De lange weg van een vertrouwelijke e-mail

Een geheime e-mail die op het verkeerde bureau belandde, houdt de bouwfraudecommissie in haar greep. Is de inhoud van het bericht een bewijs van prijsafspraken of niet?

,,Dit is zó explosief, dit kan in ons gezicht ontploffen'', liet de Amsterdamse burgemeester Job Cohen zich op 5 februari van dit jaar ontvallen toen hem een e-mail onder ogen kwam.

Het bericht kwam van directeur M. Kroezen van het bouwbedrijf Heijmans Beton- en Waterbouw, dat betrokken was bij de aanbestedingsprocedure voor de Noord/Zuidmetrolijn. De e-mail was verstuurd op 24 januari en had als strekking dat het Franse bedrijf Soletanche niet in zee mocht gaan met de concurrent van Heijmans, het Duitse bouwconcern Max Bögl. De interpretatie van het bericht loopt uiteen.

Voor de één (Heijmans) is het niet meer dan het herbevestigen van afspraken, voor de ander (de gemeente) vormt de mail mogelijk het bewijs van onoorbare afspraken. Hoe dan ook, het bericht had helemaal niet op het stadhuis terecht mogen komen. Het was een foutje.

Bögl had onder de voor Nederlandse bouwers gangbare prijzen ingeschreven op het metroproject Noord/Zuidlijn en werd in Nederlandse bouwkringen gezien als marktbreker.

Enkele maanden eerder had Bögl al aan verantwoordelijk wethouder Geert Dales (Financiën) laten weten dat het bedrijf er als hoofdaannemer voor de bouw van een metrostation aan het Rokin in de Amsterdamse binnenstad, niet in slaagde onderaannemers te vinden. De combinatie van de brief van Bögl en de e-mail van Heijmans deed Dales' wenkbrauwen fronsen. ,,Het leek erop dat dit geen toeval was'', concludeerde hij gisteren tijdens zijn verhoor voor de enquêtecommissie.

De e-mail heeft een wonderlijke route afgelegd. De directeur van de projectorganisatie Noord/Zuidlijn J. Bosch ontving hem als eerste. Hij lichtte echter zijn wethouder en de burgemeester níet in over de compromitterende correspondentie. Het was toeval waardoor de e-mail uiteindelijk op het bureau van burgemeester Cohen terechtkwam, zo bleek gisteren bij het verhoor van manager G. van der Wielen van het gemeentelijk bureau Screening en Bewaking. Dit bureau onderzoekt of bedrijven waarmee de gemeente in zee wil gaan, betrouwbaar zijn.

De aan Bosch gerichte mail slingerde rond in het ambtelijk apparaat van de gemeente en kwam terecht bij een ambtenaar van het Ingenieursbureau Amsterdam. Die herkende de explosiviteit van de inhoud wél en alarmeerde zijn chef. Maar die ondernam vervolgens geen actie. De ambtenaar hield echter vol en stuurde de mail door naar het bureau integriteit. Dat bureau doet onderzoek naar corruptie en fraude binnen het Amsterdams gemeentelijk apparaat. Daarna ging het bericht naar Van der Wielen van het gemeentelijk screeningsbureau.

Pas tien dagen nadat de mail in eerste instantie verstuurd was, kreeg wethouder Dales hem onder ogen. ,,Moeilijk, maar het project móet doorgaan'', was zijn eerste reactie op die 4de februari. De enquêtecommissie vroeg niet door op de vraag waarom Dales niet eerder op de hoogte was gesteld van de correspondentie die een week later zou leiden tot inschakeling van de mededingingsautoriteit NMa.

Bosch lichtte niet zijn wethouder in, maar had daags na ontvangst van de e-mail een vertrouwelijk onderhoud met directeur Kroezen van Heijmans. Het bouwbedrijf had Amsterdam met arbitrageprocedures gedreigd over de gang van zaken bij de aanbesteding van het metrostation Vijzelgracht waarvoor Bögl op het laatste moment ook interesse had getoond.

Het was een gesprek, zo gaf Bosch toe, dat een volstrekt vertrouwelijk karakter had. Een gesprek, zei Kroezen later in zijn verhoor, dat op initiatief van Bosch tot stand was gekomen. ,,Dit gesprek heeft nooit plaats gehad'', zei Bosch volgens Kroezen bij binnenkomst in een etablissement in Amersfoort. En de topambtenaar had volgens hem ook niets in de aanbieding, behalve de boodschap dat Amsterdam de bedragen waarvoor was ingeschreven, niet kon betalen.

Tijdens het gesprek kwam de inmiddels beruchte e-mail volgens Bosch slechts zijdelings ter sprake. Bosch wilde bij Kroezen volgens eigen zeggen de indruk vermijden dat de correspondentie gebruikt zou worden als chantagemiddel. Hij wilde alleen de boodschap overbrengen dat het Noord/Zuidproject mogelijk geheel zou worden afgeblazen als het dossier verder gecompliceerd zou worden door de door Heijmans aangekondigde arbitrageprocedure over de aanbesteding. Het onderhoud leverde geen nieuwe inzichten op, bevestigden Bosch en Kroezen gisteren.

Nadat Dales en burgemeester Cohen via de vasthoudende ambtenaar van het Ingenieursbureau kennis hadden genomen van de e-mail, werd door het college van B en W besloten de NMa en het openbaar ministerie in te schakelen.

De enquêtecommissie leek hiervoor maar weinig begrip te hebben. Waarom was Dales niet eerder naar de NMa gestapt? Dacht hij soms dat hij zelf eerst hard bewijs moest hebben? Bewijs hardmaken is immers de taak van de NMa, leek de commissie te willen zeggen. Dales wilde ,,prudent'' zijn en niet zomaar iemand beschuldigen, zo vertelde hij de commissie gisteren ettelijke malen. De commissie bleef vasthouden. Dales: ,,Ja, mevrouw Vos, ik wil het met alle plezier nóg een keer zeggen ...''

Justitie besloot al snel dat de correspondentie geen aanknopingspunt bood voor strafrechtelijk onderzoek. De NMa zegde de gemeente een `turboprocedure' toe bij haar onderzoek naar overtreding van de mededingingswet. Maar de uitkomst daarvan, inclusief de vraag of Heijmans boetes boven het hoofd hangen, laat nog op zich wachten. Begin oktober moet de gemeente beslissen over de aanleg van de metrolijn. Maar, zo liet Dales al wel merken, bouwprojecten gunnen aan een onderneming die mogelijk onder vuur ligt bij de NMa, is een weinig aanlokkelijke en mogelijk explosieve gedachte.

www.nrc.nl: dossier bouwfraude