten leven, het belang van het bedrijf is het belang van de brancheafspraken. Opmerkelijk is overigens dat het lijkt alsof het snijvlak van particuliere/commerciële en publieke belangen een extra gevaar oplevert: overheidsbouwopdrachten, de HBO-fraude, de ESF-gelden.

Net als bij politieke brandhaarden dringt de vraag zich op: wat wist de top en wat deed die ertegen? Voormalig bestuursvoorzitter J. Veraart van bouwer en baggeraar HBG liet onlangs weten dat hij de illegale prijsafspraakpraktijken graag had willen beëindigen. Maar de conserverende krachten van het kartel waren sterker.

Amerikaanse toplui moeten op last van beurswaakhond Securities & Exchange Commission (SEC) onder ede tekenen voor de volledigheid van hun cijfers; de straffen op foute informatie zijn verhoogd. Deels tot hun ongenoegen moeten Nederlandse en Europese bedrijven met een Amerikaanse beursnotering volgen.

Durven bestuurders, commissarissen en accountants van Nederlandse bouwers en installatiebedrijven het Amerikaanse voorbeeld nu nog te volgen, is de prangende vraag.