Laatste voorstelling

,,Komen er veel mensen naar Archer City vanwege Larry McMurtry'', vraag ik aan de dame in de tweedehandsboekwinkel. ,,All of them'', antwoordt ze gevat. En inderdaad, een andere reden om deze plaats in het vlakke noorden van Texas te bezoeken is niet makkelijk te bedenken.

Veel meer dan een kruispunt van twee lintbebouwde landwegen is Archer City niet. Een aan draden opgehangen stoplicht, de bekende Amerikaanse watertoren, en natuurlijk de oude bioscoop, die in McMurtry's boek The Last Picture Show zowel feitelijk als symbolisch zo'n belangrijke rol speelt.

De oude cinema heeft met het oog op literaire pelgrims recentelijk nog een verfje gekregen. Louter façade, want wie er binnenstapt staat onder de blote hemel; het zaaltje heeft geen dak meer, en van de vier muren staan er nog maar twee overeind.

In de speelfilm, die op basis van het boek in Archer City gemaakt werd, wás het al niet veel. Evenals de biljartkroeg waar de dorpsbewoners rondhangen, de gedeukte pick-ups waarin ze rijden en de motels waarin ze hun schamele seksuele lusten botvieren. Alles straalt verwaarlozing uit. En een troosteloosheid die het Amerikaanse platteland nu eenmaal sterker in z'n greep heeft dan welk landschap ter wereld ook.

,,It's more monotonous in this part of the country than it is in other places'', laat McMurtry iemand ergens zeggen. Verklaring is wellicht het volledig ontbreken van de factor tijd. Een geschiedenis van enige statuur is er in deze streken niet, terwijl een uiterst landerig heden zich voortsleept naar een weinig opwindende toekomst. Dat is wat McMurtry geniaal weet te beschrijven: het gezapige leven op een monotoon platteland. Voor velen zijn z'n boeken meer: rake allegorieën voor het leven als zodanig; een radeloze zoektocht naar een onduidelijk waartoe en een onbegrijpelijk waarom.

Zelf ook op zoek naar antwoorden spreek ik in de supermarkt van Archer City een oudere bewoner aan, en vraag of hij zich iets herinnert van de dagen toen de film gemaakt werd. Hij mompelt wat over Californische blaaskaken die het hele dorp op z'n kop gezet hebben, maar wil niet veel kwijt. Een tweede is even zwijgzaam. Zelfs de verkoper in een winkel met oude foto's reageert korzelig.

De bewoners van Archer City hebben gemengde gevoelens over de beroemde schrijver. Aan één kant zijn ze trots, omdat McMurtry hun gehucht op de kaart heeft gezet. Anderzijds is er de schaamte over hun platvloerse dorpsgeheimen, die de schrijver meedogenloos heeft verklikt.

Larry heeft dan ook niks weggelaten. Een kalf dat slachtoffer wordt van een groepsverkrachting door de dorpsjeugd, het pesten van een zwakbegaafde, het door pure verveling ingegeven overspel: elke bladzijde getuigt van een saai bestaan, dat met bizarre, grotendeels romantische schijnbewegingen leefbaar gehouden moet worden.

`The Last Picture Show' werd in 1971 in zwart-wit (!) gedraaid. Het vervolg, Texasville, dat twintig jaar later met vrijwel dezelfde acteurs werd gemaakt, is heel anders. Dankt `The Last Picture Show' z'n melancholie aan statische vergezichten en moeizame blikken in onduidelijke verten, in `Texasville' is zelfs sprake van humor; een lacherige verwondering over de bizarre wendingen die het leven kan nemen. Schandalige rijkdom, schrijnende armoede, ziekte, dood en eenzaamheid worden, anders dan in `The Last Picture Show', niet als ongrijpbare grootheden, maar eerder als de luimige streken van een plagerig noodlot weergegeven. Een waagstukje, zowel van de schrijver als de regisseur. Niet helemaal geslaagd, en zowel boek als film is veel minder populair geworden dan de in kennerskringen welhaast aanbeden `Last Picture Show'.

Bogdanovich koos nadrukkelijk voor Archer City als locatie; de gehuchten Thalia en Anarene, door McMurtry opgevoerd voor wat hij ergens, waarschijnlijk ironisch, `zijn geliefde Archer City' noemt, blijken wel te bestaan, maar een bioscoop is er nimmer geweest. Archer City was uiteindelijk ook te klein voor een bioscoop. Door de komst van de televisie ging deze op de fles. De laatste voorstelling werd in 1965 gegeven.