VN-Veiligheidsraad moet gekend worden in kwestie-Irak

President Bush moet begrijpen dat de Verenigde Staten zonder steun van bondgenoten geen effectieve campagne kunnen voeren tegen Saddam Hussein. Daarom moet hij meer aandacht geven aan niet-militaire middelen om internationale steun te vergaren, betoogt Richard C. Holbrooke.

De weg naar Bagdad loopt via de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Die simpele waarheid moet de regering-Bush inzien als ze de internationale steun wil die wezenlijk is voor succes in Irak. Om die steun te vergaren is een nieuwe resolutie nodig van de Veiligheidsraad, die het gebruik van geweld toestaat als Saddam Hussein weigert in te stemmen met waterdichte wapeninspecties – zonder aankondiging, overal en altijd. Zo'n resolutie zou welkom zijn voor Turkije en Engeland die graag een legitieme aanleiding zien voor de poging om Saddam af te zetten, en druk uitoefenen op Duitsland, Frankrijk, Saoedi-Arabië die aarzelen of tegen zijn.

Hoewel de Veiligheidsraad aan het einde van de Tweede Wereldoorlog voor een belangrijk deel ontstond door toedoen van de VS, beseffen tegenwoordig nog maar weinig Amerikanen welke enorme morele en politieke kracht er in de rest van de wereld uitgaat van een resolutie van de Veiligheidsraad, die militair optreden toestaat. Zo'n resolutie mobiliseert de internationale publieke opinie, dwingt tot gezamenlijk optreden en kan veel kritiek wegnemen. Ook hoeft ze niet te leiden tot verzwakking van het vermogen van de president om rechtstreeks in te grijpen als er wezenlijke nationale veiligheidsbelangen op het spel staan; de positie van Amerika kan er alleen maar door worden versterkt.

De eerste regering-Bush besefte dit in 1991 terdege, deels misschien doordat George Herbert Walker Amerikaans ambassadeur bij de Verenigde Naties was geweest. Minister James Baker van Buitenlandse Zaken en de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties Thomas Pickering bouwden voor de Operatie Desert Storm bekwaam aan internationale steun door stemmingen in de Veiligheidsraad.

Helaas heeft Washington op het ogenblik een andere houding tegenover de Verenigde Naties. Het is blijkbaar verleidelijk om de Veiligheidsraad te passeren voor een regering die, met uitzondering van minister Powell van Buitenlandse Zaken weinig eerbied toont voor de Verenigde Naties.

Maar een campagne tegen Saddam Hussein kan niet worden gevoerd zonder bondgenoten, en de regeringen die de Verenigde Staten nodig hebben, van Engeland tot Turkije, hebben inzake Irak met groeiend binnenlands verzet te maken. Vorige maand zei een hoge adviseur van de Engelse premier Tony Blair verbitterd tegen mij dat Washington ,,Blair niets gaf'' in ruil voor Blairs royale steun, ook al groeide het Engelse binnenlandse verzet tegen de pro-Amerikaanse houding van Blair. Sommigen zullen betogen dat de bestaande resoluties van de Veiligheidsraad, die nog dateren uit 1991, zodanig door Saddam zijn geschonden dat er – om met Baker te spreken – al `voldoende legitimiteit' is om het gebruik van geweld tegen het Iraakse bewind te wettigen.

Dit argument snijdt misschien enig hout in juridische kringen, maar niet in politiek of praktisch opzicht. Zoals Baker laatst zelf opmerkte, volstaat het niet om een optreden tegen Saddam uitsluitend op de bestaande resoluties van de Veiligheidsraad te baseren.

De beleidsmakers in Washington hebben drie zorgen omtrent de weg via de Veiligheidsraad: ten eerste dat Irak zal instemmen met inspecties en dan (weer) de boel zal bedriegen; ten tweede dat Rusland of Frankrijk een resolutie zo zullen afzwakken dat deze zinloos wordt; ten derde dat de resolutie niet de verdrijving van het regime toestaat maar alleen een minder vergaand doel, zoals de uitschakeling van massavernietigingswapens.

Rusland, Frankrijk en China kunnen een optreden van de Veiligheidsraad stuk voor stuk blokkeren door gebruik te maken van hun vetorecht. Maar als de nieuwe relatie van Bush met president Poetin van Rusland ook maar iets voorstelt, dan zou Moskou een harde resolutie moeten steunen; in vertrouwen heeft het daartoe al de bereidheid getoond. Frankrijk zal ongetwijfeld zijn normale rol als moeilijke en dwarse bondgenoot spelen, maar uiteindelijk niet ingaan tegen de gezamenlijke wil van Amerika en Engeland. Als Londen Washington agressief steunt, ligt er een voldoende sterke resolutie binnen handbereik om de basis voor optreden te leggen. China zal zijn twijfel hebben, maar het zal niet zijn veto gebruiken tegen de rest van de internationale gemeenschap.

De verwachting is dan ook dat doeltreffende Amerikaanse diplomatie – met inbegrip van een directe betrokkenheid van de president, zoals zo duidelijk werd geïllustreerd door de persoonlijke inzet waarmee Bush senior zijn coalitie smeedde – zal leiden tot een resolutie van de Veiligheidsraad die sterk genoeg is om bij een Iraakse schending de basis voor onmiddellijk militair optreden te leggen. En mocht zo'n resolutie toch niet haalbaar zijn, dan heeft de regering-Bush haar best gedaan de Veiligheidsraad niet te passeren, en staat ze des te sterker bij haar pogingen om in binnen- en buitenland steun voor haar optreden te vinden.

Met het oog op de Amerikaanse doelstellingen heeft deze regering (terecht) opgeroepen tot een ander bewind. Helaas zullen weinig andere landen openlijk een dergelijke doelstelling onderschrijven. Andere landen zullen waarschijnlijk trachten een resolutie te beperken tot het punt van de massavernietigingswapens.

Maar dit is minder een probleem dan het op het eerste gezicht misschien lijkt. Zodra het militaire optreden tegen Bagdad begint, zal snel duidelijk worden dat het onmogelijk is om zonder een wijziging van het bewind de massavernietigingswapens uit te schakelen.

Gelet op het feit dat het Iraakse leger nog maar eenderde van de omvang heeft die het voor de laatste oorlog had, en dat de Amerikaanse strijdkrachten veel sterker zijn, bestaat grote kans op een Amerikaans succes. Maar niemand kan duidelijk voorzien wat er zal gebeuren als het eenmaal oorlog is. Komt er een moordaanslag, een opstand, een instorting van een Iraakse leger, een snelle overwinning die Iraakse raketaanvallen op Israël verhindert, een ellenlange strijd, of iets nog ergers? Wat er ook gebeurt: als de actie tegen Saddam Hussein eenmaal is begonnen, kan ze niet worden beëindigd voordat het doel is bereikt en de overmacht van de Verenigde Staten heeft gezegevierd.

De president kan rekenen op de Amerikaanse steun bij de moeilijke besluiten die hij binnenkort zal moeten nemen, maar het zou zijn positie enorm versterken als hij ook oog heeft voor het belang van niet-militaire instrumenten om internationale steun te krijgen – te beginnen bij de VN-Veiligheidsraad.

Richard Holbrooke was Amerikaans ambassadeur bij de Verenigde Naties onder president Bill Clinton.

©LAT-WP Newsservice