Politie was doof voor Dover

De Amsterdamse politie blijkt een jaar lang niet in de gaten te hebben gehad dat ze een van de internationale kopstukken van de Chinezen-smokkel in het vizier had. Afgeluisterde telefoontjes waarin de man voorbereidingen voor mensensmokkel trof, bleven onopgemerkt omdat de politie cruciale passages niet liet vertalen.

De man, de 26-jarige Chinees L. S. Y., kon daardoor zijn werk als `boekhouder' van de Slangenkop-organisatie van Sister P. voortzetten. Hij verdiende per twee maanden soms een miljoen gulden. Volgens het OM was de man ook betrokken bij de Dover-zaak waarbij in juni 2000 58 Chinezen door verstikking overleden. De `boekhouder' is eind mei dit jaar aangehouden.

De man blijkt de maand voor en na het Dover-drama uitgebreid te zijn afgeluisterd door de Amsterdamse politie terwijl hij smokkeltransporten met Chinezen voorbereidde. In het strafdossier-Opaal over de bende van Sister P. staat onder meer dat hij telefonisch doorgaf ,,hoeveel personen in het opvanghuis arriveerden en wie zich diende aan te kleden om op te stappen''. In het weekeinde van het Dover-drama verbleef de man in China, maar drie dagen later liet hij al weten dat hij terugkwam naar Nederland omdat de politie ,,namelijk niet [zal] denken'' dat hij ,,zich in Nederland schuilhoudt'', vertelt hij volgens de stukken 21 juni 2000 door de telefoon.

Pas een jaar later is echter gebleken, aldus het dossier, dat de `boekhouder' in de afgeluisterde gesprekken voorbereidingen voor de dodelijke Dover-rit trof. De Amsterdamse politie was hierop niet bedacht, zegt een hoofdstedelijke agent, omdat de `taps' waren geplaatst in een onderzoek naar een doodslag in een Chinees restaurant in de hoofdstad. Daarom zijn destijds alleen passages uit de `taps' vertaald die betrekking hadden op die doodslag. [Vervolg MENSENSMOKKEL: pagina 2]

MENSENSMOKKEL,

'Weinig tolken voor Chinees dialect'

[Vervolg van pagina 1] Reden is ook dat het Chinese dialect dat in de telefoontjes wordt gesproken door weinig tolken wordt beheerst, aldus de betrokken agent.

De advocaat van de `boekhouder', G. van der Hardt Aberson, noemt het ,,erg onwaarschijnlijk dat de politie dit allemaal over het hoofd heeft gezien''. Hij wijst erop dat na de Dover-zaak in 2000 grote aandacht voor Chinese mensensmokkel bestond. ,,Dan is merkwaardig dat je als politieman één doodslag belangrijker vindt dan mensensmokkel waarbij tientallen mensen overlijden.'' De Amsterdamse politie en het OM in Zwolle, dat het onderzoek leidt, geven officieel geen commentaar.

Dat de telefoontjes een relatie hadden met de bende van Sister P., kwam mei 2001 vast te staan nadat bleek dat telefoonnummers in het Amsterdamse onderzoek overeenkwamen met nummers die in gebruik waren bij P.'s bende. De daarna alsnog uitgevoerde vertaling van de afgeluisterde gesprekken leverde het bewijs op dat de `boekhouder' inzittenden voor het fatale Dover-transport selecteerde. Zo worden in de `taps' namen genoemd van mensen die tijdens de overtocht overleden. Het hierna gestarte onderzoek leidde eind mei dit jaar tot de aanhouding van Sister P., de `boekhouder' en zes andere verdachten. In dat onderzoek bleek dat de bende tot de aanhoudingen nog steeds op grote schaal Chinezen liet smokkelen.

Tijdens zijn verhoren bij de politie, waarin hij veelal weigerde op vragen in te gaan, is gebleken dat de `boekhouder' goed op de hoogte is van het opereren van de politie. Zo vertelt hij over zijn relatie met Sister P.: ,,Wij zaten soms samen in een café. Dat zal het observatieteam van de politie wel gezien hebben. Ik zit soms bij haar in de auto en heb haar af en toe gebeld. U vraagt mij waar deze gesprekken over gaan. (..) Jullie hebben toch telefoongesprekken afgeluisterd?''

De `boekhouder' heeft blijkens het onderzoek naast zijn officiële naam vier andere namen als alias of bijnaam. Nog in maart vertelde hij een vriendin in een afgeluisterd gesprek dat hij afgelopen december en januari een miljoen gulden aan de smokkel had verdiend. In een ook `getapt' gesprek, veertien dagen later met zijn moeder in China, klaagt hij dat mensen niet willen zien hoeveel kosten met de smokkel gepaard gaan: ,,Mijn broer denkt (..) dat we een paar miljoen hebben verdiend. [Hij] weet niet hoe groot onze uitgaven zijn.''