Techneuten gevraagd

Nederland heeft een fors tekort aan technisch personeel. Het beroep van loodgieter, lasser of automonteur is uit. Dat is deels te wijten aan een imagoprobleem, maar ook aan het feit dat technici liever met computers werken dan een verwarmingsketel repareren. De branche wringt zich in allerlei bochten om jongeren te interessen voor techniek.

Heb jij tien loodgieters voor me?'' vraagt Ron van Niekerk aan de verslaggever. ,,Ze kunnen hier vandaag nog beginnen.'' Helaas, hij zal ze ergens anders vandaan moeten halen. Maar waar? Dat is de vraag.

Van Niekerk is bedrijfsleider bij het sanitair- en installatiebedrijf Laagwater BV in Diemen. Het bedrijf heeft 25 loodgieters, installateurs en dakbedekkers in dienst. De zaken gaan voorspoedig, maar het tekort aan vakbekwaam personeel is al jaren een serieus probleem. Vooral de laatste jaren hakten er flink in. De IT-sector kende een explosieve groei en veel technisch aangelegde jongeren kozen voor een baan als programmeur of systeembeheerder. Van Niekerk: ,,Een goede installateur verdient heel behoorlijk, maar tegen de salarissen die zo'n drie jaar geleden in de IT werden geboden, konden we gewoon niet op. Het ging zo van: eerst gaan we eens een leuke auto uitkiezen en dan pas praten we over het werk.'' Sinds de IT'ers er bij bosjes tegelijk uitvliegen, merkt Van Niekerk een lichte verbetering. De arbeidsmarkt wordt wat minder krap, maar het is nog lang niet genoeg.

Om toch aan personeel te komen, gaat Laagwater BV binnenkort vijf jongens zelf opleiden. Vroeger was dat niet nodig ,,toen namen we alleen ervaren mensen in dienst'' maar de omstandigheden nopen tot een andere aanpak. ,,En het is ook best leuk om jongeren binnen het Laagwater-cultuurtje op te leiden'', zegt Van Niekerk.

Laagwaters probleem is exemplarisch voor de technische dienstverlening in Nederland. Of het nu gaat om loodgieters, installateurs of personeel in de bouw, bedrijven zitten om ze te springen. De oorzaak van het tekort aan lager en middelbaar opgeleid technisch personeel is de al jaren tanende belangstelling voor techniek onder de jeugd. MKB-Nederland heeft onderzoek gedaan naar deze ontwikkeling. ,,Technische beroepen hebben een imagoprobleem'', zegt Alfred van Delft, coördinator sociaal beleid. ,,Het wordt gezien als vies en zwaar werk.'' Een volkomen achterhaald idee, vindt Van Delft. ,,Blijkbaar staat het beeld van drommen arbeiders die met besmeurde gezichten uit grauwe fabrieken stromen bij veel mensen nog recht overeind. Terwijl het in werkelijkheid meestal gaat om interessant en hooggekwalificeerd werk.'' Vooral bij een beroep als loodgieter doemt al snel het beeld op van een man die met zijn handen een verstopte wc-afvoer moet doorprikken. ,,Dat komt natuurlijk voor'', zegt Van Niekerk. ,,Maar voor, laten we zeggen, het vuile werk huren we vaak een bedrijf in dat met speciale apparatuur werkt. Echt vies is dit werk nog maar zelden.''

Volgens Van Delft zijn het vaak de ouders die hun kinderen ,,pushen om door te leren. Het hbo of de universiteit, dat is het ideaal. Maar lang niet alle kinderen zijn daar geschikt voor. Het is te hoog gegrepen, of ze willen domweg iets heel anders. Sommigen komen daar later achter en maken alsnog de overstap naar een technische opleiding.''

Metaalunie, de brancheorganisatie voor de `kleinmetaal' die tal van beroepen vertegenwoordigt, van lassers tot automonteurs, vreest dat sommige beroepen zelfs zullen verdwijnen als de neerwaartse trend niet doorbroken wordt. Het percentage schoolverlaters uit het basisonderwijs dat een technisch beroep kiest, bedraagt nog maar 20 procent, terwijl dat tien jaar geleden nog 25 procent was. Op dit moment zijn er zo'n 6.000 onvervulde technische vacatures in Nederland. Een op de drie bedrijven in de branche heeft last van personeelstekort.

André van der Leest, secretaris onderwijszaken bij Metaalunie, weet wel hoe het komt: onbekendheid. ,,Technische bedrijven zijn letterlijk `uit het zicht geraakt'. Het werk ligt niet meer in de stad, maar daarbuiten, op industrieterreinen. Logisch dat de jeugd ervan vervreemd raakt.''

Ter promotie van de metaalsector geeft Metaalunie al jaren gastlessen op scholen. Maar met een gastlesje hier en daar kom je er niet, beseft Metaalunie, en daarom wil men het vak techniek een prominentere plaats in het onderwijs geven, te beginnen op de basisschool. ,,Met techniek moet je vroeg beginnen'', zegt Van der Leest, ,,zodat kinderen er op jonge leeftijd kennis mee kunnen maken. Maar wel op een speelse manier.'' Hij geeft een voorbeeld: de elektronische verjaardagskaart. ,,Leerlingen gaan voor het eerst solderen met elektronische onderdelen, koppelen die aan een lampje en monteren het geheel vervolgens op een verjaardagskaart. Als je de kaart dichtdoet en de twee zijden elkaar raken, gaat het lampje branden.'' Momenteel worden bij het Cito techniektoetsen voor het basisonderwijs ontwikkeld en Metaalunie heeft goede hoop dat techniek in 2003 als kernvak wordt ingevoerd.

Maar ook middelbare scholieren moeten voor techniek worden geïnteresseerd. Daarvoor bedenkt de sector van alles. Vooral wedstrijden zijn populair. Zo wordt op de Beurs Aandrijftechniek, die dit jaar van 1 tot en met 4 oktober in de Utrechtse Jaarbeurs plaatsheeft, de wedstrijd Nederlands Kampioen Vakkanjers gehouden. Een aantal teams van vier personen krijgt een paar dagen om met een technisch werkstuk te komen. De winnaars mogen naar het Zwitserse Sankt-Gallen, waar in juni volgend jaar het wereldkampioenschap wordt gehouden. Dit jaar vond het in Seoul plaats. Vier teams uit Nederland, Brazilië, Korea en Australië moesten binnen vier dagen voor maximaal 1000 dollar een gewone rolstoel ombouwen tot een automatisch exemplaar. De rolstoelen werden getest op wendbaarheid, snelheid en natuurlijk de hellingproef. Australië werd eerste, Nederland tweede.

Bij de Techni-Show, de grootste Nederlandse beurs voor de techniekbranche, ging men nog voortvarender te werk in de hoop de interesse voor techniek te wekken. Seks verkoopt, leek dit jaar het adagium, want op het affiche stond een vrijwel naakte cyber-woman afgebeeld, die bedrijven en scholieren met een uitdagende blik richting Utrecht lokte. Afgeschrikt heeft het in elk geval niet: er kwamen 7.500 jongeren af op de speciale scholierendag, al waren het geen naakte vrouwen maar de vertegenwoordigers van honderden bedrijven die zich aan hen presenteerden. Bedrijven met solide klinkende namen als de Almelose Borstelindustrie BV en Euroboor BV, waar niet erotische uitspattingen, maar hard en precies werken de dagelijkse praktijk bepalen.

Ook de bouwbedrijven halen van alles uit de kast om personeel te krijgen. Wegens grote infrastructurele projecten als de Betuwelijn en de HSL zitten zij te springen om personeel. Daarom heeft de SBW, opleidingsinstituut voor de infrastructuur, de wervingscampagne Go Infra! opgezet voor de lagere- en middelbareschooljeugd. Met hun Inframobiel een vrachtwagen die verbouwd is tot een speels computerlokaal grazen de wegenbouwers de basisscholen af. Tijdens de Go Infra Spellendagen, gehouden op het grote opleidingsterrein van de SBW in Harderwijk, mag de schooljeugd strijden om de Go Infra Prijs. Ze krijgen een geel T-shirt en een petje, om vervolgens gezellig een straatje te leggen, een muurtje te metselen of een gebouw op te meten.

Maar een campagne zonder internet is verloren moeite. Daarom heeft de SBW een website opgezet met als kernwoord: leuk. Een stripfiguur met blitse zonnebril zit losjes op een graafmachine en heeft duidelijk de tijd van zijn leven. De boodschap: wegenbouwen is leuk, tunnels bouwen is leuk. Op de website staan ook een paar `leuke links'. Die blijken te verwijzen naar gortdroge sites over de nieuwe snelweg A5, geodesie (landmeetkunde) en het `Deltaplan rivieren'. Ook het `opleuken' van de bouwsector heeft zo zijn grenzen.

Voor de burger is het tekort aan vakmensen die klein en groot huiselijk ongemak verhelpen een verstopte afvoer of een kapotte cv-ketel het meest voelbaar. De agenda's van loodgieters en elektrotechnici zijn overvol en de rekeningen die zij uitschrijven zijn hoger geworden. Volgens Peter Smulders van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Elektrotechniek moeten er elk jaar 6.000 arbeidsplaatsen gevuld worden om de uitstroom te kunnen opvangen. En eigenlijk is dat nog lang niet voldoende, want Smulders verwacht veel extra werk de komende jaren. ,,Nederland gaat op de schop voor de aanleg van glasvezelnetwerken. Een gigantische klus.''

De zogeheten opleidingsfondsen hebben een centrale rol in het werven van jongeren en de kwaliteitsbewaking van het onderwijs. Anders gezegd: ze moeten hun branche `verkopen' en ervoor zorgen dat het vakmanschap op een hoog peil blijft. Zo besteedt het OFE, het fonds voor de elektrotechniek, jaarlijks meer dan 2 miljoen euro aan personeelswerving, 3 miljoen aan bijscholing en ruim 6,5 miljoen voor de 1.140 jongeren die een leer/werk-traject bij een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) volgen. Het OLC, fonds voor loodgieters, fitters en cv-installateurs, doet vergelijkbare dingen en houdt tevens per regio nauwkeurig bij wat de behoefte is aan vakmensen. ,,Dat doen we al jaren'', zegt OLC-directeur Elly Verburg, ,,waardoor we in elke regio een goed beeld hebben van de arbeidsmarkt.'' Landelijk ligt het tekort op ongeveer 10 procent. Maar in de koeltechniek, die de afgelopen jaren explosief is gegroeid, is ruim 30 procent van de vacatures onvervuld.

De plaatselijke ROC's worden geacht snel te reageren op schommelingen in de arbeidsmarkt. Verburg: ,,Zijn er bijvoorbeeld in de regio Assen 22 loodgieters mee opgehouden, dan praten wij en het bedrijfsleven met het plaatselijke ROC om te horen wat hun plannen zijn om het ontstane tekort aan te vullen.'' De ROC's staan formeel niet onder het bestuur van het opleidingsfonds, maar een `indringend gesprek' kan volgens Verburg nét dat zetje geven dat nodig is om resultaat te boeken. ,,Het is ook goed voor de ROC's: zo houden ze heel direct contact met de arbeidsmarkt.''

Laagwater is vorige week begonnen met de vijf jongens die binnen het bedrijf worden opgeleid. ,,Ze zijn tussen de 20 en 25 jaar oud, en toch wat serieuzer met hun toekomst bezig dan een snotneus van 17 die nog op school zit'', denkt bedrijfsleider Ron van Niekerk. ,,Ze ontvangen ook direct een normaal salaris, toegesneden op hun ervaring, uiteraard.'' De hoge werkdruk voor de andere monteurs zal niet direct dalen, daarvoor missen ze ervaring, maar Van Niekerk beschouwt het als een investering in de toekomst. En al kan hij zo tien vakbekwame mensen aannemen, tot extreme wachttijden heeft het personeelstekort volgens hem nog niet geleid. ,,We stellen wel prioriteiten. Iemand met een druppende kraan zal een dagje langer moeten wachten. Maar als iemand dreigt te verdrinken, trekken we allemaal onze zwembroek aan.''