`Belgische post wacht sociaal drama'

Binnen een half uur was Frans Rombouts aangenomen als nieuwe topman bij het Belgische De Post/La Poste. Twee jaar later stond hij weer op straat. Bedrijf en politiek konden het tempo van de noodzakelijke reorganisatie niet aan. De Europese liberalisering komt eraan, maar De Post lijkt door jarenlang cliëntelisme nog op Jurassic Park. Concurrenten als het Nederlandse TPG liggen op de loer.

Op recepties liet Frans Rombouts zich wel eens ontvallen graag orde op zaken te willen stellen bij de chaotische Belgische posterijen. Niet dat de Vlaming uitgekeken was op zijn baan als directielid van Campina Melkunie. Maar het leek hem na een lange carrière in de voedingssector, waar hij al heel wat bedrijven had gereorganiseerd, eenvoudigweg de ,,mooiste uitdaging''.

In december 1999 zat Rombouts bij minister voor Overheidsbedrijven Rik Daems. Binnen een half uur waren ze eruit. Rombouts kreeg van de nieuwe paarsgroene regering opdracht om De Post/La Poste grondig te reorganiseren, zodat het bedrijf in een vrijere Europese markt kan overleven. Ruim 12.000 van de 44.000 banen zouden in vijf jaar moeten verdwijnen. En dat zonder gedwongen ontslagen. De paarsgroene regering keurde Rombouts' Strategisch Plan (2001-2005) goed, maar schrok uiteindelijk terug voor de consequenties. Tegenwerking en machinaties van vooral de Waalse Parti Socialiste en gelieerde vakbonden deden de rest.

Twee jaar na dato stond Rombouts (46) weer op straat.

Naast hem in een Antwerps etablissement ligt zijn pas verschenen boek De Postbode belde vroeger twee keer. Hoe overheidsbedrijven kunnen overleven. Rombouts' relaas leest als de kroniek van de aangekondigde ondergang van De Post, de grootste werkgever van België. Het boek geeft ook een ontluisterend beeld van Belgisch cliëntelisme, dat onder paarsgroen op de terugtocht is maar bij overheidsbedrijven als posterijen en spoorwegen moeilijk uitroeibaar blijkt. Luchtvaartmaatschappij Sabena ging vorig jaar al ten onder. En onlangs ruimde Christian Heinzmann als nieuwe spoorwegbaas na een week het veld, omdat hij naar eigen zeggen door vakbondsleiders was geïntimideerd. ,,Hij had beter moeten weten, er waren hem al enkelen voorgegaan'', aldus Rombouts.

Diens boek heeft bij politici nauwelijks reactie uitgelokt, ofschoon de auteur man en paard noemt. ,,Iedereen heeft erbij te verliezen als de discussie wordt opengetrokken'', zegt Rombouts. Alleen bij lezingen voor collega-managers of studenten ontlokt hij boosheid over zoveel wanbeheer.

Wat trof Rombouts aan toen hij als topman bij De Post begon? ,,Ik wist dat ongewijzigd beleid een desastreus resultaat zou opleveren. Maar wat ik vond op het vlak van organisatie en cultuur, had ik me in de verste verte niet kunnen indenken'', zegt hij. ,,Ik vond een bedrijf dat volledig in zichzelf was gekeerd. Een bedrijf ook dat geen enkel inzicht had in de kosten, dat geen enkel inzicht had waar de winst vandaan kwam, waar de omzet vandaan kwam, waar de kosten werden gemaakt en wat de bijdrage was van de verschillende producten.'' Topman John Goossens van Belgacom, een overheidsbedrijf dat wel met succes werd hervormd, noemde De Post eens Jurassic Park. Ex-postbaas Rombouts kan zich in die typering helemaal vinden. ,,Toen ik bij De Post kwam hadden er vier mensen internet. En dat voor een bedrijf dat in de communicatiesector werkt. Op de 44.000 werknemers waren er maar 400 universitair geschoolden.''

Jarenlang werden duizenden mensen bij De Post (en ook de spoorwegen) in dienst genomen als een vorm van tewerkstelling. Bovendien werden nieuwe werknemers altijd rechtstreeks via de vakbonden geleverd, die lijsten hebben met mensen die graag bij de overheid werken wegens de levenslange werkzekerheid. Het ging zo ver dat de vakbonden erop aandrongen mensen extra vroeg met `brugpensioen' te laten gaan om nieuwe werknemers te kunnen aantrekken. De `brugpensioeners' bleven vakbondslid en nieuwe werknemers werden dat automatisch, wat de ledenaanwas garandeerde. Rombouts: ,,Het heeft met politieke cultuur te maken. De tewerkstelling werd kunstmatig opgeschroefd. Overheidsbedrijven waren favoriete visvijvers voor Vlaamse en Waalse socialisten.'' Onlangs nog hekelde de voorzitter van de Vlaams-liberale VLD de partij van premier Guy Verhofstadt de Waals-socialistische coalitiegenoten als ,,bezetters van het staatsapparaat'' die hervormingen van overheidsbedrijven frustreren.

De Post werd volgens Rombouts in feite door de vakbonden bestuurd. Niet minder dan tweeduizend postmedewerkers zijn vrijgesteld voor vakbondswerk en zij zien nauwgezet toe op de dagelijkse organisatie van het werk. Daarom ook was een buitenstaander nodig om ,,de steen in de kikkerpoel te gooien''. Rombouts: ,,De vakbonden leidden de organisatie van het bedrijf en in mindere mate het management, als er al sprake was van een management. De mensen die bij De Post werken, zijn allemaal via de vakbonden binnengekomen. Als dan iemand opstond om verbeteringen aan te brengen, werd hij door de vakbonden geblokkeerd. De top van het bedrijf was politiek benoemd. Het directiecomité moest collegiaal beslissen. Je had dus verschillende blokkademechanismen.'' Zo verklaarde een directeur eens doodleuk in het directiecomité dat hij een zelf ontworpen verbeteringsplan niet zou verdedigen, omdat hij dan andere minder gunstige zaken moest accepteren.

Dat er bij De Post veel moest gebeuren, was al duidelijk uit een studie van het bureau McKinsey, die in opdracht van de liberale minister

Daems was uitgevoerd. Zijn socialistische voorganger Elio di Rupo, nu leider van de Parti Socialiste, had een soortgelijke studie laten verrichten door Coopers & Lybrand. Het Belgisch Planbureau becijferde in 1994 dat de Belgische posterijen 40 procent minder efficiënt werken dan het Nederlandse PTT Post, dat nu als TPG internationaal sterk aan de weg timmert. België is het enige land in de Europese Unie waar de loonsom bij overheidsbedrijven de geproduceerde toegevoegde waarde overtreft.

Rombouts kondigde na zijn aantreden een personeelsstop af, nadat hij eerst nieuw kader voor informatie- en communicatietechnologie en management had aangetrokken. Ook gooide hij de bedrijfsorganisatie om. In zijn boek omschrijft Rombouts de organisatie die hij aantrof als een ,,amalgaam''. Er was geen noemenswaardige aandacht voor de verschillende klantensegmenten, zoals particulieren, overheden en bedrijven. Een commerciële afdeling ontbrak. Interne communicatie was miniem. Het personeel, zoals postbodes en loketbedienden, stond niet onder leiding van de verantwoordelijken voor post (`Mail') of kantoren (`Retail'), maar van regionale directies die geen enkele operationele bevoegdheid hadden. Deze regionale directies waren volgens Rombouts wel de feitelijke machtscentra van De Post. Hier werden de mensen aangeworven en overgeplaatst al naar gelang hun politieke kleur. Zo was de regionale directie Oost- en West-Vlaanderen het bolwerk van de christelijke vakcentrale ACV. Antwerpen-Limburg was voor de Vlaamse socialisten en de twee Waalse directies voor de Parti Socialiste. Het leidde tot bizarre overlegsituaties. Een voorbeeld: de directeur `Verkooppunten' was afhankelijk van de directeur `Partnerproducten' voor het assortiment op de postkantoren, voor personeelskwesties moest hij zich bij de regionale directeur melden, voor de inrichting van het postkantoor bij de directeur `Immopost', en voor de bevoorrading bij de afdeling `Logistiek' of `Transport & Distributie'. Geen wonder dat wie een Belgisch postkantoor bezoekt, zich terug waant in de jaren vijftig. Volgens het Strategisch Plan moeten 400 van de 1.600 postkantoren dicht. De rest zou naar Nederlands voorbeeld door een breder assortiment en contracten met exploitanten rendabel kunnen zijn.

De Belgische post werd in 2000 omgevormd tot een NV, waarvan de staat enig aandeelhouder is. Dat maakte het noodzakelijk de boekhouding op orde te brengen. Topman Rombouts doopte het bedrijf om tot Belgische Post Groep (BPG), wat meer was dan een naamsverandering. De regionale directies werden opgeheven. Deze maatregelen moeten

het mogelijk maken via dochterbedrijven nieuwe activiteiten met hoge toegevoegde waarde te ontplooien, zoals direct mail voor bedrijven, documentenbeheer en elektronische diensten.

De overheidsbonden wantrouwden dergelijke maatregelen. Zij vrezen bij een opdeling van de posterijen in dochterbedrijven invloed te verliezen aan de meer gematigde bonden in de particuliere sector. Ook verzetten zij zich tegen georouting voor postbodes, een in het buitenland al lang gebruikelijke methode om de meest effectieve looproutes te kiezen. De efficiëntie kan hierdoor met 20 procent toenemen. Nu nog betalen Belgische postbodes pensioenen aan bejaarden uit, wat door fooien een aardige bijverdienste kan opleveren. Vandaar ook het verzet van vakbondszijde. Rombouts hoopt dat moeizaam tot stand gekomen afspraken in 2005 de volledige invoering van georouting mogelijk maken. Ook zijn plan om verliezen van de Bank van de Post aan te pakken door de administratieve verwerking over te dragen aan partner Fortis, stuitten op politiek en vakbondsverzet.

Rombouts' hervormingsdrift is hem uiteindelijk opgebroken. Zijn definitieve val werd ingeluid door het voornemen het aantal landelijke sorteercentra van vijf naar drie terug te brengen. Het kabinet van de liberale premier Guy Verhofstadt had het Strategisch Plan voor de posterijen weliswaar goedgekeurd, maar toen het op uitvoering aankwam, krabbelden sommige ministers terug. De raad van bestuur van De Post had unaniem besloten dat er nieuwe geautomatiseerde sorteercentra zouden komen in de regio Antwerpen-Gent, Brussel en Namen. Een verdeling die keurig rekening hield met de communautaire belangen van Vlamingen, Walen en Brusselaars. De geraamde besparing was drieduizend voltijdsbanen, zonder aan het uitgangspunt van geen gedwongen ontslagen te tornen. ,,Het plan voor de sorteercentra en ook de aanwervingsstop hebben vooral bij de Waalse socialisten de stoppen doen doorslaan'', meent Rombouts. Vice-premier en minister voor Werkgelegenheid Laurette Onkelinx (Parti Socialiste) sprak een onaanvaardbaar uit. Zij is de vertegenwoordigster van de Franstalige socialisten in Luik, wat ook meteen haar verzet verklaart. ,,Een sorteercentrum in Namen was voor de socialisten in Luik en Charleroi onaanvaardbaar'', zegt Rombouts. Onkelinx' kabinetschef noemde volgens Rombouts onomwonden het partijbelang. In Wallonië waren al proteststakingen uitgebroken. De jaarlijkse meerkosten bij vijf sorteercentra à raison van 92 miljoen euro komen voor rekening van de Belgische belastingbetaler. Toen Onkelinx en haar Vlaams-socialistische collega Vande Lanotte in de pers ineens ook het salaris van Rombouts (ruim 700.000 euro) ter discussie stelden, hield de topman het in december 2001 voor gezien.

Hoe moet het verder met De Post? Bij ongewijzigd beleid stevent het bedrijf volgens Rombouts de komende jaren op een ,,reusachtig'' gecumuleerd verlies af. Hij verwacht dat de Belgische posterijen steeds meer onder druk komen van buitenlandse concurrenten als het Nederlandse TPG en Deutsche Post, die in België volop actief zijn. TPG is nu al een geduchte concurrent met haar logistieke en pakjesdienst TNT en met Belgique Diffusion (BD) voor de verdeling van dag- en reclamebladen.

Vanaf 2003 gaat de Europese markt (omvang 80 miljard euro) open voor brieven boven de 100 gram inclusief direct mail. In 2006 volgt liberalisering voor brieven boven de 50 gram. Rombouts: ,,De Belgische posterijen zijn heel kwetsbaar, want 80 procent van de omzet komt van 20 procent van de klanten. En dat zijn vooral overheid en bedrijfsleven. Daarom zullen ook initiatieven van de overheid zelf voor e-government een zware impact hebben, als je weet dat ministeries van Financiën, Justitie en Sociale Zaken tot de grotere klanten behoren.''

Op dit moment zijn de hervormingen bij De Post volgens Rombouts om electorale redenen stilgevallen. ,,Di Rupo van de Parti Socialiste had me gezegd dat ik voor 2002 met ingrijpende hervormingen klaar moest zijn, want daarna komen er verkiezingen. Men wil daarom vermijden dat er in het verkiezingsjaar 2003 stakingen komen.'' Rombouts vreest de komende jaren een ,,sociaal bloedbad''. Volgens hem nemen buitenlandse concurrenten hele brokken van de markt over. Het lijkt Rombouts onwaarschijnlijk dat buitenlandse partners De Post kapitaal en knowhow verschaffen. Rombouts ziet ook weinig interesse voor overname van bedrijfsonderdelen van De Post, want buitenlandse concurrenten kunnen het zelf goedkoper en beter. ,,Binnen een jaar of drie, vier zitten we met een Sabena-scenario'', vreest hij.