Sugarsnapsalade

Bereiding: Kook de sugarsnaps in kokend en gezouten water iets minder dan bijtgaar in circa 2 minuten. Giet de peulen af in een bolzeef (of een vergiet) en spoel ze koud onder stromend water. Laat de sugarsnaps goed uitlekken alvorens ze over te doen in een ondiepe serveerschaal. Snijd het blad los van de radijsjes, neem er anderhalf handje vanaf en was dit radijsblad in ruim water, laat het even uitlekken en schud het blad vervolgens droog. Kort de stelen zonodig iets in. Verwijder van de radijsjes de wortel en de steelaanzet.

Snijd de radijsjes vervolgens overlangs in kwarten zodat leukje wigjes worden verkregen die zowel veel wit als veel rood laten zien. Hele grote radijzen kunnen beter eerst overlangs gehalveerd worden waarna beide helften in drie segmenten elk worden gesneden. Het gaat erom om handzame stukjes radijs te krijgen die mooi ogen en makkelijker aan de vork te prikken zijn dan plakjes. Meng de radijskwarten en het radijsblad door de sugarsnaps.

Roer een dressing van het citroensap en de olijfolie en giet die vlak voor het serveren over de salade. (Het citroensap doet de sugarsnaps al vrij snel verkleuren dus het is raadzaam de salade zo kort mogelijk voor gebruik met de dressing te vermengen.) Maal er vervolgens zeezout en zwarte peper naar smaak over en bestrooi de salade tot slot met de bieslook. Wie geen sugarsnaps kan krijgen, vervangt deze heerlijke zoete peulen door kraakverse sperziebonen, die na het afhalen in twee of drie stukken worden gesneden.

De vertrouwde peultjes zouden ook gebruikt kunnen worden voor deze salade, ware het niet dat die wel erg plat zijn, waardoor de radijskwarten er te veel bovenuit torenen en te dominant worden. Wie geen bosjes radijs met mooi vers blad kan krijgen, die vervangt het radijsblad door wat jonge veldsla, die tegenwoordig het hele jaar door verkrijgbaar is. Rucola komt niet in aanmerking, omdat de radijsjes al voldoende pit met zich meebrengen in deze salade.