Europeanen moeten anders leren omgaan met de VS

Wil Europa door Washington serieus genomen worden dan moet het ophouden te dromen van een wereld met eeuwige vrede, op een moment dat de werkelijkheid wreed en gevaarlijk is, meent Dominique Moïsi.

Anders dan menig commentator – onder wie ikzelf – iets minder dan een jaar geleden schreef, heeft 11 september de wereld misschien toch niet wezenlijk veranderd. Wel is Amerika erdoor veranderd en is de Amerikaanse relatie met de wereld drastisch gewijzigd, en misschien zal dit dan wel de belangrijkste erfenis blijken. Uit dit oogpunt heeft het einde van Koude Oorlog minder invloed op het wereldbeeld van de Verenigde Staten gehad dan het besef na 11 september bij de Amerikanen dat ze op het toppunt van hun unieke status als wereldmacht toch zo verbazend kwetsbaar zijn.

Uit de confrontatie tussen 11 september en de regering van George W. Bush is een nieuw Amerika ontstaan, dat niet alleen het onontkoombare gevolg van uitzonderlijk tragische omstandigheden is, maar voor veel critici in en buiten de Verenigde Staten ook het ongelukkige product van de `verkeerde mensen op het verkeerde moment'. Dit nieuwe Amerika is geneigd de invloed van militaire macht te overschatten, op een moment dat de Europeanen ten prooi zijn aan de gevaarlijke illusie dat ze deze onderschatten. De Amerikanen worden geconfronteerd met de uitdagingen van een onderling verweven mondiale wereld en zoeken eenvoudige antwoorden op ingewikkelde problemen. Het is dus niet meer dan natuurlijk dat ze allereerst hun militaire overmacht gebruiken.

Ze zijn in hun vlees gesneden en in hun trots gekwetst. Ze roepen om wraak, zonder er altijd bij stil te staan dat hun absolute nadruk op `harde macht' ten koste gaat van hun `zachte macht', oftewel hun macht om door hun voorbeeld vriend en vijand te verleiden en beïnvloeden. Voor het eerst sinds de introductie in 1947 zetten de Amerikaanse strategen vraagtekens bij de strategie van de omsingeling, die zo geslaagd bleek in de strijd tegen het sovjetrijk. Ze wijzen terecht op de mogelijk irrationele aard van de nieuwe vijand in vergelijking tot de oude, maar ze gaan ten onrechte voorbij aan de ontwrichtende uitwerking van hun nieuwe doctrine van preventieve oorlogvoering op het karakter van de internationale orde en op hun eigen imago.

Staat het in wezen goedaardige Amerikaanse Rijk op het punt om assertiever en cynischer te worden omdat het in zijn vlees is gesneden? Voorheen aarzelde Amerika tussen twee verleidingen: zich met de wereld te bemoeien om die te verbeteren, of zich uit de wereld terug te trekken om de zuiverheid van zijn voorbeeld en de veiligheid van zijn burgers te beschermen. Het Amerika van Bush na 11 september lijkt twee dingen tegelijk te zeggen. Ten eerste: ik kan mezelf niet tegen de wereld beschermen zonder me ermee te bemoeien. Ten tweede: ik treed niet in de wereld op om haar wrede aard te veranderen, maar om haar minder gevaarlijk voor mezelf te maken. Die combinatie van Amerikaans nationalisme en zuiver denken in termen van machtsevenwicht, verzwakt het westen als begrip en als realiteit. Zouden de terroristen van Al-Qaeda weten te bereiken wat de ondergang van de Sovjet-Unie niet vermocht, namelijk de uitholling van het westerse kamp?

In Washington bestaat de gevaarlijke verleiding om zuiver te denken in termen van een strategisch machtsevenwicht, en Europa daarom te beschouwen als een onbelangrijke en anachronistische realiteit, waaraan voorbij kan worden gegaan in de feestvreugde om het bondgenootschap met de nieuwe en veel belangrijker bondgenoot Rusland. De terroristen hebben het westen tegelijkertijd vergroot en verzwakt. Het geografische bereik is groter dan ooit, maar hoe staat het met het democratische gehalte?

Het is één ding om te werken aan de vorming van een strategische driehoek tussen de Verenigde Staten, Europa en Rusland als de sleutel tot de stabiliteit van de internationale orde van morgen, maar dat is wat anders dan de overweging om Europa door Rusland te vervangen alsof er nooit een oorlog in Tsjetsjenië is geweest, alsof democratische beginselen alleen verplicht zijn voor Irak en voor de Palestijnen.

De paradox is dat het `westen' na 11 september in de ogen van de anderen meer dan ooit een realiteit is. Hoe westerser de islam wordt in een gemondialiseerde wereld, hoe sterker de afkeer van het westen bij de meest fundamentalistische elementen. Zou eens de dag komen dat het Westen als begrip alleen bestaat in de ogen van niet-westerlingen?

Om te voorkomen dat dit droevige proces zich voltrekt, hebben de Europeanen een belangrijke rol te spelen. De Amerikanen mogen als gevolg van 11 september een vijand hebben gevonden, de Europeanen hebben een internationale rol voor zichzelf gevonden: de rol om de Verenigde Staten tot matiging te bewegen, om met behulp van de meest gematigde Amerikanen zelf – en die zijn nog altijd in de meerderheid – de gevaarlijke tendensen tegen te gaan die werkzaam zijn in de Amerikaanse maatschappij en in het nieuwe soort Amerikaanse imperialisme.

Daartoe moeten de Europeanen overgaan tot een grondige herschikking van hun middelen en zich beter verdiepen in de machtsverhoudingen, en ook anders leren omgaan met de Verenigde Staten.

Wil Europa door Washington serieus worden genomen, dan mag het niet blijven doorgaan voor een onverantwoordelijke burgermacht die droomt van een wereld met eeuwige vrede, op een moment dat de werkelijkheid veel wreder en gevaarlijker is. De langzame internationale deklassering van Japan, een land dat wegens zijn verleden alleen in economische zin een machtspositie bezat, vormt een waarschuwing voor Europa. Anders dan een aantal van zijn nationale onderdelen wordt Europa als zodanig niet gehinderd door dezelfde beperkingen als Japan. Alleen een in alle opzichten machtig Europa zal door de Verenigde Staten serieus genomen en gerespecteerd worden. Om de Amerikaanse strategie de broodnodige politieke en culturele dimensie te verlenen, moet Europa een minimale militaire geloofwaardigheid bezitten.

Dat Europa moet zich in zijn stijl van commentaren meer spiegelen aan Groot-Brittannië dan aan Frankrijk. Het moet ervan doordrongen zijn dat de wereld zonder de Verenigde Staten een veel gevaarlijker oord zou zijn, maar ook dat de wereld met een `betere Verenigde Staten' een veel veiliger oord zou kunnen worden.

De verdrijving van het Talibaan-bewind in Afghanistan blijft ondanks het onnodig hoge aantal burgerslachtoffers een `bijkomend voordeel' van de tijd na 11 september. Zolang een tweede grootscheepse terreurdaad uitblijft, gaat de meeste invloed van 11 september uit naar de Verenigde Staten zelf. Sinds 11 september gedraagt de Amerikaanse Keizer zich keizerlijker en staat hij wantrouwender tegenover zijn Rijk. Al met al mag de uitkomst van de afgelopen twaalf maanden worden omschreven als een soort Pyrrusoverwinning. We hebben ons weten te beschermen tegen `hen', maar niet per se tegen `ons'.

Dominique Moïsi is verbonden aan het Institut Français des Relations Internationales in Parijs.