Bouwfraude 1

Inmiddels is genoegzaam gebleken welk gebrek aan of vervaagd normbesef bij een aantal bouwondernemers en ambtenaren bestaat, alsmede dat daarmee een zeer aanzienlijk bedrag aan gemeenschapsgeld gemoeid is.

De voor de hand liggende oplossing lijkt te zijn, dat iedere inschrijving op een aan te besteden werk in de toekomst vergezeld dient te gaan van schriftelijke verklaringen van (a) de directie van de inschrijver dat geen vooroverleg heeft plaatsgevonden met (vertegenwoodigers van) andere (aspirant-)inschrijvers en dat terzake van die inschrijving evenmin betalingen zijn verricht of gunsten zijn verleend aan derden (anders dan tegen marktconforme prijs ingekochte producten of diensten). En (b) een register-accountant waaraan de opdrachtgever het vertrouwen kan ontlenen dat de inschrijving met inachtneming van de regels van goed koopmansgebruik (met inbegrip van een redelijke winstmarge) totstandgekomen is. Weliswaar staat laatstgenoemde beroepsgroep inmiddels ook aan de nodige kritiek bloot, maar het komt mij voor dat in overleg tussen overheid, bouwsector en NIVRA een deugdelijke tekst voor een dergelijke accountantsverklaring geredigeerd zal kunnen worden.