Zwartgalligste markt van Europa

Nederlandse consumenten zijn het meest negatief van de hele eurozone. Nederlandse bedrijven daarentegen blijken de toekomst juist steeds rooskleuriger in te zien. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar?

Macro-economische indicatoren lijken wel vaker strijdig met elkaar, maar het komt niet vaak voor dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op dezelfde ochtend twee gegevens publiceert die zo tegenstrijdig met elkaar zijn als het consumentenvertrouwen en het producentenvertrouwen. Gisteren stelde het CBS dat het vertrouwen van (industriële) producenten in juli de sterkste stijging doormaakte sinds eind 1993. Tegelijkertijd zakte het consumentenvertrouwen in augustus juist tot het laagste niveau sinds 1993.

De industrie ziet de toekomst dus al weer veel rooskleuriger in, terwijl de consument steeds depressiever wordt. Kunnen die twee gegevens naast elkaar bestaan? Eerst de vraag of de Nederlandse consumenten wellicht extreem negatief zijn. Het consumentenvertrouwen wordt in alle Europese landen bijgehouden, maar de methodieken verschillen onderling. De Europese Commissie houdt via haar statistische bureau Eurostat wel op een uniforme wijze het consumentenvertrouwen bij. Maar dat maakt de landen onderling nog steeds moeilijk te vergelijken. In sommige landen is het consumentenvertrouwen structureel veel hoger dan in andere. Portugezen en Grieken bijvoorbeeld zijn per saldo altijd het meest negatief over hun economie. Finnen en Nederlanders zijn de enige Europeanen die, gemiddeld in de afgelopen tien jaar, positieve antwoorden gaven op vragen over het consumentenvertrouwen.

Hoe ziet het consumentenvertrouwen er, gecorrigeerd voor dit structurele verschil, uit? Ten opzichte van hun tienjaars-gemiddelde zijn Belgen, Finnen en Oostenrijkers op dit moment het meest positief over de economie. De negatieve stemming is het grootst in Spanje, Portugal en Ierland. Maar Nederland spant de kroon. Consumenten zijn hier het zwartgalligst van de hele EU. Nederland behoort ook tot de weinige EU-landen waar het consumentenvertrouwen dichtbij, of onder, de dip ligt van een jaar geleden toen de stemming door de aanslagen in New York en Washington tijdelijk scherp daalde.

Ook het gestegen producentenvertrouwen in Nederland behoeft een kanttekening. Dexia Securities stelt in een analyse dat het Nederlandse producentenvertrouwen zes maanden achterloopt op dat in de Verenigde Staten. De samenhang tussen de twee is zeer sterk, en aangezien het vertrouwen in de VS zelf na een scherpe stijging weer aan het afkalven is, zou het zo kunnen zijn dat het producentenvertrouwen in Nederland nog even doorstijgt om vervolgens weer te dalen. In de ons omringende landen wijkt het beeld namelijk nogal af: de Ifo-indicator in Duitsland over augustus, die het oordeel van ondernemers over de economie meet, bleek vanmorgen voor de derde maand op rij gedaald.

Hoe verhouden het dalende vertrouwen van de Nederlandse consument en het stijgende vertrouwen van de Nederlandse producent zich tot elkaar? Het is niet ongebruikelijk dat in het diepst van de economische dip er tegenstrijdige signalen zijn. Gisteren bijvoorbeeld bleek het consumentenvertrouwen in de Verenigde Staten onverwacht te zijn gedaald, terwijl de orderontvangst van de industrie juist onverwacht sterk was.

Voor Nederland moet de enig logische conclusie uit de cijfers van gisteren zijn dat vooral de exporterende bedrijven de toekomst zonniger zijn gaan inzien. De thuismarkt lijkt, met een dalende volumegroei van de particuliere consumptie en een voortgaande krimp van de bedrijfsinvesteringen in het tweede kwartaal, geen reden te geven voor het industriële optimisme dat uit de CBS-cijfers blijkt.

De industrie hoopt kennelijk op een exportgeleid economisch herstel. Het is niet ongebruikelijk dat Nederlandse bedrijven de aantrekkende buitenlandse vraag vroeg signaleren. Het exportpakket bevat veel goederen, zoals halffabrikaten, waarvan de vraag in een pril stadium van de opgaande conjunctuur aantrekt.

Maar daar moet wel het nodige voor gebeuren in het buitenland. Duitsland klinkt niet hoopvol en de Verenigde Staten, verreweg de belangrijkste bepalende factor, zijn op dit moment een black box. Bestuursvoorzitter R. ter Haar van handelshuis Hagemeyer klonk vanmorgen niet hoopvol. ,,Wij hoopten op een herstel in de VS in de tweede helft van het jaar, maar de feiten bevestigen deze hoop niet'', zei hij vanmorgen bij de presentatie van de halfjaarcijfers van het bedrijf. ,,Wij luisteren niet meer naar economen, maar naar onze klanten. En op basis van de acties van onze klanten zien wij nog geen herstel.''

De zwartgalligste thuismarkt van Europa, en een wankel herstel van de exportmarkt: de onzekerheid voor de open Nederlandse economie blijft dus groot. Geen enkele econoom zag gisteren reden om naar aanleiding van de conflicterende cijfers zijn prognoses te veranderen.