Kindermishandeling

Uit het artikel in NRC Handelsblad van 20 augustus over fatale (kinder)mishandeling begrijp ik dat er artsen zouden zijn die, zelfs bij sterke aanwijzingen dat sprake is van mishandeling van een kind die de dood tot gevolg heeft, besluiten daarop niet te handelen.

Als (een) reden daarvoor wordt het dilemma genoemd dat artsen zouden hebben in hun functie van hulpverlener of bieder van veiligheid voor de nabestaanden enerzijds, en die van waarheidszoeker anderzijds.

De formulering van het dilemma waarvoor deze artsen staan, die ook maar gewoon mensen zijn met onzekerheden, angsten en pretenties, lijkt mij wat karig uitgevallen.

Ik ken de inhoud van het voorstel van hoogleraar jeugdrecht Jaap Doek niet, maar ik kan mij niets anders voorstellen dan dat het zo goed mogelijk de bescherming van artsen wil regelen met als uiteindelijk oogmerk het zo goed mogelijk waarborgen van de bescherming van het slachtoffer.

De bescherming van het slachtoffer komt in het artikel slechts impliciet aan de orde. Ik neem tenminste aan dat dit (behalve de reactie op een mogelijk ernstige verstoring van de rechtsorde) in deze context het doel is van waarheidsvinding

Overigens zou mijn wantrouwen als patholoog-anatoom direct gewekt zijn als een kinderarts mij zou verzoeken sectie te verrichten op een kind dat volgens hem aan een natuurlijke dood is gestorven, maar ik neem aan dat de redactie daar verwijtbaar is.