Muziek die Schütz in Venetië hoorde

`Terra Adriatica' is een thema in het Festival Oude Muziek in Utrecht waarin Venetië een rol speelt. Wie aan de dogenstad denkt in relatie tot de oude muziek, komt vanzelf uit bij Monteverdi, bij Giovanni Gabrieli's ruimtelijke experimenten in de San Marco en bij opus 1 van Heinrich Schütz, gecomponeerd onder supervisie van Gabrieli. Na 1996 is Schütz, met name met zijn late passionen, opnieuw een festivalthema.

Wat de Duitse componist Schütz in Venetië gehoord zou kunnen hebben, liet het alert spelende Ensemble Lucidarium horen in laat-middeleeuws repertoire, dat grotendeels voortkomt uit de orale archaïsch-polyfone traditie.

Dat moet Schütz vast en zeker hebben aangesproken, want terwijl de mode steeds meer ging in de richting van harmonisch bewustzijn, noteerde Schütz in een voorwoord dat ,,elke componist allereerst het strenge contrapunt had te beheersen''.

Le Poème Harmonique ging heel anders om met vergelijkbaar repertoire: 17de-eeuwse Venetiaanse liederen, van carnaval tot opera. Dat klonk minder voor de straat, chiquer, door en door doordacht. Sopraan Claire Lefilliâtre zong verfijnd en gecultiveerd, allerminst recht voor haar raap. Maar ze was wel sterk en geconcentreerd in een Lamento di Madama Lucia, dat zo van Monteverdi had kunnen zijn. Het was verreweg het boeiendste stuk, dat verrassenderwijze nog eens als toegift werd gegeven, in een andere theatrale setting.

Nadat dinsdag al muziek naar Shakespeare was voorzien van een nar annex jongleur, was er woensdag bij kaarslicht en met mime alweer Venetiaans theater. Voor het boertige genre, zoals een bergamasca, was dat theater een dankbare aanvulling, want hier miste ik het snerpen en schmieren van Lucidarium.

Snerpen en schmieren is wel het absolute tegendeel van Schütz. Ex Tempore, geleid door Florian Heyerick, en de Nederlandse Bachvereniging onder Jos van Veldhoven, zochten elk op hun manier de medidatie. Ex Tempore wijdde zich aan de Matthäus Passion en aan Die Sieben Worte Jesu Christi waarvan de herontdekking door Otto Kade in 1855 de Schütz-renaissance op gang bracht. Instrumentale delen en koorscènes omramen de woorden van Jezus en de evangelist, zonder af te leiden van de ascetisch verhalende kern en dat is steeds zo bij Schütz.

Het was muisstil in de Pieterskerk, net als drie dagen later in diezelfde ruimte bij de Nederlandse Bachvereniging in de Lukas Passion met delen uit de Cantiones Sacrae: sterk en stevig inzettend. Ex Tempore is plooibaarder, ook in de langgerekte minder compacte opstelling.

Voor beide visies valt iets te zeggen. Het ene is dringend, het andere indringend.

Holland Festival Oude Muziek. Gehoord: 25 tot en met 28 augustus op diverse locaties in Utrecht.