Saoedische `vriend' op de ranch

De Amerikaanse president Bush heeft gisteren de Saoedische ambassadeur op zijn ranch ontvangen. De relaties moesten dringend worden opgepoetst.

Zes van zijn acht kinderen waren mee, om het vriendschappelijk karakter van het bezoek van de Saoedische ambassadeur aan president George Bush' ranch in Texas te onderstrepen. De ambassadeur zelf, prins Bandar bin Sultan, liet zich informeel zittend op de leuning van de bank fotograferen. Buitenlands bezoek aan de ranch in Crawford is zeldzaam: tot dusverre waren er alleen de Russische president Poetin, de Britse premier Blair en de Saoedische kroonprins Abdullah langsgekomen. Eerder op de dag had president Bush in een telefoongesprek met kroonprins Abdullah volgens het officiële Saoedische persbureau ,,de eeuwige vriendschap'' tussen de twee landen bevestigd. Geen wolkje aan de lucht, ademde de sfeer gisteren.

Niets is minder waar. Sinds de aanslagen van 11 september in New York en Washington, waarin Saoedische terroristen een doorslaggevende rol speelden, is de verhouding tussen de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië alleen maar verslechterd. De Amerikaanse media ontleedden het autoritaire bewind in Riad en het anti-Amerikanisme onder de bevolking, en dat viel slecht bij de Saoediërs. Maar gewichtiger stoorzenders zijn de Amerikaanse steun voor Israël en, steeds belangrijker, de dagelijks verkondigde Amerikaanse plannen om een militaire actie te ondernemen om het regime van president Saddam Hussein van Irak ten val te brengen. Saoedi-Arabië wil, zoals de hele Arabische wereld, geen actie tegen Irak, en zeker niet voor een doorbraak is afgedwongen in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Algemeen vrezen de Arabische leiders anders een publieke reactie, en wel tegen henzelf.

Maar Saoedi-Arabië is te belangrijk voor Washington om het dan maar terzijde te schuiven. Niet alleen om de lange geschiedenis van de relaties. Als veruit grootste olie-exporteur is het land theoretisch bij machte om de olieprijzen en daarmee de wereldeconomie te manipuleren. Er zijn de Saoedische investeringen, die volgens – inmiddels betwiste – berichten al worden teruggetrokken. Bovendien heeft Washington de hoop niet opgegeven dat Riad ertoe kan worden gebracht zijn verzet tegen een gewapende interventie in Bagdad te temperen en, als het er inderdaad van komt, misschien niet de grote basis in eigen land maar tenminste die in de buurlanden Qatar, Bahrein en Koeweit door Amerikaanse troepen te laten gebruiken. Zonder die bases wordt een interventie in Irak niet onmogelijk maar zeker lastiger.

Directe aanleiding voor het public relations-offensief van gisteren was waarschijnlijk de besloten briefing die een analist in juli gaf voor een denktank van het Pentagon. Daarin omschreef deze analist Saoedi-Arabië als doordrenkt van terrorisme en brandmerkte hij het als vijand. Als ultieme remedie gaf hij de toehoorders bezetting van de Saoedische olievelden in overweging. De briefing werd naar The Washington Post gelekt, en leidde, hoewel de Amerikaanse autoriteiten zich er direct van distantieerden, tot hele boze reacties in het koninkrijk dat de uitspraken als pressiemiddel inzake Irak zag.

Daarop volgde nog de procedure die 700 nabestaanden van de slachtoffers van `11 september' aanspanden tegen onder andere de Saoedische regering. Zij willen 3.000 miljard dollar schadevergoeding wegens Saoedische medeplichtigheid aan de aanslagen. Volgens documenten die bij een Amerikaanse rechtbank zijn ingediend hebben vooraanstaande leden van de koninklijke familie 200 miljoen dollar aan de in Saoedi-Arabië geboren terroristenleider Osama bin Laden betaald om aanslagen in eigen land af te kopen. Met dat geld zouden trainingskampen in Afghanistan zijn ingericht waar de terroristen van 11 september zijn opgeleid. Riad ontkende.

Op de ranch verzekerde Bush zijn gast gisteren volgens zijn woordvoerder nogmaals dat hij nog geen concrete beslissing heeft genomen over militaire actie tegen Irak en beloofde hij geallieerde landen – waaronder natuurlijk Saoedi-Arabië – te consulteren vóór zo'n beslissing valt. President Bush ,,luistert altijd zorgvuldig naar de gedachten die mensen hebben over een aanpak van Irak'', aldus de woordvoerder. Wat de Saoedische gedachten zijn liet prins Abdullahs adviseur Adel al-Jubeir gisteren in vraaggesprekken met Amerikaanse media weten: ,,Ik ken geen land dat op dit moment het gebruik van geweld in Irak steunt. Uw bondgenoten in Europa doen dat niet. Uw bondgenoten in het Midden-Oosten doen dat niet. Er is geen wettelijke basis voor. Er is geen internationale toestemming voor. Er is geen coalitie voor.'' Bush' medewerkers typeerden het bezoek niettemin als een positieve ontwikkeling.